Posts tonen met het label Nepal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nepal. Alle posts tonen

Nepal

Wat mij betreft het mooiste land ter wereld. Driemaal geweest:
-een eerste, onvergetelijke reis in 2004 HIER
-en DAARNA in 2008 om vrienden van toen te bezoeken.
Een derde keer is heel lang in de maak geweest, maar er kwam steeds iets tussen. Een kind bijvoorbeeld, om maar iets te noemen. Maar uiteindelijk is het gelukt:

Boudhanath 2

 30 april - 1 mei 2026

Onze vroege vlucht vanuit Pokhara heeft één voordeel: wanneer we arriveren bij ons hotel in Boudhanath kunnen we gewoon nog aanschuiven voor het ontbijt. Daarna ligt onze laatste dag in Nepal voor ons.

Pokhara

30 april 2026

Het busstation bevindt zich op de bodem van het dorp. Een veld vol plassen waar honden en kippen scharrelen tussen jeeps en bussen en een karavaan paarden klingelend voorbij trekt. Yadu onderhandelt een goede prijs voor een jeep die we delen met twee stille Deense meisjes en hun gids.


Poon Hill Trek

24 – 29 april 2026

Pokhara is de tweede stad van Nepal en ligt centraal in het land, aan een groot stuwmeer, Phewa Lake. Het is flink toeristisch: behalve springplank voor trekkings is het ook dé plek voor bungeejumpen, paragliden, raften, noem maar op. Eerlijk gezegd herkennen wij de stad niet meer terug.


Bhaktapur

 22 – 24 april 2026

Bhaktapur is misschien wel het mooiste stadje van Nepal. Eeuwenoud, boordevol straatjes en pleintjes in dezelfde karakteristieke Newari-architectuur van rode steen en donker houtsnijwerk, allemaal met zorg onderhouden dan wel gerestaureerd na de aardbeving van 2015. Bhaktapur is namelijk een soort museum waarvoor je moet betalen om erin te mogen.


Boudhanath

 19 – 21 april 2026

Onze eerste stop in Nepal is Boudhanath, een voorstad van Kathmandu waar een enorme stoepa staat. Yadu zet ons in een taxi die ons naar ons hotel brengt. Goed geregeld allemaal. Toch?

Welkom in Nepal!

19 april 2026

Lange vlucht, vier uur wachten in Delhi, maar dan…verwelkomd met een bloemenkrans, welkom in Nepal!



Nepal 2026

 18 april 2026

Deze meivakantie gaan we weer eens lekker ouderwets op reis. Vanavond vliegen we naar misschien wel het mooiste land ter wereld, Nepal. Voor Christel en mij wordt dat inmiddels de derde keer.

Aardbeving

Op 25 april 2015 vond er een zware aardbeving plaats in Nepal. Niet verrassend, Nepal ligt op de breuklijn van twee grondplaten, de ene schuift steeds dieper door onder de andere en veroorzaakt een hoop onrust daar, vijftien kilometer onder de grond en soms dus ook erboven. Door dit proces wordt het aardoppervlak omhoog gestuwd en dat verklaart onder andere al die hoge bergen in Nepal, zoals de Mount Everest.


Nepal 2008

We maakten een reis naar Bhutan dat jaar, en aansluitend deden we een trekking in de bergen rond Darjeeling, op de grens met Nepal. Ja, als je dan toch in de buurt bent...dan ga je even namasté zeggen tegen je vrienden natuurlijk.

Bodhanath

Zaterdag 25 oktober 2008

Inmiddels zijn we in Kathmandu, Nepal. Preciezer gezegd: in Bodhanath, een voorstadje van Kathmandu waar een enorme stoepa staat. 

Tot het laatste moment wisten we nog niet of we vanuit India met bus of vliegtuig zouden gaan, maar toen we hoorden dat een deel van de weg door Oost-Nepal door een dambreuk was vernietigd en dat een busreis nu 50 uur zou duren kozen we schielijk voor het vliegtuig, dat er 50 minuten over deed. Wel bleek het nog een heel avontuur om bij het vliegveld te komen, maar daarover later. Hier in Bodhanath logeren we bij Karma, een monnik die we vier jaar geleden hebben leren kennen. Hij woont in een keurig 4-kamer flatje. Het is ontzettend leuk om hem weer te zien, en ook om terug te zijn op deze bijzondere plek in de schaduw van de stoepa.

Utrecht

Zondag 2 november 2008

Ja, we zijn weer thuis. Zo makkelijk als je dat even opschrijft…zo moeilijk bleek het om thuis te komen. We hebben in Nepal vijf dagen geprobeerd een vliegticket terug naar Delhi te krijgen, maar zonder resultaat.

Alles zat vol. Enige alternatief was een busrit van 36 uur: zes-en-der-tig-uur-dus-brr. Daar zagen we nogal tegenop, temeer omdat we dan een dag eerder moesten vertrekken en de laatste dag misten van Tihar, het lichtjesfeest, juist de dag waar alles om draaide. Daarover later.

