Posts tonen met het label Thailand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thailand. Alle posts tonen

Thailand

Thailand: het land lijkt een cliché van fout toerisme met z'n sex, drugs en back packers rock 'n roll. Lang meden we het, maar toen we er toch een keer verzeild raakten bleek het ... een heerlijk land.

Inmiddels zijn we er twee keer geweest:

- in 2010 (HIER) 

- in 2016 tijdens ons wereldreisje (HIER)

Ayutthaya

7 - 9 december 2016
 
Het einde komt in zicht. We zijn in Thailand, het zevende en laatste land van onze reis. Op Suvarnabhumi Airport in Bangkok pikken we een auto op en rijden naar Ayutthaya, de oude koningsstad zo’n 80 kilometer boven Bangkok.

Op de kosten wat te drukken hebben we het kleinste en goedkoopste voertuig gehuurd, in de stille hoop een upgrade te krijgen. Om een of andere reden krijgen we namelijk altíjd een upgrade van autoverhuurders. En ja hoor, daar komen de magische woorden…we have given you a free upgrade zegt het meisje achter de balie. Fijn…voor Wende vooral, dan hoeft ze niet bedolven onder bagage op de achterbank naar adem te happen. Voor het eerst –doe eens gek, dachten we– nemen we er zelfs een gps bij, maar het Hertzmeisje schudt haar hoofd. Hun gps’sen zijn verouderd, je hebt er niks aan. En dus verlaten we gewoon weer zwetend met een kaart op schoot de luchthaven, proberend om vooral niet in Big Bangkok verzeild te raken. Het lukt. Alles staat goed aangegeven, de wegen zijn prima, zonder moeite komen we in Ayutthaya.


 

Brug


Kanchanaburi

 9 - 12 december 2016

Na alle ellende van mislukte oorlogen, gevangenissen en killing fields wordt het tijd voor een wat vrolijker onderwerp: de Birmaspoorlijn. Gezellige boel destijds – tenminste als je de Hollywoodfilm met kwiek fluitende Engelse soldaten moet geloven. De realiteit was grimmiger.


‘Death railway’ luidt de weinig verhullende bijnaam. Ongeveer 12.500 krijgsgevangenen en misschien wel 100.000 Aziatische arbeiders (vooral Tamils) lieten het leven tijdens de twee jaar dat de 400 kilometer lange spoorlijn werd aangelegd, van 1942 tot 1944. Geschat wordt dat iedere biels gelijk staat aan een slachtoffer. Omdat de Japanners, die zowel Thailand als Birma bezet hielden, al vrij vroeg in de Tweede Wereldoorlog hun overmacht op zee kwijt waren besloten ze een spoorlijn naar Birma aan te leggen om troepen te vervoeren, dwars door het ruige, bergachtige grensgebied tussen de twee landen. Dat betekende jungle kappen, tunnels uithouwen, bruggen bouwen. Overal uit het Groot-Japanse Rijk werden krijgsgevangenen vandaan gehaald: Britten, Australiërs, Nederlanders uit het verslagen Oost-Indië. Ze werden meedogenloos aan het werk gezet, kregen nauwelijks te eten. Malaria, beri-beri, dysenterie, cholera raasden door de vervuilde gevangenkampen. Nee, veel te fluiten viel er niet.

 

Krabi

13 - 15 december 2016

Nachttrein in Thailand: geweldig weer. Geen slaapcoupé ditmaal, maar een second class sleeper, dus een wagon met luxe bankjes die ’s avonds worden omgetoverd tot bedden. Maar dat hoef je niet zelf te doen.


Rond half negen, negen uur verschijnt er een treinsteward die routineus de boel verbouwd. Stoelen tegen elkaar, matrasje uitspreiden, fris wit lakentje erover, kussentje, dekentje, gordijntje ervoor…et voíla. Een treinstel vol prima slaapplekjes. Vooral de benedenbedden zijn heerlijk ruim, zó ruim dat Christel er samen met Wende de nacht doorbrengt. Eigenlijk wilde Wende boven slapen, natúúrlijk, maar toen ze zich eenmaal daarboven had geïnstalleerd en met een blij koppie door het gordijntje keek kwam de treinsteward het verbieden, te gevaarlijk vond hij. Misschien had hij wel gelijk, de bovenste bedden hadden geen reling en de trein schudde nogal. Dus hebben we allemaal beneden geslapen en een paar honderd bhat over de bhalk gesmeten.


 

Koh Lanta

15 - 18 december 2016

Koh Lanta is een tropisch eiland dat het midden houdt tussen onontdekte parel en platgestampte pannenkoek. Qua formaat vergelijkbaar met Texel, alleen met een heuvelachtig binnenland. En de zee is twintig graden warmer.


 
Hier brengen we onze laatste week door. Het toerisme concentreert zich aan de westkust, waar de stranden zijn en de zon ondergaat. Wij verblijven vlakbij Pra Ae (Long Beach), niet aan het strand maar aan de overkant van de hoofdweg, in Arthaya Villas. Een gloednieuw resortje van zeven huisjes met een aparte woon- en slaapkamer, wat erg lekker is als je er langer zit en ’s avonds een kind moet opbergen.



Eind in zicht

 21 december 2016

 De laatste dag van onze reis nadert. Gelukkig wordt dat wel een hele lange dag, met boot, busje, drie vliegtuigen en dan ook op Schiphol nog iets. Zo rekken we het een beetje.


