18 - 24 juli 2026
De
weg naar Finland gaat over Denemarken en Zweden, en niet over rozen. Maar
daarover later. Eerst vol goede moed op pad.
We
vertrekken zaterdagavond en onze eerste stop is in Friesland, waar we
overnachten bij mijn moeder en zondag de verjaardag van m’n broer in
Akkrum meepikken. Rond half vier gaat het echt los. Motor starten, rijden!
Denemarken halen is het doel en dat lukt, rond half elf ’s avonds rijden we
Christiansfeld binnen dat een spookachtige indruk maakt, door z’n verlaten
hoofdstraatje met keurige houten huisjes en perfect symmetrische lantaarns – ‘in
een horrorfilm zou er nu eentje een beetje knipperen’, merkt Wende op. Aan het
eind van de straat, naast de Netto, is een camperplek waar, volgens de reviews,
iedere nacht ritueel één campergezin wordt afgeslacht. Grapje. Voor we gaan
slapen kijken we nog de WK-finale (Spanje-Argentinië, 1-0), dus het wordt laat.
Maandag ontdekken we dat Christiansfeld een World
Heritage Site is. Het plaatsje blijkt het best bewaarde voorbeeld van een
kerkkolonie, in dit geval van de Moravische Kerk (wiens leden ook wel
‘hernhütters’ worden genoemd) die in de achttiende eeuw deze modelgemeenschap
stichtte. Het verklaart de spooky rechtlijnigheid. We lopen een rondje
door deze onverwachtse attractie en scoren nog wat tweedehandskleren bij een
Rode Kruis-winkel.
Daarna:
rijden weer. Denemarken door, langs Kopenhagen en over de 16 kilometer lange
Sont-brug naar Zweden. We vorderen tot Ljungby, midden in Smaland, de streek
van Astrid Lindgren. Hier gaan we uit eten bij een Thais restaurantje (zullen
we veel zien, in Zweden) en daarna zoeken we een camperplek op, fraai gelegen
aan een meertje waar Wende en ik nog een ijskoude duik nemen. Alles naar wens
tot nu toe.
Behalve
dat hier probleem één begint: de rechterportier van de camper kan niet meer
dicht. Dat wil zeggen: hij zit juist dicht terwijl hij openstaat – en kan
daardoor niet meer in het slot. Göddöme, hoe dan?! (Campers en deuren, breek me
de bek niet open. Ooit een vakantie in Slovenië doorgebracht met een camper
waarvan de schuifdeur twee weken lang niet meer open kon.) Na wat vloeken en
prutsen herinner ik mij dat toen wij deze Duckato kochten er van binnen extra
schuifsloten op de portieren zaten, ooit tezamen met een alarmsysteem ingebouwd
door een bangige ex-eigenaar. Ik heb ze er destijds afgehaald, maar….bewaard! Door
er eentje weer op te schroeven kan de deur in ieder geval weer stevig dicht.
Gered!
Dinsdagochtend
start echter met probleem twee. Of eigenlijk start er juist niks: de accu is dood.
Kennelijk leeggelopen ’s nachts. Met de accubooster kunnen we gelukkig op gang komen en de rest van de dag werkt de accu naar behoren, maar het is omineus. Deze
motoraccu is al jaren een zorgenkindje. (De huishoudaccu ook trouwens, evenals vrijwel alle andere onderdelen van deze 29 jaar oude Fiat.) Tegen zessen bereiken we
Stockholm en boeken voor twee nachtjes camping Bredang in het gelijknamige
voorstadje waar we ’s avonds eten in een simpele pizzeria, tussen de locals,
typische Zweden met donker haar en Arabische trekken.
Woensdag op de fiets naar Stockholm. Dagen is het mooi zonnig geweest, maar uitgerekend nu is het koud en nat. Om twee uur begint het te plenzen en vanaf dat moment blijft het regenen. Een heel verschil met de vorige keer, zie HIER.
Tussen de ergste buien door scharrelen we door Gamla
Stan, de Oude Stad, waar tussen alle obligate souvenirwinkeltjes een juweel van
een muziekzaak blijkt te zitten, door Wende op internet gevonden: Sound
Pollution, geheel toegelegd op metalmuziek. Ze wil de zaak wel
leegkopen, maar houdt het bij twee cd’s, pareltjes van Exodus en D.R.I.
We wandelen ook een rondje door het nieuwe centrum en bezoeken onder andere een IKEA, vindt Wende grappig.
Daarna stappen we weer op de fiets en glibberen over
natte straten naar Fotografiska Stockholm, een groot fotografiemuseum dat zichzelf
afficheert als ‘het meest open museum ter wereld’ omdat het liefst tot elf uur
’s avonds is geopend. Wende heeft het uitgezocht, ze interesseert zich in
fotografie; het blijkt een boeiend museum met exposities in hele diverse
stijlen, van reportage tot experiment. Fijn ook dat we een beetje kunnen
opdrogen en opwarmen.
Acht
uur inmiddels. Etenstijd. We racen naar Indiaas restaurant ‘Ghandi’ in de buurt
en trakteren onszelf op thali en butter chicken. En vervolgens weer 11
kilometer door de miezer terug naar de camping en de behaaglijke beschutting
van onze Duckato. Die volledig waterdicht is, dat dan weer wel.
Donderdag
schijnt de zon weer. Natuurlijk. En de accu is weer leeg. Natuurlijk. (Vanaf nu
kan de lezer er zonder tegenbericht vanuit gaan dat de camper ’s ochtends niet
start.) We zwengelen de camper aan met de booster en koersen verder
noordwaarts. Weliswaar gaat er vanaf Stockholm een veerboot naar Finland, maar
die zat vol; gelukkig ontdekten we dat er wel plek was op een andere veerboot,
vanaf Umea, zo’n 600 kilometer naar het noorden. Dat wordt dus weer een
middagje rijden: de afstanden zijn enorm in dit land, Zweden is ongelooflijk
uitgestrekt, meer dan 10x zo groot als Nederland. Ja, wist je dat Zweden na
Frankrijk en Spanje het grootste land van Europa is?
Aan het begin van de avond, na een hoop bos en meer, bereiken we camperplek Norrmjole Havbad, een fraai plaatsje onder de dennenbomen aan een strandje. Dat vraagt weer om een ijskoude duik. Als we gaan slapen, rond middernacht, is het trouwens nog steeds niet helemaal donker. Zo noordelijk zitten we nu, 400 kilometer van de poolcirkel.
Vrijdagochtend rijden we naar de haven waar Wasaline vertrekt. Onze camper wordt opgemeten – vanwege het fietsenrek blijken we 23 centimeter te langen moeten we bijbetalen. Maar dan mogen we de buik van het schip in.
De overtocht duurt een kleine vier uurtjes, veel korter dan de 10 tot 12 uur die het duurt vanaf Stockholm, dat scheelt weer. Behalve de Baltische Zee steken we ook een tijdsgrens over, want het is een uur later in Finland. Rond vier uur lokale tijd rijden we de boot af en passeren het bord ‘Suomi - Finland’. We zijn er!






Geen opmerkingen:
Een reactie posten