Eén ingeving van de eigenaar van reisbureautje Oxford Air Cargo redde ons: waarom vlieg je niet via Varanasi? Hij boekte voor ons twee vluchten, Kathmandu-Varanasi en Varanasi-Delhi, met een overstaptijd van 50 minuten en een kans van 99% dat we die tweede vlucht zouden missen, waarvoor hij dan weer voor een klein bedragje een geld-terug-garantie aanbood. Hij dacht aan alles. Wij ook. Wij dachten: laat die tweede vlucht maar zitten, vanuit Varanasi nemen we gewoon de nachttrein naar Delhi, duurt ‘maar’ 12 uur en je kan lekker slapen.


Bhai Tika



Woensdag 5 november 2008

Altijd al willen weten hoe Bhai Tika eruit ziet?


Bhai Tika is de vijfde en laatste dag van het lichtjesfeest, Tihar of Dewali genoemd, dat traditioneel in november wordt gevierd. Op deze dag zegenen zusters hun jongere broers (bhai) door op rituele wijze een stip op hun voorhoofd (tika) aan te brengen, een bloemenkrans om te hangen en cadeau's te geven.
(De andere vier dagen staan de kraai, de hond, de koe en de os centraal...)

Nepal 2004

Onze reis naar Nepal in 2004 is zonder twijfel de mooiste reis die we hebben gemaakt. Sowieso is Nepal een adembenemend land, met de hoogste bergen ter wereld en de meest fantastische trekkings. Maar het was ook voor het eerst dat we op eigen houtje naar zo’n ‘ver’ en ‘raar’ land trokken en zoals iedereen weet maakt de eerste keer altijd de meeste indruk. Alles was nieuw voor ons: ‘de’ Aziatische cultuur, het gehannes met taxi’s en bussen, het feit dat je als Westerling in het middelpunt van de belangstelling staat, kinderen die je bespringen, ja zelfs onze eerste digitale camera die we bij ons hadden. In die periode woedde de maoïstische opstand in volle hevigheid (anno 2011 zitten ze in de regering) waardoor er nauwelijks toeristen naar Nepal kwamen en wij in ieder dorp, ieder hotel en ieder restaurant zo’n beetje de enige buitenlander waren. Inmiddels hebben we dat wel vaker meegemaakt, maar toen was dat ontzettend wennen. Nepal 2004 heeft ook een aantal contacten opgeleverd die blijvend zijn gebleven en tot warme vriendschap hebben geleid, zoals met Yadu en Karma. Vooral dáárdoor is het land al die jaren heel dicht bij ons gebleven.

Voorbereiding

Al vele jaren was Nepal in m’n gedachten. Begin jaren negentig begon ik, als leunstoeltoerist, veel te lezen over bergbeklimmen en andere extreme ondernemingen. Zo ook over de beklimming van de hoogste berg van de wereld, de Mount Everest.

Verslagen van expedities daar naartoe bestaan standaard uit drie delen. Een, er is de cultuurshock bij aankomst in Kathmandu, twee, er is de lange trekking door prachtige natuur naar Everest Base Camp, drie, er is de beklimming zelf. Op mij maakten ál die onderdelen evenveel indruk. Het leek mij een fascinerende andere wereld en ik bewonderde de avonturiers om hun, eh, avontuurlijkheid, terwijl ik daar bij de centrale verwarming zat met een kopje koffie. Dat ik zélf die kant op kon gaan kwam domweg niet bij me op.




Patan

We landden op Tribhuvan Airport in Kathmandu. Vliegvelden zijn een wereld op zich. Ze lijken niet bij het land zelf te horen, maar eerder bij een internationale organisatie die bestaat uit...vliegvelden.

Het is er rustig, schoon, georganiseerd. Het land zelf begint pas als je de douane passeert. In menig land barst, zodra je door de schuifdeuren komt, een pandemonium los van schreeuwende dragers, taxichauffeurs, gidsen, hotelpick-ups en andere ritselaars en dat kan flink overweldigend zijn als je daar versuft door jetlag in verzeild raakt. In Nepal hadden we het opgelost door het eerste hotel via Oad te regelen zodat een hostess ons opwachtte op het vliegveld. Niettemin gristen een paar snelle jongens de bagage uit onze handen en toen we hen bezorgd achterna renden bleken ze deze keurig naar een Oad-busje te brengen. Wel eisten ze fooi natuurlijk. Bij gebrek aan roepies gaven we ze een paar euro. Een kapitaal, ontdekten we later.

Het busje bracht ons naar Summit Hotel in Patan, een voorstad van Kathmandu. Dit bleek een fraai hotel, eigenlijk een verzameling houten bungalows rond een tuin. Na een briefing over excursies en diner vielen we uitgeteld in slaap.

Durbar Square, Patan



Bodhanath

Goed, we hadden dus een spannend dagje Patan gehad. Daarmee hield ons Oad-arrangement op. De volgende dag moesten we het hotel uit, en Nepal ín. Brrr...

