25 - 31 december 2002
Het hart van Australië is een woestijn. Droog,
kaal, bar. Onverbiddellijk.
De temperatuur loopt er op tot 50 graden, regenen
doet het er zelden. Wat er leeft zijn woestijndieren: hagedis, slang,
geïmporteerde kameel. En Aboriginals. Net als de dieren om hen heen zijn ze
volledig aangepast aan hun leefomgeving, het land past hen, als een handschoen.
Tussen de wolkenkrabbers van Sydney valt je dat nog niet zo op. Maar hier, in
het hart van Australië, is het duidelijk.