Maar eerst een korte terugblik. Uiteindelijk is de reis verlopen zoals we hem mentaal hadden uitgestippeld. We zijn wat langer in Maleisië gebleven en wat korter in Vietnam, maar aan de thuis bedachte route is weinig veranderd. Ik weet niet wat dat over ons zegt, doelgericht of fantasieloos, maar zo is het dus gegaan. Los van een paar duikweekjes zijn we aardig doorgetrokken steeds; we zijn dus nooit ergens waar het ons beviel blijven ‘hangen’. Op een of andere manier past dat niet zo bij ons. Zodra we ergens de attracties hebben afgegraasd worden we onrustig en willen we naar de volgende groene weide.

Klaar voor de terugreis

Thailand 2010

Twee weken in Thailand doorgebracht. Het was bedoeld als korte tussenstop richting Laos, want we hadden het eigenlijk niet zo op Thailand: het land lijkt een cliché van fout toerisme met z'n sex, drugs en back packers rock 'n roll. Maar tot onze verrassing vonden we het een heerlijk land en daarom willen we er zeker nog eens naar terug, maar dan een ietsiepietsie langer.



Bangkok

Catastrofes treden zelden in hun eentje op. Het liefst overvallen ze je in groepsverband. Ze trommelen elkaar op en kondigen elkaar aan: de ene ramp is jobsbode namens de andere.
Aldus de fraaie opening van A.F.Th. Van der Heijdens ’Vallende ouders’.

Het was een catastrofe die ons in Bangkok bracht. Geen toeval: het leven van Christel draait om rampen, ‘crisisbeheersing en rampenbestrijding’ luidt officieel de naam van haar vakgebied. Ze werkt in Zaandam en de ergste ramp die ze daar heeft meegemaakt, toevallig ook de eerste, is het afbranden van een cacaofabriek.  Geen lolletje natuurlijk, maar gemeten op wereldschaal –aardbevingen, ontploffende kerncentrales, vliegtuigcrashes– kan het erger.

Neem bijvoorbeeld een tsunami. Dat was nog eens een ramp, 230.00 dodelijke slachtoffers. Reden waarom de internationale rampenbestrijders van deze wereld,  lees de Verenigde Naties, zich zijn gaan toeleggen op het onwikkelen van een Tsunami Warning System: een combinatie van boeien met sensoren, training en voorlichting, evacuatieplannen die de volgende grote golf te snel af moeten zijn. Als die komt. Een axioma uit het rampgebeuren, zo heb ik van Christel geleerd, is dat je je altijd voorbereidt op de vorige ramp.


Chiang Rai

We namen afscheid van elkaar. Gerda keerde terug naar Nederland en wij reisden door naar Laos, via een plaats die Chiang Rai heette. Dat was een tip van Lieke.

Ze had nog een heleboel andere tips voor ons, hielp ons met hotel en vliegtuig enzovoorts, dat was ontzettend prettig voor ons. Maar haar basistip, namelijk dat Thailand veel interessanter was dan Laos, legden we eigenwijs naast ons neer.

Chiang Rai ligt helemaal in het noorden van Thailand. We vlogen er in anderhalf uur naartoe. Het ligt in de zogeheten ‘gouden driehoek’ ofwel het grensgebied van Thailand, Birma en Laos, berucht om z’n productie van opium (voor heroïne bijvoorbeeld). Ons hotel heette dan ook Golden Triangle Inn. Het is een bescheiden plaatsje, niet te verwarren met Chiang Mai dat meer naar het westen ligt en een bekend toeristenoord is, waar je jungletochten kunt maken en op een olifant zitten, van die dingen. Niet dat dat in Chiang Rai niet kan, het is alleen veel kleiner van opzet allemaal. Dan bedoel ik niet de olifanten.




Ubon Ratchathani

Geluk zit -net als ongeluk- in een klein hoekje. Onverwacht springt het naar voren. Ook hoogtepunten van reizen kunnen onvoorspelbaar zijn: vaak zijn het toevallige ontmoetingen, plekken waar je komt als je fout loopt, zaken die anders gaan dan je had gepland.

Zo bewaar ik een warme herinnering aan Ubon Ratchathani, een provincieplaats waar weinig te beleven valt en eigenlijk niemand komt, maar waar wij een middagje moesten doorbrengen omdat we er ’s ochtends per bus aankwamen en ons vliegtuig pas ’s avonds laat vertrok. Het grappige is dat het vliegveld(je) zich midden in de stad bevindt. Nadat we ’s ochtends onze bagage in bewaring hadden gegeven en een taxi naar het centrum hadden genomen, bleek dit zo dichtbij dat we ’s avonds gewoon zijn teruggelopen.




Koh Lipe

Gezocht: tropisch eiland… Helaas is Laos ‘landlocked’, zoals de Engelsen zo mooi zeggen, dus moeten we uitwijken naar Thailand. Na flink wat surf- en vliegwerk in Laotiaanse cyberspace valt onze keuze op Koh Lipe, een miniscuul paradijsje in de Indische Oceaan, helemaal in het zuiden van Thailand, zo’n beetje op de grens met Maleisië.

Het vereist dus nogal wat gereis om er te komen. Op een rijtje gezet, in anderhalve dag: een tuctuc, een bus, een taxi, een vliegtuig, een taxi, een hotelbusje, nog een vliegtuig, nog een taxi, een veerboot… En dan nog vijf minuten lopen op een knisperend wit tropisch strand.