Het is drieëenhalf uur met de bus naar Anuradhapura. Beetje lang, maar het dvd-spelertje houdt Wende wel zoet. Als we aankomen: plensbuien.
De rest van de dag zitten we daarom aan hotel Ceylan House gekluisterd, alleen papa waagt zich even naar buiten om chips te scoren en een fles arak, een soort cognac gemaakt van kokosnoten. Daarmee komen we de avond wel door.
Dineren doen we in het hotel zelf waar ze net die avond een
uitgebreid buffet prepareren voor een groot Duits reisgezelschap. Rijst met
curry natuurlijk, het nationale gerecht. Net als bij de dhal bat in Nepal en de thali
in India kun je de luxe van het restaurant een beetje afmeten aan het aantal schaaltjes
met curry, groente, kip dat je bij de rijst krijgt. Gemiddeld zijn het er zo'n drie
of vier. Record was Banana Leaf in Polonnawaru, een soort afhaal-Sri Lankaan,
waar we wel tien bijgerechtjes kregen opgeschept – op een bananenblad
natuurlijk.
Waarom gaan mensen naar Anuradhapura? Nou... Dit is de bakermat van de Sri Lankaanse beschaving, hier werd de grondslag gelegd voor kunst, cultuur en religie van het land. De Indiase stammen die overstaken naar Sri Lanka en vanuit het noorden oprukten vestigden hier, halverwege het eiland, hun hoofdstad. Meer dan duizend jaar duurde hun koninkrijk, tot het jaar 993. Dat tijdperk kende lange periodes van vrede en voorspoed, maar ook periodes van chaos en geweld, wanneer weer nieuwe gelukszoekers vanuit India arriveerden, aangetrokken door de mare van een rijk en paradijselijk eiland in het zuiden. Want Sri Lanka was destijds wijd en zijd beroemd, tot aan het klassieke Griekenland en Rome toe, waar het onder de naam Tatrobane in geschriften terecht is gekomen.
In dit tijdperk ontstonden de grote irrigatiewerken. Er
werden allemaal waterreservoirs aangelegd die in de regentijd alle water
opvingen zodat in de droge tijd, via een geavanceerd systeem van kanalen en
sluizen, de akkerbouw kon doorgaan en er het hele jaar geoogst kon worden. Sri
Lanka werd daardoor de rijstschuur van de regio. Verder werd er continue
gebouwd aan de stad, tempel na tempel, klooster na klooster. Naar verluidt
woonden er op het hoogtepunt een miljoen mensen, waaronder tienduizend monniken.
Dat in een tijd waarin Holland nog een drassig veldje aan de rand van de
Noordzee was met een paar gehuchtjes langs de rivier. Ik bedoel maar.
Genoeg te zien dus in Anuradhapura. De oude stad beslaat
weer een enorm gebied, groter nog dan in Polonnuwaru, dus we huren opnieuw een
tuc-tuc. Hadden we in Polonnuwaru te stellen met hitte, hier is regen ons deel.
Het pleurt weer zowat de hele dag in Anuradhapura. Vanuit de steeds smeriger
wordende tuc-tuc sjokken we naar de monumenten, met blote voeten door het zand
en de plassen, regenjassen aan. Bij de eerste tempel struikelt Wende en valt
voorover in een plas. Bij deze gedoopt.
In tegenstelling tot Polonnuwaru, dat een ruïne is, is
Anuradhapura nog volop in bedrijf, dat wil zeggen de tempels zijn gerestaureerd
(met dank aan Unesco) en worden druk bezocht door gelovigen. Sta je het ene
moment nog rustig een fraaie bloemenmandala op het plafond te bewonderen, het
volgende moment word je omver gelopen door een buslading vrouwtjes in het wit, dertig, veertig tegelijk. Met hun parapluutjes omhoog cirkelen ze rond de stoepa’s, een prachtig
gezicht. Overigens noemen ze een stoepa hier ‘dagobe’ en naar verluidt stamt
het Japanse woord ‘pagode’ daar weer vanaf. Hoe dan ook blijven het tempels.
Indrukwekkend is die van Jetavana: gebouwd in de derde eeuw en oorsponkelijk
120 meter hoog, waarmee het destijds na de piramides van Gizeh het grootste
bouwwerk ter wereld was. De stoepa is geheel gebouwd van bakstenen, liefst 90
miljoen stuks zijn gebruikt, en daarmee is het nog steeds het grootste
bakstenen gebouw ter wereld.
Het levendigst is het bij Sri Maha Bodi, de tempel rond de
bodhi-boom. De boom zou een loot zijn van de boom waaronder Boeddha verlichting
vond en geldt na de Tempel van de Tand in Kandy als de heiligste plek van Sri
Lanka. Tientallen mannen en vrouwen staan met geheven handen te bidden voor de
boom en over het terrein zweeft gezang. Twee jongens nemen offers in ontvangst
die ze via een trapje naar boven brengen en bij de boom neerleggen. Eén wilde uitgroei van de heilige boom moet ondersteund worden door goudkleurige stelten. Er hangt precies dezelfde devote, vreedzame sfeer als in Bodhgaya in India (zie HIER), de plaats waar Boeddha rond 500 voor Christus verlichting vond. Geen plek om even rond te lopen voor een paar foto’s, nee je zou er dagen willen rondhangen, meebidden, misschien stiekem zelfs een beetje lichter worden, maar ja, ergens in de regen buiten zit een oude man in een tuc-tuc te wachten op 2000 roepee.
Anuradhapura is het noordelijkst dat we komen. Vanaf hier
beginnen we weer af te zakken in de richting van het vliegveld. We hebben de
bekende paden betreden –ik zal het maar toegeven– en alle grote toeristische
trekpleisters van het land bezocht. Zouden we meer tijd hebben dan zouden we
ook de noordelijke helft van het land verkennen, dat veel ongerepter en
onontdekter is.
Jarenlang was het noorden in handen van de Tamil Tijgers. Dit
bikkelharde leger van Tamils streed van 1976 tot 2009 voor een onafhankelijke
eigen staat en had op haar hoogtepunt een derde van Sri Lanka in bezit. Hun
belangrijkste wapen was de zelfmoordaanslag, iets wat nieuw was destijds. In de
wereldopinie kregen ze als ‘vrijheidsstrijders’ aanvankelijk de nodige
sympathie, maar na de aanslag in New York in 2001 werden ze meer en meer als
ordinaire terroristen gezien en kon het versterkte Sri Lankaanse leger ze
gaandeweg terugdringen en uitmoorden. In totaal heeft de oorlog zo’n 100.000
levens geëist, veelal Tamils. Je zou verwachten dat zoiets diepe sporen in een
land achterlaat, en waarschijnlijk is dat ook wel zo, maar als toerist merk je er helemaal
niets van, ook al is het pas zes jaar geleden. Zes jaar pas...in termen van Nederland en de Tweede Wereldoorlog zou je het dan over 1951 hebben.
Enfin. Niet naar het noorden dus, maar de andere kant op:
terug naar de kust om, als het weer een beetje meezit, te kijken of de dolfijnen nog niet
zijn weggezwommen. Échte dolfijnen dit keer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten