1 – 2 augustus 2026
Op de zuidwestelijke punt van Finland ligt Turku, de oudste stad van het land. Dit was de hoofdstad toen de Zweden hier nog de dienst uitmaakten. Zij noemden het ‘Abo’: rivier (a) met een plaatsje (bo). Lekker kort.
Daar
kunnen de Finnen nog wat van leren. Lange, onbegrijpelijke woorden – dáár
blinkt hun taal in uit. Het Fins is een unieke taal, totaal anders dan
bijvoorbeeld Zweeds of Noors, alleen de taal van Estland is verwant. Er is
werkelijk geen suklaa (chocola) van te maken. De taal heeft 17
naamvallen en werkt veel met voorvoegsels en achtervoegsels (zoals ook het
Arabisch), en als je dan ook de neiging hebt van alles aan elkaar te plakken
krijg je vanzelf die lange woorden. Ik snap wel dat Finnen niet zulke praters
zijn. Te moeilijk.
Turku
dus, plaats aan de rivier. Vanuit het merengebied is het een middagje rijden.
De wegen in Finland zijn prima, lekker rustig ook, enige gevaar is dat je in
slaap valt, want het uitzicht is altijd hetzelfde: links bomen, rechts bomen.
Niet verrassend: Finland heeft het meeste bos van Europa. Het land bestaat voor
70% uit bomen, sparren vooral. Genoeg hout voor al die sauna’s, houtkachels en
vuurplaatsen, en dan blijft er nog zat over om de grootste houtexporteur van
Europa te zijn. Veel export van kerstbomen ook, zou je denken. Gek genoeg
schijnt daarin Denemarken weer koploper te zijn.
We
arriveren aan het begin van de avond op een camperplek buiten de stad, vlakbij
een strandje. Op borden langs de weg zagen we dat er een metalfestival gaande
is in Turku – ‘Baltic Metal Storm’, brrrr – maar daar is het inmiddels te laat
voor geworden. In plaats daarvan wagen Wende en ik ons aan de Baltic Sea, ook
brrrr: er is een soort de traditie ontstaan dat we elke dag een duik nemen, koud
of niet. Net als we te water willen gaan in wat toch een recreatief stukje baai
lijkt te zijn, komt er vanaf rechts ineens een joekel van een cruiseschip
aanzetten dat op honderd meter of zo passeert. Bizar gezicht.
De
volgende dag bezoeken we Turku. Het is zondag. De winkelstraat is verlaten, op
de markt vindt een bescheiden rommelmarkt plaats, terrasjes vullen zich langs
de lommerrijke oevers van de rivier Aura. Historisch centrum is de Vanha
Suurtori, de Oude Markt, waar een domkerk uit 1300 staat. Dit is de
belangrijkste kerk van Finland – iedere dag om 12:00 wordt haar klokgelui
uitgezonden op de radio. Op het plein staan een paar eettentjes; we eten er
tosti en Koreaanse baobun. Plan was eigenlijk om te lunchen bij de vermaarde
Markthal waar het stadje z’n Finse naam aan dankt (turku=markt), maar die is
gesloten vandaag.
Zo
kabbelt het leven rustig door op een zomerse zondag in dit slaperige
middeleeuwse stadje – hoewel? Wakker worden! Wat voor snerpend, laat
twintigste-eeuws geluid komt daar ineens uit de hoek van de Oude Markt? Even
kijken. Het is niet waar: een punkfestival. Op een sfeervol binnenplaatsje
raggen een viertal bands deze middag de ballen uit hun broek, figuurlijk
gesproken, want het zijn allemaal vrouwen die onder het motto ‘Females Against
Racism’ Turku op stelten zetten. We maken het optreden mee van Naakan Kosto,
authentieke Finse garagepunk met een hele relevante boodschap, al hebben we er geen
woord van verstaan.
Daarna
gaan de dames nog even los bij een paar vintage shops en fiets ik wat door
Turku, onder andere om een blik te werpen op het kasteel, het grootste van het
land. Verder dan de binnenplaats kom ik alleen niet. De middag is bijna voorbij
en we moeten nog door naar Naantali, het plaatsje waar de veerboot vertrekt.
We arriveren er tegen zessen. We lopen een rondje, het is een klein plaatsje met charmante houten huisjes rond een jachthaven waar een paar chique restaurants zitten.
Grote attractie hier is ‘Moomin World’, een themapark gewijd aan de ‘moomins’,
nijlpaard-achtige trollen bedacht door een kinderboekenschrijfster en razend
populair in Finland. Daarna strijken we neer bij een klein restaurantje gerund
door een vriendelijke familie uit Sri Lanka waar we ‘kottu’ eten: een wokschotel
met fijngehakte roti erdoor – typisch Sri Lankaans, al zou het zomaar een Fins
woord kunnen zijn.
Om
half tien staan we paraat op de kade van Finnlines. Al snel begint het
inschepen en om 22:25 – twintig minuten eerder dan gepland – is de veerboot los
van de kade, keert zich om haar as in de smalle baai en stoomt dan langs de
talloze eilanden en landtongen van de rommelige Finse Kust richting Zweden. Terwijl
we rummikub spelen, zien we het donker worden boven de laatste restjes Finland.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten