Bhaktapur

 22 – 24 april 2026

Bhaktapur is misschien wel het mooiste stadje van Nepal. Eeuwenoud, boordevol straatjes en pleintjes in dezelfde karakteristieke Newari-architectuur van rode steen en donker houtsnijwerk, allemaal met zorg onderhouden dan wel gerestaureerd na de aardbeving van 2015. Bhaktapur is namelijk een soort museum waarvoor je moet betalen om erin te mogen.


De stad is een oase van rust vergeleken met Kathmandu. Zeker ’s avonds, wanneer de dagjesmensen weer zijn vertrokken. Wat ons wel tegenvalt, is dat de stad en omgeving net zoveel van smog te lijden hebben als Kathmandu. (Een dagje op straat in Kathmandu staat gelijk aan het roken van 12 sigaretten, las ik in de Kathmandu Post.) Dat merken we wanneer we de tuc-tuc nemen naar Yadu’s huis. Hij woont op een kwartier rijden, in een dorpje genaamd Jhaukel. Zijn huis biedt vrij uitzicht op de omringende heuvels, maar deze zijn onzichtbaar achter de grauwe waas, veroorzaakt door een combinatie van uitlaatgassen, houtstook en het stof van onverharde wegen. Het is duidelijk dat er in Nepal werk aan de winkel is op milieugebied, maar gaat dat lukken?


Het huis waar wij in 2008 overnachtten, naast de traditionele stal op de begane grond, is ingestort bij de aardbeving. Yadu is bezig een nieuw huis te laten bouwen en het is grotendeels af, vandaag wordt gewerkt aan het stuken van alle muren, binnen én buiten. De bouw is met horten en stoten gegaan, soms kwamen de werklui wel opdagen, soms niet – over drie maanden zal het klaar zijn, is de verwachting. We krijgen een rondleiding. Het huis is opvallend ruim, bezit een groot dakterras en, zoals alle huizen hier, een rooftop met een grote zwarte ton voor warm water. Hij deelt het met zijn moeder, zijn vrouw, zijn zoon en vrouw en kind van zijn broer, die in Spanje werkt.

We hebben cadeautjes mee voor Yadu’s moeder en zoon, maar zoals gebruikelijk hier worden die zonder veel poespas aangenomen en weer weggestopt, zonder de ‘oh’s’ en ‘ah’s’ en ‘had je niet moeten doen’ die er in Nederland bij horen. Daarna krijgen we een smakelijke lunch van fried rice met koriander uit eigen tuin, niet van zijn moeder, die ziekelijk is, maar van zijn oom en tante die in een huis naast het zijne wonen met net zo’n groot dakterras.

Met de Tuktuk keren we terug naar Bhaktapur en wandelen door het stadje, gegidst door Yadu – net als 22 jaar geleden, maar nu in uitstekend Engels. Regelmatig groet hij bekenden. Wanneer hij ons voorstelt, krijgen we te horen: “I saw you on Facebook, welcome!” Dankzij de post van zijn vrouw zijn we een beetje beroemd geworden… Op Durbar Square eten we de lokale specialiteit juju dau (‘koning van de yoghurt’), zoete room van buffelmelk geserveerd in een soort stenen ijscohoorntje.

Verder lopend stuiten we op een soort festiviteit midden op straat en zien mensen met maskers, veel drukte, een dode koe… het blijkt een rituele Nieuwjaarsviering te zijn waarbij een koe, een schaap, een geit, een varken en een kip worden geslacht. Wende weet het perfecte plaatje van de koeienkop te maken.  


Tegen etenstijd arriveert zijn vrouw Nita en dineren we in een behoorlijk chique restaurant in een tuin, toevallig pal onder het balkon van onze hotelkamer. We eten een uitgebreide dal bhat met deeg in plaats van rijst, drinken Ghorka-bier en ook nog een gratis glas wodka van een of ander nieuw merk. Geselge a-vvod!

Terug in het hotel wacht ons een verrassing: iemand van het personeel heeft speciaal voor Wende zijn elektrische gitaar meegebracht en de twee tonen om de beurt hun kunstjes in de achterkamer. Wende geniet, ze is duidelijk in haar element.


De volgende dag, donderdag, neemt Yadu ons mee naar de oudste tempel van Nepal, Changu Narayan, daterend uit de vijfde eeuw. Hij ligt op een heuveltop en is zo goed als verlaten, wat bijdraagt aan de bijzondere sfeer die hier hangt. Yadu vertelt dat zijn zoon, toen die zes maanden was, in deze tempel zijn eerste hapje rijst heeft gekregen, een belangrijk ritueel moment in de Hindoecultuur.


       

En daarna is het tijd geworden om onze bagage weer op te pikken in Bhaktapur en afscheid te nemen van het heerlijke hotelletje met het vriendelijke personeel. We nemen de taxi terug naar Bodhanath en checken in bij Little Buddha Inn waar we ’s avonds druk zijn met het herpakken van onze bagage. Alleen het hoognodige kan mee, de rest blijft achter – want we trekken de Himalaya in.

1 opmerking: