Schotland

Bens, glens, lochs en whisky: Schotland in een notendop. Ofwel bergen, valleien, meren en eh… nou ja, mijn land dus.
Toen ik zelf ging reizen, was dit het eerste land dat ik koos en het maakte enorme indruk op me met z'n prachtige natuur en koppige Gaelic eigenheid.
Toch ben ik er sindsdien nog maar een keer terug geweest, op de fiets met Wim. Ook een fantastisch avontuur.
Plan was om er in 2012 met Christel naartoe te gaan, maar net zoals de Romeinen destijds strandden we bij Hadrian's Wall, in het noorden van Engeland. Het weer was ons iets te...mystiek.

HIER alleen, in 1987

HIER met Wim, in 2000


Schotland 2000

Schotland, dat was het decor van onze tweede fietsreis. Vooraf zagen we een beetje op tegen het steile terrein, maar we hadden ons geen zorgen hoeven maken, we konden prima uit de wielen en hebben prachtige tochten gemaakt. Vooral de leegte en de ruimte zijn me bijgebleven. Het monster van Loch Ness hebben we gemist, evenals de famous grouse, wel hebben we springende zalmen gezien, papegaaiduikertjes en een zeehond. En héél veel midges.

Destijds

....anno 2016. Een paar keer per jaar kom ik er langs, het grote braakliggende hoekperceel aan de Utrechtseweg in Zeist dat de indruk wekt alsof er een rotte kies is getrokken in het verder goed verzorgde gebit van een laan vol statige landhuizen in gemanicuurd groen. 

Achter ijzeren bouwhekken ontvouwt zich een doorgroefd niemandsland van kuilen en bulten waar onkruid hoog opschiet – een prima plek om loopgraven te bouwen en oorlogje te spelen zoals we dat vroeger deden op zulke landjes met onduidelijke bestemming. Generaal, luitenant, soldaten, brokkelige kluiten modder als munitie, en doorgaan tot iemand vol getroffen werd en huilend vertrok.


Heen

24 – 26 juli 2000

Een warme zomerse maandagmiddag. We reden naar IJmuiden voor de avondboot van DFDS Seaways naar Newcastle. Op de radio dé zomerhit van dat jaar, ‘I Would Stay’ van Krezip.

Wachtende auto’s op de kade. Een clown liep langs de rij, grapte en grolde wat met inzittenden, bleef toen bij ons geopende raam staan en leunde tegen de auto. Hij hijgde, zweet liep over z’n schmink. Pfff, zei hij. Het was een oudere man, zagen we nu. Hij had het zwaar. ’s Avonds zouden we hem weer tegenkomen op het podium van de ‘nachtclub’, ik ben vergeten wat hij deed. Er speelde ook nog een coverbandje met een mooie zangeres die halverwege de set wegliep en niet weer terugkwam. Het had iets armoedigs allemaal, bijvoorbeeld ook het ‘casino’ dat bleek te bestaan uit een roulette op een klein tafeltje in een hoekje van de ruimte.  


Round 1: Exploring the Southern Uplands

26 – 29 juli 2000

Wie bij Schotland denkt aan grimmige bergen en ijskoude lochs heeft de noordelijke Highlands voor ogen. Het zuiden van het land bestaat uit een lieflijk landschap van zachte groene heuvels die van kust tot kust rollen. De Southern Uplands wordt het gebied genoemd.

Voor vakantiefietsers als Wim en ik prima terrein om warm te draaien. De eerste dag kwamen we niet verder dan 40 kilometer. Van Kelso naar Galashiels, toen een stukje langs de mooie Tweed en vervolgens was de dag alweer voorbij en zochten we een plek om te kamperen. We liepen via een landweggetje een heuvel op en besloten de tent op de top neer te zetten, naast een stenen muurtje. Fantastisch plaatsje! Weids uitzicht over de heuvels met hellingen vol grazende schapen en het riviertje dat met z’n bomenrijke oevers overal tussendoor kronkelde. We aten boerenkool met worst en als dessert rookten we een hasjpijpje, door Wim meegesmokkeld over zee. De zomeravond viel…en blééf vallen, zo hoog in het noorden. Windstil was het, helder, absoluut niet koud. En heerlijk rustig: het enige geluid was het blèren van de schapen dat van overal vandaan leek te komen en dat –naarmate we stoneder werden– meer en meer op onze lachspieren begon te werken – de enige spieren die nog iets deden op deze tijdloze, onvergetelijke avond.

