Posts tonen met het label Laos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Laos. Alle posts tonen

Laos 2010

In november en december 2010 een dikke maand rondgereisd in Thailand en Laos. Eigenlijk was Laos het doel, maar je krijgt Thailand er automatisch bij, want alleen vanuit Thailand kun je naar Laos toe (of je moet je wagen aan China of Birma). De grens tussen beide landen is 1754 kilometer lang en wordt vrijwel geheel gevormd door één rivier, de Mekong, die slechts twee bruggen telt...dat is dus gemiddeld één brug per 877 kilometer! Wij zijn Laos in het noorden binnengekomen en vervolgens per boot en bus zo'n duizend kilometer naar het zuiden gereisd, bijna tot de Cambodjaanse grens, alvorens we terugkeerden naar Thailand en een tropisch eiland in de Indische Oceaan, om te duiken.

Slowboat

Na een verblijf in Bangkok zijn we naar het noorden van Thailand gevlogen en daar de grens, dus de Mekong overgestoken met een bootje. Zo kwamen we in Laos, in het plaatsje Houaxang waar niet veel te beleven viel, behalve dat er de zogeheten ‘slowboats’ vertrokken, lange platte schuiten waarmee Laotianen van oudsher over de Mekong varen. 

Tot voor kort was Laos een land zonder infrastructuur: je had alleen de Mekong als een manier om enigszins gemakkelijk van A naar B te komen. Nog steeds heeft Laos weinig wegen, en geen enkele spoorlijn. Het zal komen door de weerbarstige natuur, veel jungle en bergen, door de armoede en deels wellicht ook door het ontbreken van een Westers ambitiekader. Bij oude en nieuwe kolonisatiemachten als Frankrijk en Verenigde Staten lees je steeds dezelfde verzuchting: ze zijn heel aardig en vriendelijk, de Laotianen, maar niet vooruit te branden!

Maar dat toch ook dit kalme, afgelegen hoekje aarde inmiddels flink globaliseert ontdekten wij al op dag één in Houaxang: we stuitten namelijk op een pinautomaat! Volgens onze reisgids van drie jaar geleden waren die er nog niet in Laos. En zo bleken er de afgelopen jaren wel meer nieuwe dingen in Laos te zijn gearriveerd. Toeristen, met name.



Louang Prabang

Louang Prabang is de mooiste stad van Laos. Het is de oude hoofdstad van Laos (inmiddels is dat Vientiane) en de naam betekent 'groot heilig beeld', waarmee gedoeld wordt op de Pha Bang, een gouden Boeddhabeeldje dat geldt als het belangrijkste religieuze symbool van het land en tentoongesteld is in het voormalige koninklijk paleis. Er wonen ruim 100.000 mensen en het is een oase van rust, zelfs het centrum.

Kalme, lommerrijke straatjes naast de Mekong met nauwelijks verkeer. En tempels, heel veel tempels.

Laos hoort tot het zogenaamde Theravada of zuidelijke Boeddhisme, dat zich vanuit de geboorteplaats van het Boeddhisme (Noord-India) in zuidelijke richting heeft verplaatst naar Thailand en Laos, dit in tegenstelling tot het Mahayana (noordelijke) Boedhhisme dat naar Tibet, China en Japan is gegaan. De zuidelijke stroming zou orthodoxer zijn, strenger in de leer, maar de finesses ontgaan je als buitenstaander. Meest opvallende verschil is dat de monniken hier oranje zijn gekleed, niet rood. Verder zien de tempels in Laos er anders uit, sierlijker en meer versierd, en zijn ze iets anders ingericht. En ze heten Wat.



Vientiane

We gaan naar Vientiane, zo’n 350 kilometer ten zuiden van Louang Prabang. Dat betekent een volle dag reizen, met de bus, langs de enige noord-zuid-verbinding van Laos, Route 13. Een heftige rit, met veel bergen en haarspeldbochten, en hier en daar wrakken van vrachtwagens in het ravijn.

In het donker komen we aan. Ook in de bus zat medelander Gert met zijn Thaise bruid. Hij weet een geschikt hotelletje en we delen een taxi er naartoe. Daarna stelt hij voor samen uit eten te gaan, een uitnodiging waar we even over twijfelen, want we hebben zo onze (voor)oordelen over oude blanke mannen en jonge Thaise vrouwen en die geven we niet zomaar prijs natuurlijk. Maar we doen het toch, gelukkig, en beleven een buitengewone avond. Daarover later meer.




Champasak

Reisdagen zijn altijd spannend. In de zin van: opwindend, omdat je weet dat er iets nieuws en onbekends komt en je nieuwe vergezichten zult zien. Maar ook in de zin van: onzeker, omdat...er iets nieuws en onbekends komt.

Je kunt niet overzien waar je terecht zult komen. Over het algemeen speelt de opwinding in het begin van de reis een rol en de onzekerheid pas helemaal aan het eind. Daartussen, ja daartussen zit de eigenlijke reis: een lange periode van...niets. Wachten. Op mij heeft dat een kalmerend effect, ik word altijd heel rustig van reizen, ongeacht of het nou in een saai vliegtuig zonder uitzicht is of in een Afrikaanse bus vol kakelende kippen en lokalen. Met dank aan Primatour, ook. Deze pillen tegen reisziekte slik ik altijd voorafgaand aan boot- en busreizen. Jarenlang heb ik me afgevraagd waarom ik, eenmaal onderweg, al na vijf minuten overvallen werd door een onbedwingbare behoefte tot slapen. Tot ik een keer de bijsluiter van Primatour laszzzz. Hoe dan ook, reisdagen zijn dus prettige, ontspannen dagen met een geheel eigen dynamiek.