Halverwege
de twintigste eeuw woonden er ruim een miljoen mensen, grotendeels in
negentiende-eeuwse sloppenwijken vol criminaliteit, alcoholisme, tuberculose.
Door sociale woningbouw en herhuisvesting is dat aantal in de loop der jaren
teruggebracht tot zo’n 600.000. Ook is er veel geïnvesteerd om Glasgow
cultureel op de kaart te zetten, wat culmineerde in de verkiezing tot Europees
Cultureel Hoofdstad van het jaar in 1990. Dat laatste voor wat het waard is –
tegenwoordig kan ieder provinciestadje die eer binnenslepen, zoals Leeuwarden
in 2017. Op die manier komt ook Wieuwerd nog wel eens aan de beurt vanwege de
Van Oudheusdens die m’n ouders aan de muur hebben hangen en en originele kip
van Anton Heyboer.
Het was ons niet helemaal duidelijk wat we in Glasgow kwamen doen en we hebben gewoon lukraak wat rondgefietst. We zijn in een fraai, Jugendstilachtig winkelcentrum geweest en hebben een tijdje rondgehangen in Glasgow Green, een uitgestrekt park langs de River Clyde die in lussen door de stad trekt. Het park doet z’n naam eer aan, want hoofdzakelijk bestaat het uit groene lappen gras, verfijnd is het niet. Ergens staat een rotsblok ter nagedachtenis aan een gebeurtenis in 1765 die de loop van de wereldgeschiedenis zou bepalen: hier kwam James Watt, terwijl hij door het park wandelde, op het idee van de condensator, wat de bouw van stoommachines mogelijk maakte en daarmee de industriële revolutie in gang zette, het vliegwiel van de moderne tijd dat nog steeds doordraait. Het monumentje valt in het niet bij de protserige zuil van Lord Nelson, een Britse zeekapitein die een paar zeeslagen won in de tijd van Napoleon. Wim, droogjes: “Andersom zou logischer zijn geweest. “
![]() |
| Wim (Watt?) krijgt een idee |
![]() |
| Glasgow Green (van internet) |
![]() |
| Berwick-upon-Tweed (van internet) |
We hadden het wel gezien in Glasgow en de volgende dag reden we naar de andere kant van Schotland en belandden in het plaatsje Berwick-upon-Tweed aan de Noordzee, net over de grens in Engeland. Hier zijn we een dagje gebleven. Ik was niet in goeden doen: ik had kiespijn en voelde me lusteloos en chagrijnig. We zijn naar een eerstehulppost geweest, maar werden weggestuurd met zware pijnstillers – ook heb ik nog het antwoordapparaat van een spoedtandarts volgevloekt die de bloody telephone maar niet opnam.
Tussendoor fietsten we wat in het rond. We reden de pier met een vuurtorentje op en werden verrast door een zeehond die ineens snuivend de kop uit het water stak. We legden een biljartje in een pub. ’s Avonds, op het strand, namen we onze toevlucht tot dat ándere pijnstillende middel van eigen bodem dat we bij ons hadden en waarvan nog een laatste restje over was; tot onze grote schrik reed er ineens een politieauto onze kant op; net voordat de koplampen ons illegaal bacchanaal bestreken kon Wim z’n smeulende hasjpijpje in het zand begraven.
Maandag reden we door naar Newcastle ‘shopping paradise’ upon Tyne. De veerboot vertrok weer om zes uur ’s avonds, dus ’s middags hingen we in de stad rond – ik herinner me nog vaag een café met Beatles-parafernalia. Tijdens de overtocht keken we 'Gladiator' in het filmzaaltje, voor de rest sliepen we net zo beroerd als de heenreis, dus ja, onze vakantie ging een beetje als een nachtkaars uit. Diezelfde week nog zat ik in een tandartsstoel voor een wortelkanaalbehandeling.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten