Posts tonen met het label Dahab. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dahab. Alle posts tonen

Dahab

Dahab (Arabisch voor 'goud', دهب) is een kustplaatsje aan de Golf van Aqaba, een zijarm van de Rode Zee. Toeristisch? Zeker, maar niet te vergelijken met strandfabrieken als Hurghada of Sharm el Sheikh. Zeker buiten het seizoen proef je nog de loomheid van het bedoeïnenoord dat Dahab ooit was. Sinds mijn vader contact legde met een Egyptische gevechtsportleraar in Dahab is het een vaste bestemming geworden voor mijn familie, een soort Ardennen in de woestijn. 
Ikzelf ben er in 2007 en 2012 geweest. Die laatste keer was...nou ja. Ken je die mop over die familie die naar Petra ging?

 

Dahab 2012

23-30 maart 2012


Dahab is een heerlijk plaatsje. Het is rustig, overzichtelijk, ontspannen, je kunt er prima duiken en snorkelen en de bewoners laten je gewoon je gang gaan, wat niet overal in Egypte zo is. Toen we er in 2007 waren, wisten we zeker: hier gaan we volgend jaar weer naartoe. Uiteindelijk zou het dus vijf jaar duren. 

Nu, in 2012, zijn we er weer, ditmaal met m’n ouders en m’n zus Leonie. We zitten in een ander hotel (Star of Dahab), aan zee deze keer. Christel en ik hadden een tweepersoonskamer geboekt, maar krijgen een soort familiekamer, alsof ze wisten dat we eigenlijk met z'n drietjes kwamen... (Christel was vier maanden zwanger inmiddels.) Voor de rest lijkt er niets veranderd. Ongetwijfeld zijn er wat zaakjes verdwenen en andere voor teruggekomen, en is Egypte inmiddels een revolutie rijker en een Mubarak armer, maar voor het oog is Dahab nog hezelfde lome luie loungeplaatsje.

Met Boesi, de huiskat


Dahab 2007

Donderdag 17 mei 2007
Dahab dus. Dinsdagavond hier aangekomen, eerst een vlucht van vijf uur naar Sharm-el-Sheik en dan een uur met de taxi. We checkten in in Full Moon Hotel en zoeken daarna Hamada en Marion op, de kennissen van m'n ouders die ons deze week een beetje op sleeptouw nemen. Hij is een grote zwarte Egyptenaar en zij en blonde Brabantse en samen hebben ze twee kinderen, Warda en Tamim. Ze ontvangen ons hartelijk en het is alsof we ze al jaren kennen.




Dahab 2007 (2)

Maandag 21 mei 2007

Vrijdag gaan we de Sinaï-woestijn in. We hebben een 4-wheel-drive met chauffeur tot onze beschikking en Marion gaat mee als onze gids. Ze zorgt ook voor het eten en drinken, maar blijkt de kaas/vleeswaren te zijn vergeten, zodat we in de stuiterende wagen zitten te klooien met brood en jam. Die kan haar fooi vergeten… Het is twee uur rijden naar de Coloured Canyon, waarvan het laatste stuk over een zandvlakte. Ooit was dit een moerasgebied, maar nu is het er onvoorstelbaar droog en verlaten, een desolaat landschap dat me doet denken aan de film Jesus Christ Superstar: precies dezelfde dorre rotsformaties, alleen de zingende hippies ontbreken. You started to believe/the things they said of you/you really do believe/this talk of God is true-ue… Jeeeesssus!!!



Dahab 2007 (3)

Donderdag 24 mei 2007

"De Mozesberg. Je moet er maar opkomen."
     C.C. Cools

We zijn weer thuis. Dinsdagmiddag een afscheidslunch bij Hamada en Marion thuis, vis met rijst, salade en pitabrood, heerlijk. Fantastische mensen, ze hebben de hele week voor ons gezorgd en waren ongelooflijk gastvrij. Het bleek ook wel een feestweek, want zowel Tamim was jarig (hij werd negen) als Marion ( ze werd... een jaartje ouder).

Daarna de taxi naar Sharm-el-Sheik en 's avonds laat het vliegtuig naar Nederland. Op het vliegveld was het druk en rumoerig, allemaal proletariërs uit Nederland en Engeland, roodverbrand en lelijk, 'red fish' zou Hamada hebben gezegd. Als voormalig duikschoolhouder heeft hij de gewoonte mensen als vissen te zien. Christel was een 'sweet fish', en toen ze een keer lang uitsliep 'sleep fish'. Ik werd  octopus gedoopt omdat ik 'many arms' had. Enzovoorts. Om half vijf 's ochtends lagen we eindelijk in onze eigen Hollandse vissekom.