Mijn
kleine roadtrip gaat verder, van Calw naar München. München: dan denk je aan
Bier, Bratwurst en Brezel, de zoute krakeling die hier is uitgevonden en als
‘pretzel’ de wereld heeft veroverd. Maar München is meer dan dat.
Het
is een hele voorname, welvarende stad, altijd geweest al. De naam is ontleend
aan een plaatselijk klooster vol monniken (mönchen) en eeuwenlang was het een
katholiek bolwerk, bestuurd door de Wittenbachs, een adellijke familie gelieerd
aan de Habsburgers die zorgde voor vrede, voorspoed en een hoop barok. Het is
de derde stad van het land (na Berlijn en Hamburg) en telt zo’n anderhalf
miljoen inwoners. Ook in de moderne tijd boert München goed, met succesvolle
industrieën zoals de Bayerische Motoren Werke ofwel BMW, groot geworden in de
Eerste Wereldoorlog met de productie van vliegtuigmotoren - de
auto’s kwamen daarna.
Prima
stad om een mooie zomerse dag door te brengen. De stad is in de oorlog voor 70%
verwoest, maar in oude stijl herbouwd. Er is een grote Altstad rondom de Mariënplatz
met neo-gotisch raadhuis waar je je kunt vergapen aan een klokkenspel met levensgrote
poppen die een voorstelling geven. Er is ‘de Residenz’, het grootste
stadspaleis van Duitsland met tien binnenplaatsen waar het hof van Beieren
resideerde. Er is een enorm stadspark, de Englischer Garten, met een grote
biergarten bij een opvallende Chinese toren. Allemaal leuk om langs te fietsen.
München herbergt ook een paar van de beste kunstmusea van Europa. Zoals de Alte Pinakothek met oude meesters of de Pinakothek der Moderne met juist moderne kunst. Helaas heb ik daar geen tijd voor, het museum waar ik mijn zinnen op heb gezet is het NS-Dokumentationszentrum, gevestigd in een sobere betonnen doos vlakbij het Königsplatz waar destijds, in de jaren dertig, de nazi’s hun hoofdkwartier hadden.
Want
ja, München is ook de geboorteplaats van het nationaal-socialisme. Hier
vestigde Hitler zich toen hij als korporaal gedesillusioneerd terugkwam uit de
Eerste Wereldoorlog. In het politiek chaotische München, waar extreem-links en
extreem-rechts elkaar naar het leven stonden, sloot hij zich aan bij ‘de bruinhemden’
en bouwde een reputatie op als spreker; in 1923 organiseerde hij mede een
gewapende opstand, de ‘Bierkellerputsch’, maar die mislukte en hij moest acht
maanden de cel in, een pauze die hij gebruikte om na te denken en ‘Mein Kampf’
te schrijven. De tactiek werd gewijzigd: de nazi’s kozen de parlementaire weg,
veroverden jaar na jaar meer zetels lokaal en landelijk en werden aldus in 1932
de grootste partij - de rest is geschiedenis. Hitler werd een jaar later rijkskanselier
en verhuisde naar Berlijn. Die beladen historie van München wordt in het
NS-Museum uitgebreid uit de doeken gedaan.
Ander
onderwerp: de Olympische Spelen. Zoals bekend waren de nazi’s, onder aanvoering
van Joseph Goebbels, meesters in het
voeren van propaganda, dus toen in 1936 de Olympische Spelen in Berlijn
plaatsvonden was dat een uitgelezen kans om reclame te maken voor het
nationaal-socialisme. (Hoe ironisch dat juist een ‘inferieure’ zwarte man, Jesse
Owens, de grote winnaar werd met vier keer goud!) Die historische schandvlek moest
natuurlijk worden goedgemaakt toen West-Duitsland in 1972 opnieuw de Olympische
Spelen organiseerde. Het land ging het helemaal anders doen: het was de
hippietijd, alles moest open en vrolijk zijn, met veel bloemen en lachende
politiemannen zonder wapens. De wereld zou een heel ander Duitsland te zien
krijgen, het werd één groot feest. Was het plan.
Maar
wat gebeurde er? Palestijnse terroristen drongen ’s ochtends vroeg de woning
binnen van de Israëlische delegatie, schoten twee sporters dood en gijzelden de
overige negen; na lang onderhandelen werden allen avonds per bus opgepikt en
naar een vliegveld gebracht met de bedoeling naar Egypte te vliegen; in plaats
daarvan opende de Duitse politie in het donker het vuur. Resultaat: een
politieman dood, vijf terroristen en alle negen Israëli’s. Drama. En allemaal
live op tv te zien. Kortom, weinig te vieren ook op deze Olympische Spelen.
Als
kind maakte deze tragische gebeurtenis diepe indruk op me. Ik hoorde er een
paar jaar later over, toen ik een boek over de Spelen kreeg. Nu ik in München
ben wil ik heel graag deze onheilsplek bezoeken dus fiets ik naar het
Olympiapark, aan de rand van de stad. Een mooi, groot park met in het midden het
karakteristieke Olympisch Stadion, ontworpen als een soort bedoeïentent met
hangende zeilen. Ergens in het park is een Gedenkstätte, een klein halletje met informatiepanelen en een video over de gijzeling.
Achter het park bevindt zich het voormalige Olympische dorp, een verzameling flatgebouwen die tegenwoordig dienst doet als woonwijk. De gebouwen, met hun karakteristieke balkonnetjes, doen merkwaardig vertrouwd aan, vanwege de beroemde televisiebeelden ervan. De gijzeling vond plaats op Connolystraat 31. Ik moet even zoeken, het is een verwarrend complex met verschillende woonlagen – ik herken in ieder geval de tunnel vol geparkeerde auto’s, hier zag je op korrelige beelden in het halfduister de bus stoppen om iedereen op te pikken. Tenslotte vind ik nummer 31. Er hangt een kleine gedenkplaat. Ik had verwacht dat het druk zou zijn, maar er is niemand, alleen wat bewoners scharrelen rond. (Hoewel de berg steentjes op de plaat verraadt dat hier wel degelijk Joodse bezoekers komen.) Zou het raar zijn om hier op nummer 31 te wonen? Waarschijnlijk niet. Het is al zo lang geleden. Bijzonder om hier te zijn.
Dat was München voor mij. Ik fiets ’s avonds de twintig kilometer terug naar het kleine, vriendelijke plaatsje iets ten noorden van München waar de camper staat geparkeerd bij een prima camperplek naast het zwembad. Goed geregeld, fijn plaatsje toch. Dachau heet het.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten