Texel

13 - 16 februari 2026

Verrassing: een weekendje naar Texel. Woensdag wist ik nog van niks, vrijdag zat ik op de boot. Cadeautje van Christel en Wende.

Van alle Waddeneilanden genereert Texel het minste ‘eilandgevoel’, daarvoor is het net iets te groot. Het midden bestaat uit een uitgestrekte polder waardoor je, anders dan bij de andere eilanden, lang niet overal de zee ziet. Toch is Texel landschappelijk buitengewoon divers, en dat kan ik weten omdat ik er ooit een werkstuk over heb geschreven, toen ik in 5 VWO zat en met mijn klas hier op veldweek ben geweest, gewoon op de fiets vanuit Harlingen. Samen met mijn vriend Willem fietste ik het hele eiland over om alle verschillende landschappen te fotograferen en te beschrijven: bos, stuwwallen, duinen, kwelders, enzovoorts. Terwijl de rest van de klas dagenlang zuchtte onder de knoet van de biologieleraren voelden wij ons zo vrij als een vogeltje en ik koester dus warme herinneringen aan Texel. Sindsdien ben ik er nog één keer geweest, met Jeroen en Josje, in 2010 dus pre-kinderen, een leuk en ontspannen weekend.

Ditmaal zitten we in een huisje bij De Cocksdorp, de meest noordelijke punt van het eiland. Zaterdag maken we een wandeling naar de vuurtoren en over het brede strand. Het is een mooie winterdag, de zon schijnt, al staat er een frisse wind. In dit heldere weer is Vlieland duidelijk te zien, er zit 20 kilometer tussen maar het lijkt alsof je er zo naartoe kunt zwemmen, zo dichtbij.

Terwijl Wende en haar vriendin Madelief proberen om illegaal de vuurtoren binnen te komen, lees ik de informatieborden en raak geïntrigeerd door het bizarre verhaal over ‘de opstand van de Georgiërs’. Hoe afgelegen en pastoraal deze plek ook lijkt, de oorlog wist haar te vinden: in 1945 werd op Texel een Duits bataljon  gelegerd samen met 800 Georgische ‘vrijwilligers’ (waaronder Russische krijsgevangenen) en die laatsten kwamen in opstand, waardoor in april een heuse veldslag op Texel ontstond die twee weken duurde, zo’n duizend levens kostte en hier bij de vuurtoren bij De Cocksdorp tenslotte werd beslecht door de Duitsers. Enkele honderden Georgiërs wisten onder te duiken; uit angst voor hun wraak weigerden de Duitsers op Texel zich over te geven toen op 5 mei de oorlog officieel eindigde (in Europa); dat deden ze pas twee weken later toen Canadese troepen op Texel aankwamen. Vandaar dat dit ook wel ‘Europa’s laatste slag’ wordt genoemd. Merkwaardige voetnoot in de geschiedenis.

Tijd voor iets heel anders nu: one-wheelen. Wende heeft hier haar zinnen op gezet: racen op een soort elektrische lolobal. We doen het in het bos naast Den Burg. Het duurt even voor we het onder de knie hebben, maar het is ontzettend leuk om te doen.

Aansluitend doen we boodschappen in Den Burg en lopen een rondje door deze hoofdstad van Texel. In 2010 zaten we hier met Jeroen en Josje in een hotelletje, maar we hebben geen idee meer hoe het heet of waar het zat. (‘Peek Lodge’ blijkt de naam te zijn geweest, het bestaat niet meer.) ‘s Avonds bakken de meiden dikke volkorenpannenkoeken en spelen we het woordenboekspel. Dit traditionele Frieswijk-spel hebben we al jaren niet meer gespeeld, maar Wende heeft het laatst bij een vriendinnetje ontdekt en vindt het, taalgevoelig als ze is, ontzettend leuk om te doen.

Zondag is het gemeen koud. De gevoelstemperatuur ligt onder het vriespunt en de lucht is loodgrijs, alsof er ieder moment sneeuw kan gaan vallen. Geen weer voor buitenactiviteiten. We bezoeken daarom het Museum Kaap Skil in Oudeschild, een bescheiden maritiem museum waar voornamelijk vondsten uit scheepswrakken te vinden zijn. Eeuwenlang was Texel (de ‘Rede van Texel’) een belangrijke ankerplaats voor schepen die Holland verlieten of juist weer aankwamen na een lange reis. Naar schatting tussen 500 en 1000 schepen zijn hier vergaan, dus er zijn nogal wat schatten te vinden.

Pronkstukken zijn een zijden japon en een zilveren bruidsjurk, in 2014 door duikers uit het zogeheten ‘palmhoutwrak’ gehaald, een rond 1660 gezonken koopvaardijschip met een lading palmhout aan boord. Een ongelooflijke vondst, want textiel vergaat normaal gesproken meteen, dus hoe deze luxueuze garderobe drie-en-een-halve eeuw onder water heeft doorstaan mag een wonder heten.

Buiten staan nog een molen en wat traditionele huisjes plus een grote schuur vol aangespoelde spulletjes, waaronder een verzameling van ruim 3000 flessen die een jutter gedurende zijn hele leven bij elkaar heeft geraapt.

We rijden weer door naar Den Burg en zetten Wende en Madelief af bij de bioscoop waar ze de film Vakkenvullers XL hebben uitgezocht. Zelf brengen we de tijd liever door in een café waar we lokaal bier drinken, Mans Stout en een Skiller Wit. (Naar blijkt telt Texel verschillende brouwerijen en wordt er ongelooflijk veel speciaalbier gemaakt.) Terwijl het buiten heel lichtjes begint te sneeuwen, kijken we naar shorttrack op de Olympische Spelen en zien hoe Xandra Velzeboer de 1500 meter wint - of eigenlijk net niet, want vlak voor de laatste rit begint belt Wende om te zeggen dat de film is afgelopen, dus haasten we ons terug naar de bioscoop en kijken daar in de foyer op onze telefoon naar de finale. Daarna rijden we terug naar De Cocksdorp en eten bij een tapasrestaurant.

Maandagochtend nog een laatste bezienswaardigheid, door Wende uitgezocht: Struun, een verrassend grote kringloopwinkel. Ze scoort twee puzzels en wat sieraden. En daarna verlaten we dit Waddeneiland, met de boot van half één.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten