Onze
Scandinaviëtour nadert z’n einde. Donderdagochtend vertrekken we vanaf onze
charmante camping bij de Preikestolen, niet ver van Stavanger, en de bedoeling
is om vrijdagavond weer thuis te zijn. Dan zijn we exact vier weken weggeweest.
Maar.
Eerst
wordt het nog spannend om de boot naar Denemarken te halen, want onze planning
is krap aan en we hebben wat pech met een druk pontje onderweg. Het is zo’n
vier uur rijden naar Kristiansand: weer urenlang die slingerende 80-kilometer
wegen langs fjord en meer, weer al die tunnels. Uiteindelijk redden we het
makkelijk: 15:45 rijden we de kade op, om 16:30 vertrekt de Speedline van Color
Line Ferries en verdwijnt Noorwegen uit zicht, als laatste een vuurtoren die
eenzaam de wacht houdt op een rotseilandje.
De
zon schijnt, het Skagerrak is spiegelglad, na een dikke drie uur doemt Hirthals
op en even later rollen we Denemarken
binnen. Het is alsof we een andere wereld binnenrijden: plat landschap, veel
bebouwing, een weg met vier rijstroken waar je liefst 120 mag…en geen tunnels
meer, eindelijk! We rijden een uurtje door en overnachten in de buurt van Aalborg,
aan een rivier.
Dan
wordt het vrijdag, rijdag. Voor negenen zijn we al op pad. Arhus, Flensburg,
creepy Christiansfeld van de heenweg – Denemarken schiet voorbij, we
zijn al in Duitsland. Naarmate we dichter bij Hamburg komen wordt het druk,
drukker, drukst. Wegonderhoud, afgezette rijbanen, file. Tegen vieren pas naderen
we de Elbetunnel, de onvermijdelijke doorsteek van de rivier waar Hamburg aan
ligt en met 3,5 kilometer één van de langste tunnels van Duitsland. (Voor de
Noren een lachertje natuurlijk.) Vooruit, nog één tunnel. Tweebaans, maar één
baan is afgezet. We rijden 50, 60, we zijn halverwege, op het diepste punt.
Ineens…
-De
koppeling doet het niet meer, zegt Christel
Stilte.
Even verwerken dit.
-Wat
bedoel je?
-Hij
doet het niet, ik kan niks meer.
-Wát
kan je niet meer?
-Niks!
Aan
haar stem hoor ik dat het menens is. Ze stuurt de camper naar rechts, de
afgezette rijbaan op, en stopt precies bij zo’n SOS-kastje aan de muur waar je
altijd aan voorbij rijdt terwijl je denkt ‘wat vreselijk als je dát nodig hebt’.
Maar het is nodig nu. Ik stap uit, open het deurtje – een telefoon. Als ik de
hoorn pak, klinkt er meteen een stem. Hallo? Hello, we have a problem, our
car is broken. Gek: hoewel ik
prima Duits spreek, schiet mijn brein in deze stresssituatie automatisch naar Engels.
De stem zegt: Stay inz ze car, we are coming.
We wachten inz ze car. Ongelooflijk geluk dat er een baan vrij is, realiseren we ons; daardoor staan we relatief veilig, al blijft het een hele unheimische situatie daar in die duistere tunnel met al die langs schietende auto’s.
Gelukkig zien we snel zwaailichten verschijnen in de spiegel. Er arriveren twee
brandweerauto’s, waarbij eentje voor ons gaat staan en eentje achter ons; de
voorste haakt een kabel aan en sleept de camper de tunnel uit, naar een
zijweggetje; wij rijden mee in de achterste wagen, met een vriendelijke jonge
brandweerman die zo attent is zijn collega’s te loodsen naar een schaduwrijk plekje,
want het is warm vandaag. Ze noteren wat gegevens en vertrekken weer. Door naar
het volgende noodgeval, hun werkgebied is uitsluitend de Elbetunnel.
Daar
staan we dan. In Hamburg, op een stil plekje met wat bomen, tussen een viaduct
en een grote containeropslag. ANWB bellen, wachten op hulp. Na drie kwartier
arriveert een Duitse wegenwacht, een wat zakelijke jongen die constateert dat
de koppeling kapot is, dûh, en er gesleept moet worden. Vrijwel onmiddellijk daarna
verschijnt de sleepwagen. Voor de tweede keer (zie HIER) moeten we toezien hoe
onze Duckato hulpeloos, als een lame duck, afgevoerd gaat worden. Een
vrolijke man die vertelt over zijn vier kinderen brengt ons naar een
willekeurige garage ergens ten zuiden van Hamburg, in een voorstad met de
verwarrende naam Harburg, iets wat nog een hoop miscommunicatie met de ANWB zal
opleveren.
Nu
staan we dus weer hier: Lewenwerder 16, naast een soort asielzoekerscentrum,
meteen komen een paar nieuwsgierige kinderen polshoogte nemen. Uit Macedonië
komen ze, ze spreken Duits, Engels, Italiaans - welk verhaal daar achter zit
zullen we nooit weten. Tegen zessen is het nu, vrijdagmiddag. Absoluut het slechtste
moment van de week om iets te hebben, of het nou panne of kiespijn is, want je
bent sowieso veroordeeld tot het weekend uitzitten. We besluiten er maar het
beste van te maken en gaan eerst maar eens uit eten, bij een verrassend leuk
restaurantje op fietsafstand aan de Neuländer See. Met een lekker biertje erbij
zien Christel en ik de hele toestand wel weer als een avontuur, maar Wende met
haar colaatje kan deze onverwachtse wending van de vakantie slecht verteren, ze
had zich verheugd op het weerzien met haar vriendinnen en wil naar huis. Geef
haar eens ongelijk. ’s Avond hebben we geen zin meer in spelletjes, we kijken
een film en gaan dan slapen, alsof er niets aan de hand is en we gewoon op een
camperplek staan, op zich niet raar, want we hebben wel vaker in een woonwijk
gestaan.
Zaterdag
overleg met de ANWB. Tot maandag gebeurt er niets natuurlijk. Dat doet ons
besluiten dat Christel en Wende vandaag met de trein naar huis gaan. We boeken
een ticket, vertrek 15:45. Ik reis met ze mee naar Hamburg Hauptbahnhof en na
nog een drankje ergens op een terras nemen we afscheid op het perron. Het valt
ons zwaar, om zo uit elkaar te moeten na vier weken lang intensief samen te
zijn geweest; het huilen staat ons nader dan het lachen. Ze stappen in, de trein
vertrekt, we zwaaien nog naar elkaar en dan is het voorbij - de Scandinaviëtour van de familie Cools is voorbij, geëindigd op het station van Hamburg.
Er resteren alleen nog wat losse eindjes. Die camper natuurlijk, en ikzelf voel me eerlijk gezegd ook een los eindje. Met een knoop in m’n maag bezoek ik Hamburg, ga een dagje fietsen en bel maandag eindeloos met de ANWB nadat ik tevergeefs een paar garages in de straat ben afgelopen. Besloten wordt de camper naar Nederland te ‘repatriëren’. Pas dinsdagmiddag wordt hij weggesleept, naar een depot in de buurt vanwaar hij dan ergens komende weken op transport naar Nederland gaat; daarna rij ikzelf naar Utrecht met een huurauto vol vuile was, beddengoed en … koelkastmagneten van Finland, Zweden en Noorwegen voor onze landenverzameling. Herinnering aan een ongelooflijke trip van 7200 kilometer.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten