11 augustus 2026
Haugesund,
Noorwegen. Niet een plaats die meteen een bel doet rinkelen. Toeristisch valt
er weinig te beleven en de stad stond ook niet op ons programma. Maar er is een
sjukehus in Haugesund - en daar moesten we even naartoe.
Want. Na Bergen is de volgende activiteit op Wende’s avonturenlijstje een Via Ferrata. Nog nooit gedaan, dus moet geen probleem zijn, is haar motto. Een Via Ferrata, Italiaans voor ‘ijzeren weg’, is een klimroute door de bergen die vanwege alle ijzeren steunen, rails en bruggen ook voor niet-klimmers te doen is. De moeilijkste van Noorwegen heet Kyrkjevegen en gaat loodrecht een klif boven de Akrafjord op – dat is nog een niveautje te hoog voor ons. Maar op dezelfde plek zit de Ingadalen-route en die is ‘family friendly’ aldus de website.
Volgens
de beheerder, die ons klimgordels en helmen aanreikt, is het een fluitje van
een cent; moeilijkste is om het begin van de route te vinden, zegt hij en hij
legt omstandig uit hoe we er moeten komen. Weg op, tweehonderd meter naar
links, betonnen rand, buis. Naar blijkt begint de Ingadalen zodra je door een muffig
tunneltje onder de weg bent doorgekropen. Eerst een stuk heuvelop en dan begint
de klim: via in de rots geschroefde steunen omhoog, gezekerd aan een
staalkabel. Gestaag klimmen we omhoog, tot we op het hoogste punt zijn en uitkijken
over de Aksjaford, 240 meter onder ons. Mooi.
Er
volgt een brug van vier staalkabels over een ravijn, die we al wiebelend,
voetje
voor voetje, moeten oversteken.
En daarna begint de afdaling. Langs de helling
naar beneden klauteren, over natte rotsen, gras, mos en aarde die zompig is van
de drie weken regenval die Noorwegen net achter de rug heeft. Ik merk nog op dat
de meeste bergbeklimmers verongelukken tijdens de afdaling, grapje natuurlijk,
al is het statistisch een feit. En dan val ik.
Ik
glij van een gladde steen, wil op m’n handen landen, maar struikel onderweg nog
een keer en val machteloos met m’n hoofd naar beneden, bovenop een gekartelde
rots, precies onder de helm, op m’n linkeroor. Een enorme dreun van binnen en
een explosie van pijn. Christel en Wende snellen toe, geschrokken. Ik ga
zitten, even zitten, nog even zitten - de pijn ebt weg, maar ik voel bloed m’n
oor instromen. We drukken er een zakdoekje tegenaan. Ik denk dat we even langs
de dokter moeten, zegt Christel, op een toon van ‘maar eigenlijk stelt het
weinig voor’. (Later vertelt ze: ik wilde het niet zeggen, maar ik zag meteen
dat je hele oor was gescheurd.) Voorzichtig dalen we verder de heuvel af en
lopen terug naar het outdoorcentrum. De beheerder lijkt niet erg onder de
indruk, maar belt een dokter in Olen en maakt een afspraak om 18:40. Goodluck,
zegt hij.
Het
is drie kwartier rijden. Tja, Noorwegen: meer land dan inwoners, dus alles ligt
een eind uit elkaar. Onderweg ontwikkelt zich een gigantische bult, maar met
een koud blikje Fanta er tegenaan zakt die net zo snel weer weg. Wonderbaarlijk.
Mooi op tijd arriveren we bij de Legevakt, de huisartsenpost. Een engel van een
assistente maakt mijn wond schoon en spreekt haar twijfels uit of ze er hier
iets aan kunnen doen. Inderdaad. De huisarts werpt er één blik op en zegt
resoluut: ‘dat wordt opereren, in het ziekenhuis’. Waar? In Haugesund.
Haugesund
dus. Weer drie kwartier rijden. Het Helse Fonna Sjukehus lijkt uitgestorven
wanneer we binnenlopen en ook de eerstehulppost is een oase van rust, niet te
vergelijken met Utrecht. (Later hoor ik dat er veel Nederlandse artsen naar Noorwegen
uitwijken, omdat het hier veel ontspannener werken is.) Een jonge arts,
Benjamin, neemt mij samen met een verpleegster en een arts-assistent onder
handen; onder plaatselijke verdoving naait hij m’n oor weer aan elkaar, waarbij
de arts-assistent de laatste twee hechtingen mag doen, om te leren - “her first
time in human tissue” legt Benjamin uit. Met mijn hoofd in het verband, een recept
voor antibiotica én een paar toeristische tips van de aardige verpleegster keer
ik terug in de wachtkamer waar Christel en Wende zitten.
Het
is half tien inmiddels. Onze plannen voor een camping met eindelijk weer eens een
warme douche en een wasje kunnen de prullenbak in; in plaats daarvan eten we
hamburger en falafel bij een Kebab-Pizzeria die nog open is in downtown
Haugesund en eindigen weer op een camperplek. Met de schrik vrijgekomen. En terwijl we een borrel drinken op de goede afloop, moet ik denken aan m'n ouders. Ze zijn vaak in Noorwegen geweest en het is alsof ik ze hóór grappen: nou zoon, we wisten dat
Noorwegen een duur land is, maar jij bent letterlijk een oor aangenaaid…
------------------------------------------------------------------
Meer Noorwegen?


Geen opmerkingen:
Een reactie posten