De Tweed (van internet)


Edinburgh

29 – 31 juli 2000

Edinburgh, spreek uit ‘Edinb’row’, is een mooie, beetje merkwaardige stad. Ze bestaat uit twee delen: een Old Town uit de middeleeuwen en een lager gelegen New Town uit de negentiende eeuw, van elkaar gescheiden door een grote kloof, ooit een moeras, waar een fraai park is aangelegd, de Princes Street Gardens.


Hoog boven dat park, op een stuk vulkanische rots, Castle Rock genaamd, verheft zich het Edinburgh Castle. Een imposant bouwwerk, even ruw en hoekig als de steen waar het op staat. Hier wordt ieder jaar in augustus het beroemde Edinburgh Festival gehouden, een conglomeraat van culturele festijnen –waaronder een militaire taptoe– waar wel twee miljoen bezoekers op afkomen. Toen wij een kijkje bij het kasteel namen waren ze bezig tribunes op te bouwen.

Edinburg Castle (van internet)


Round 2: In the footsteps of St. Columba

31 juli – 5 augustus 2000

Van Edinburgh aan de oostkust staken we het land door naar Oban aan de westkust. Kleine omweg gemaakt om een blik te werpen op de Forth Rail Bridge, een ijzeren spoorbrug uit 1890, iconisch voor Schotland en vaak gebruikt op de eigen, Schotse bankbiljetten.

Forth Rail Bridge (van internet)

Oban is een klein stadje aan een baai. Haventje, zeilbootjes, hoge stenen gevels langs de waterkant, en bovenop een heuvel een zogeheten ‘folly’ ofwel een nutteloos bouwwerk uit de negentiende eeuw, in dit geval een replica van het Colosseum genaamd McCaig’s Tower. Voorbij de baai liggen de Hebriden, een eilandengroep die wel 500 eilanden telt en zich uitstrekt over honderden kilometers langs de hele westkust.


Loch Ness

5 - 7 augustus 2000

Van Oban ging de reis noordwaarts: Fort William, Fort Augustus, Inverness. Een paar honderd kilometer door de Highlands, het mooiste gebied van Schotland. Bergen en valleien, bens en glens geheten, plus de typische smalle meren –tientallen kilometers lang– die lochs worden genoemd.

Glencoe (van internet)

Round 3: The edge of civilisation

7 – 10 augustus 2000

Onze laatste mythische tocht wilden we in het hoge noorden doen. We reden daarom van Inverness naar Lairg en bleven een nachtje op de camping. ‘s Avonds aten we crofters pie in een tearoom.

Eigenlijk zouden we zelf koken, maar dat bleek onmogelijk door de aanwezigheid van Cullicoides impunctatum ofwel midges: ieniemienie mugjes die ieniemienie steken, maar in zulk zwermen tegelijk dat je er helemaal gek van wordt. Ze vormen een plaag in het drassige veengebied dat Noord-Schotland is.

Na het eten fietsten we naar de Falls of Shin, een waterval waar je zalmen kunt observeren die, onderweg naar hun geboorteplek om te paaien, proberen tegen de waterval omhoog te springen. We hebben er heel wat gezien, maar niet eentje lukte het – ondanks aanmoedigingen van de toeschouwers. Go go go go go go! Het schijnt dat één sprong een zalm enorm veel energie kost en dat hij daarna weer uren op krachten moet komen. Het was een fascinerend gezicht en we zijn tot de schemering gebleven. Hoop foto’s gemaakt ook, maar zoals ik al schreef: alle mislukt.

Falls of Shin (van internet)


Glasgow en terug

10-14 augustus 2000

Glasgow is het Rotterdam van Schotland: drukke havenstad, werkstad, arbeiders en rouwdouwers, altijd opboksend tegen de wufte superioriteit van die ándere stad, de hoofdstad. Vanaf de industriële revolutie was ze lange tijd, zowel qua inwoners als qua economie, de tweede stad van Groot-Brittannië, na het onvermijdelijke London. Haven en scheepsbouw waren de motor.