Dachau
was het allereerste concentratiekamp van de nazi’s. Ze begonnen er al mee in
maart 1933, zes weken nadat Hitler aan de macht was gekomen. Kennelijk hadden
ze haast.
Bedoeling was zo snel mogelijk alle binnenlandse ‘vijanden’ op te sluiten, ofwel iedereen die kritisch was geweest: politici, journalisten, vakbondslieden. Als locatie werd een verlaten munitiefabriek in Dachau gekozen, een dorpje net boven de uitvalsbasis van de nationaal-socialisten, München. Hier verrees het Konzentrationslager, een met slotgracht, muur en elektriciteitsdraden beveiligd terrein vol barakken dat in de loop der jaren voller en voller zou worden. Vanaf 1935 kwamen er naast de staatsvijanden ook andere ongewenste elementen bij zoals homoseksuelen, Jehova’s, Roma, Sinti en joden, en na 1942 ook Russische krijgsgevangenen, al werden die laatste snel vermoord. Was het kamp oorspronkelijk berekend op 5000 gevangenen, in de oorlog werden dat er tienduizenden. In totaal zouden zo’n 200.000. ongelukkigen korter of langer in Dachau verblijven.
Dachau
was dus een gevangenenkamp, geen vernietigingskamp zoals Auschwitz. Iedereen
werd aan het werk gezet en er ontstonden allerlei satellietkampjes in de buurt
van bedrijven – BMW bijvoorbeeld - die graag gebruik maakten van de goedkope
arbeidskrachten. De opzet van Dachau zou de blauwdruk worden van alle andere
kampen in het Groot-Duitse Rijk en de SS-ers die de kampen bestierden kregen
hun opleiding in Dachau. Een modelkamp dus, inclusief meedogenloze bewakers,
willekeur, medische experimenten en de beroemde leus ‘Arbeit macht frei’ die
ook de poort van Auschwitz zou sieren. Tel daar uithongering en ziektes bij op
en je beseft dat Dachau een hel was. 1 op de 5 gevangenen overleefde het niet,
in totaal stierven hier 40.000 mensen.
Het
kamp werd bevrijd op 29 april 1945 door de Amerikanen – welke divisie precies,
daar wordt nog steeds over geruzied. De verbijsterde soldaten troffen overal stapels
lijken aan – onder andere treinwagons vol - en de filmbeelden die ze daarvan maakten,
gingen de wereld over en toonden voor het eerst de systematische bruutheid van
de nazi’s. Naast de doden vonden ze gelukkig ook nog 30.000 overlevenden, de
meesten op sterven na dood.
Vandaag
is het druk in Dachau. De parkeerplaats staat vol bussen en op het terrein zelf
dwalen allerlei schoolklassen rond. Een heel verschil met Bergen-Belsen vorig
jaar, toen ik zowat de enige was. Door de hoofdpoort, het Jourhaus geheten, kom
je op de appelplaats waar een verzamelgebouw staat met een uitgebreide
tentoonstelling, een kunstwerk en twee gereconstrueerde barakken. Op de rest
van het terrein is met grintvelden aangegeven waar de overige barakken stonden.
Helemaal achteraan, voorbij een drietal religieuze monumenten, staat nog een
gebouw met een gaskamer en ovens, ja ook hier. Er is geen bewijs van massale
vergassingen in Dachau, maar dat individuen op deze manier werden weggemaakt is
zeker.
Het blijft aangrijpend, zo’n concentatiekamp. Waarom ik ze bezoek weet ik eigenlijk niet. Interesse in de Tweede Wereldoorlog, die misschien een beetje uit de hand is gelopen. Hoe dan ook, ik ben blij getuige te zijn geweest van deze plek.




Geen opmerkingen:
Een reactie posten