Gelukkig hadden we die, eh, mobiele monnik nog. We belden hem. Hij nam nog op ook. Hij woonde in Bodhanath, een andere voorstad van Kathmandu, een half uurtje met de taxi. We spraken af bij de grote stupa, we konden hem herkennen aan een rode pet, zei hij in krakkemikkig Engels. Eenmaal aangekomen bij die stupa werden we overlopen door honderden monniken, allemaal bezig rond te cirkelen rond het enorme bouwwerk, allemaal identiek gekleed, en velen met een rode pet. Gelukkig waren wij als toerist makkelijker te herkennen en vond Karma óns. Hij was een kleine, pezige man met een knap gebruind uiterlijk, jaartje of vijfendertig, gekleed in de traditionele rode monniksmantel met daaronder stevige sandalen, op z’n hoofd inderdaad een grote rode honkbalpet. Karma leidde ons naar een hotel dat hij had geregeld. Op de prima hotelkamer, met uitzicht op de stupa, voerden we een eerste gesprek, dat ietwat moeizaam verliep: niet alleen liet het Engels van Karma dus te wensen over (vooral z’n uitspraak), maar hij dacht diep na voor hij sprak, liet lange stiltes vallen en reageerde soms helemaal niet. Het was een beetje werken, vonden we. Monnikenwerk zogezegd.

Kamer met uitzicht


Bhaktapur

Bhaktapur is een wonderschoon oud stadje, ongeveer een uur met de taxi vanuit Bodhanath. Het is een World Heritage Site van Unesco: dat betekent dat er een groot hek omheen staat en je entree moet betalen, alsof je een museum betreedt.

Maar...je betréédt ook een museum, een openlucht tentoonstelling van tempels, beelden, ramen van houtsnijwerk, alles verspreid over talloze pleintjes en straatjes die baden in hetzelfde stoffige, gouden Himalayalicht en waar het –mede dankzij die toegangspoort– heerlijk rustig is. De enige drukke plek is het pottenbakkersplein waar de bakkers hun potten voor je uitstallen.

Durbar Square in Bhaktapur

Het verhaal van Yadu

Zaterdag 6 november 2004. We zijn net door de taxi afgezet in Bhaktapur en lopen naar de toegang. Zoals gebruikelijk werden we besprongen door jongens die hun diensten als gids aanboden.

We wimpelden iedereen af, even geen zin in een Engels stamelende local die nauwelijks meer wist dan jij,  iets wat overigens de nodige assertiviteit vereiste want nee is nooit in één keer nee in Nepal. Maar het lukte, we betaalden en waren binnen, op het plein aan de ándere kant van het hek. Operatie geslaagd, dachten we...en op dat moment sprak Yadu ons aan. Een kleine tengere jongen in spijkerbroek en rood trainingsjack, zeventien jaar oud. Hij wilde ons rondleiden, om z’n Engels te oefenen, niet voor geld, nee nee, zei hij. Ja ja, dachten wij. Waarom we dan toch akkoord gingen mag een raadsel heten. Misschien was onze voorraad ‘nee’ even uitgeput na die veldslag bij de ingang, of misschien voelden we op een bepaalde intuïtieve manier aan dat Yadu bijzonder was. Hoe dan ook, we gingen met hem op pad.


Chitwan

De zus van Karma heette Karma. Zo ging dat in Bhutan, kennelijk. Je noemt iedereen Karma en je hebt als land meteen een heleboel karma.

Deze Karma woonde ook in Bodhanath en was getrouwd met en man die Kinley heette en ons kon helpen, volgens Karma. Ónze Karma. We zochten hen op. Ze bewoonden met kun kinderen een ruime flat en aan alles was te zien dat deze mensen, voor Nepalese begrippen, niet slecht boerden. Kinley zelf was een hoffelijke man met veel humor, maar je kon merken dat hij gewend was de lakens uit te delen. Hij was oprichter en directeur van een school ( Pegasus English School) én had een soort trekkingbureautje,  hoe dat precies samenhing werd ons niet helemaal duidelijk. Door zijn uitstekende Engels en het feit dat hij in Europa was geweest, kregen we het gevoel dat hij Westerlingen begreep en vertrouwden we hem.

Dat moest ook wel. Want al snel deed zich een fenomeen voor waar we nadien vaker mee te maken hebben gehad, en dat wel een klein beetje went, al blijft het heikel: ineens moet je een smak geld toevertrouwen aan een vreemde. In arme landen wordt zelden iets op krediet gedaan. Het is boter bij de yak. Kinley wil geld hebben, omdat de mensen en diensten die hij gaat regelen óók geen stap zetten zonder geld. Het pakket dat Kinley ons aanbood, een fantastisch pakket, een droompakket, vereiste dat wij ál onze traveler cheques  nu ter plekke aan hem overhandigden, getekend en wel. We slikten en keken naar elkaar. Maar ja…wat kon er fout gaan met zoveel Karma in de familie? We deden het dus. En het is goed gegaan, zoals het in de jaren daarna, bij soortgelijke dubieuze transacties, áltijd goed is gegaan. We zijn nog nooit belazerd op deze manier. Wel op andere manieren, overigens. (DEZE manier bijvoorbeeld.)