26 - 28 juli 2026
Sinds
twee eeuwen is Helsinki de hoofdstad van Finland. Terwijl het land zelf nog
maar een eeuw bestaat. Hoe kan dat?
Eeuwenlang
hoorde het gebied dat we nu Finland noemen tot het Zweedse Koninkrijk – de
Zweden gaven dat lege, waterige land ook haar naam: Fenland, ofwel land van
veen. In 1550 stichtten ze er een handelspost, Helsingfors, die weliswaar
gestaag groeide, maar lange tijd toch
een simpele nederzetting bleef, totdat de Russen hun rijk nog niet groot genoeg
vonden en Finland in 1809 inpikten van de Zweden. Ze noemden het Groothertogdom
Finland, bombardeerden Helsingfors tot hoofdstad en maakten er een
neoclassicistisch pronkstuk van á la hun eigen Sint-Petersburg. Pas na de
Eerste Wereldoorlog, in 1919, wist Finland na flinke strijd met de Russen
onafhankelijk te worden. Helsingfors werd Helsinki, Finland Suomi. Eindelijk
vrij.
Tegenwoordig wonen er een kleine 700.000 mensen in Helsinki. Zoals heel Finland bestaat de stad uit een hoop water, eilandjes en bruggen, en daarnaast ook nog uit een heleboel parken en bossen – kortom, Helsinki is vooral een hele niet-stedelijke stad. Het centrum voelt prettig aan, met ruime straten waar weinig verkeer rijdt, afgezien van wat pittoreske trammetjes.
Een enorme witte kathedraal herinnert nog aan die neoclassicistische opwelling, maar er is ook een Centraal Station in Jugendstil en een hele opvallende Russisch-Orthodoxe Kerk in rode baksteen, de grootste in Europa (buiten Rusland). En wat Helsinki ook heeft, midden in het centrum, want ja, dit is Finland: een sauna-complex. Een hele relaxte stad dus, al met al.
Vanaf onze landingsplek in Finland, Vaasa, was het nog twee dagen rijden naar Helsinki, maar dat kwam ook omdat we een middagje hebben doorgebracht in een klimpark.
Helsinki heeft één camping, 13 kilometer van het centrum, maar bij
aankomst bleek die vol; op goed geluk koersten we daarom naar een camperplek
pal naast het centrum en tot onze verrassing bleek dit een uitstekend plaatsje,
aan een baai, 2 kilometer fietsen van downtown Helsinki. Hier hebben we twee
nachtjes gestaan.
Wat
we in ieder geval wilden: naar de sauna. Want hoewel mensen op meerdere plekken
in de wereld hebben bedacht dat het lekker is jezelf met stoom te kietelen,
zijn het de Finnen die het concept hebben grootgebracht en sowieso is het hún
woord, sauna. Het betekent zowel de plek (een sauna) als de activiteit
(sauna-en). Finnen doen het dagelijks en de meesten hebben er dan ook eentje
thuis – in een land van 5,5 miljoen inwoners zijn er liefst 3 miljoen sauna’s.
Helsinki telt 60 openbare sauna’s; op de fiets naar het centrum passeerden we
er al een paar, herkenbaar aan groepjes blote mensen die de baai in springen om
af te koelen, niet een beeld wat je vaak ziet in hoofdsteden. Ja, zelfs het
reuzenrad heeft één houten cabine die als sauna dienst doet – best geinig, alleen
met €300 een beetje aan de prijs.
Wij
kiezen daarom voor Allas, die grote sauna midden in de stad. Stomen met
uitzicht op Helsinki en de veerboten die langs varen, afkoelen in een bak
zeewater van 18 graden en daarna een zwembad in van 27 graden. Gewoon met je
zwembroek aan. Voor Wende is het nieuw, ze vindt het leuk, maar na twee rondjes
houdt ze het voor gezien; wij doen nog een derde rondje, goed medicijn tegen alle
spierpijn van het klimpark. Aldus gaan we na een paar uurtjes helemaal zacht en
opgefrist weer de stad in, klaar voor een beetje…heavy metal.
Want
Finland is ook het land van de zware metaal. Vanaf de jaren tachtig ontstond
hier een levendige hardrock- en metal-cultuur en hoewel weinig bands wereldroem
hebben vergaard – voor zover mijn bescheiden kennis reikt - is Finland er op
wonderbaarlijke wijze wél in geslaagd om dat überpopperige
Eurovisiesongfestival te winnen met een metal-act, te weten Lordi in 2006 – de
enige keer dat Finland heeft gewonnen.
Hoewel
Finland er vorig jaar weer dicht bij was, met een vierde plek voor een nummer
over - hoe kan het ook anders - sauna: Bara Bada Basta, vrij vertaald ‘neem
gewoon een sauna’. Opvallend genoeg werd dit gezongen in het Zweeds, erfenis
van de Zweedse roots van dit land: er wonen een miljoen Zweedstalige mensen in
Finland en Zweeds is een officiële taal hier. Daarom zijn alle borden en opschriften steeds in twee
talen.
Maar goed, heavy metal dus. In de wijk Kamppi bevindt zich, naast een concertzaal met een roemrucht punkverleden, een paar alternatieve muziekzaken met tongbrekende namen als Levykauppa Äx en Keltainen Jäänsärkijä - dat laatste betekent 'Yellow Submarine' trouwens. Daar weet Wende weer wat cd’tjes te scoren voor haar verzameling. En geloof het of niet, er is hier zelfs een heus punkmuseum.
Terwijl de dames dit bezoeken, vermaak ik, grijze meneer op
leeftijd, mijzelf in het Helsinki City Museum, gewijd aan… nou ja, Helsinki
dus. Onder andere is er een tentoonstelling over voorsteden: naar blijkt woont
1 op de 3 Finnen in een voorstad en ook Helsinki is eigenlijk een conglomeraat
van door veel natuur gescheiden voorsteden. Maar van de typische problemen die
je associeert met suburbs lijkt hier in Finland totaal geen sprake – Finnen
zijn een heel gelukkig volkje, blijkt uit onderzoek na onderzoek.
Dat
laatste verbaast ons niets. Na twee dagen Helsinki zijn wij ook helemaal happy.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten