Dahab 2007
Dahab 2007 (2)
Vrijdag gaan we de Sinaï-woestijn in. We hebben een 4-wheel-drive met chauffeur tot onze beschikking en Marion gaat mee als onze gids. Ze zorgt ook voor het eten en drinken, maar blijkt de kaas/vleeswaren te zijn vergeten, zodat we in de stuiterende wagen zitten te klooien met brood en jam. Die kan haar fooi vergeten… Het is twee uur rijden naar de Coloured Canyon, waarvan het laatste stuk over een zandvlakte. Ooit was dit een moerasgebied, maar nu is het er onvoorstelbaar droog en verlaten, een desolaat landschap dat me doet denken aan de film Jesus Christ Superstar: precies dezelfde dorre rotsformaties, alleen de zingende hippies ontbreken. You started to believe/the things they said of you/you really do believe/this talk of God is true-ue… Jeeeesssus!!!
Dahab 2007 (3)
"De Mozesberg. Je moet er maar opkomen."
C.C. Cools
We zijn weer thuis. Dinsdagmiddag een afscheidslunch bij Hamada en Marion thuis, vis met rijst, salade en pitabrood, heerlijk. Fantastische mensen, ze hebben de hele week voor ons gezorgd en waren ongelooflijk gastvrij. Het bleek ook wel een feestweek, want zowel Tamim was jarig (hij werd negen) als Marion ( ze werd... een jaartje ouder).
Daarna de taxi naar Sharm-el-Sheik en 's avonds laat het vliegtuig naar Nederland. Op het vliegveld was het druk en rumoerig, allemaal proletariërs uit Nederland en Engeland, roodverbrand en lelijk, 'red fish' zou Hamada hebben gezegd. Als voormalig duikschoolhouder heeft hij de gewoonte mensen als vissen te zien. Christel was een 'sweet fish', en toen ze een keer lang uitsliep 'sleep fish'. Ik werd octopus gedoopt omdat ik 'many arms' had. Enzovoorts. Om half vijf 's ochtends lagen we eindelijk in onze eigen Hollandse vissekom.
India 2006
India is een overweldigend land. Er leven een miljard mensen en dat zul je merken ook. Van de knotsgekke kamelenmarkt in Pushkar tot de hindoemassa's in Varanasi, van de blowende saddhu's in Rishikesh tot de straathandelaren in Delhi: overal is het even druk en chaotisch, en word je overlopen door koeien. Met z'n geuren, geluiden en gebeurtenissen doet het land een aanslag op al je zintuigen, inclusief het zesde. Want ondanks alle straatrumoer is in India ook een sterke spirituele onderstroom voelbaar. Dat maakt het land zo bijzonder en veelzijdig. Je moet ervan houden, India. Ik hou ervan.
Ik ben er twee keer geweest.
In 2008 heb ik met Christel een weekje doorgebracht rondom Darjeeling en daar een prachtige trekking gemaakt (HIER).
En in 2006 heb ik zes weken rondgereisd met mijn vriend Wim en met hem een lange reeks krappe bedden, chai's en thali's gedeeld. Lees hieronder verder.
Wat doe je dan?
Je ruimt je spullen op. Je wast die ene spijkerbroek. Je kijkt een dvd-tje. Je werkt je weblog bij. Je laat je foto's afdrukken. Je loopt weer een keertje hard. Je logt eens in bij Postbank.nl om naar je banksaldo te kijken. En je denkt:
WAT?!
Zoveel nog?!
Hmmmm... Wat doe je dan? Ga je dan tóch maar met een grote pot koffie achter de computer te zitten om grrrrumblerdnde vacaturesites te bekijken? Of bel je die ene vriend die vier maanden naar India gaat om te vragen of je een maandje mee kan? Wat zou jíj doen?
Aanstaande donderdag (5 okt) vliegen we naar Delhi.
Heilige koe!
De laatste uurtjes
-Wacht, hoor ik daar de bel? ... Nee, toch niet, geloof ik.
Ze zeggen dat ambassades horen tot het land zelf, dus dat de Indiase ambassade niet op Nederlands grondgebied staat, maar op Indiaas grondgebied. Dat zou veel verklaren. Ik wil het zeker geen zootje noemen daar aan de Buitenrustweg 2 in Den Haag, maar de gang van zaken bezit een zekere ongeordendheid en laconiekheid die on-Nederlands aandoet en die je weinig vertrouwen geeft in een goede afloop, als je 's ochtends de deur uitgaat na achterlating van je o zo belangrijke paspoort - ten onrechte, blijkt, want 's middags wordt datzelfde paspoort feilloos opgevist uit de grote berg, nu mét visumstempel. Welkom in India!
Delhi
Hier even een kort berichtje. Delhi is...tja...in één woord...nou, als het ècht moet...overwèldig. Overweldigend èn geweldig.
Drukdrukdruk, heetheetheet. We zijn hier gisterochtend aankomen, na een vlucht van zo'n negen uur die -Iraanse prijsvechter of niet- probleemloos is verlopen. Een taxi bracht ons naar het centrum. Uiteraard werd er op z'n Aziatisch gereden, vergelijkbaar met hoe wij in Nederland op de kartbaan rijden - alleen hoeven wij niet allerlei koeien te ontwijken... Voor Wim -die nooit verder is geweest dan de Canarische Eilanden- was het even schrikken. Uberhaupt keek hij z'n ogen uit.
Delhi 2
Nog steeds in Delhi, weer in een zweterig internethok. Morgenavond vertrekken we naar het noorden, met de nachttrein naar Pathankot (10 uur) en vandaar met de bus naar Dharamsala. De treinkaartjes hebben we gisteren gekocht, na de standaard Indiase toestanden.
Vóór het stationsgebouw werden we door behulpzame Indiërs naar het reserveringsbureau verwezen; het was alleen wel vreemd dat dit in een ander gebouw zat, in een andere straat, een kwartier lopen, tussen allemaal minuscule reisbureautjes... Daar zijn we dus niet binnengestapt, maar voor we weer terug bij het station waren en het èchte reserveringsbureau hadden gevonden waren we een uur verder. Na drie dagen beginnen we te vermoeden wat het antwoord is op de klassieke vraag: Maar wat doèt een backpacker eigenlijk de hele dag? Wij denken: teruglopen...
| ...eh... |
McLeod Ganj (Dharamsala)
McLeod Ganj: het lijkt het paradijs wel. Schone lucht, stil, lekker fris, prachtig uitzicht over groene heuvels en valleien, en een ge-wel-dig hotel, Pema Thang Guest House, gerund door Tibetanen. We weten niet wat ons overkomt.
Een ruime kamer, een schone badkamer, zelfs een douche en warm water. Alleen geen huisdier meer. Het voelt weldadig aan na vier nachten in hotel Chanakya, dat wel heel erg, eh, Indiaas was. Wij waren dan ook de enige niet-Indiërs daar. In dit guest house, daarentegen, zitten alleen maar buitenlanders.
Little Lhasa
Dag van de hond
Hieronder een foto-impressie.
McLeod Ganj (Dharamsala) 2
Dat je een beetje als een domme hork deegballen staat te kneden voor de traditional momo soup terwijl een of andere gevluchte Tibetaan die dan Sangye moet heten je staat uit te lachen! Tjongejonge. Hoe oppervlakkig kun je zijn?
Dharamkot
Op naar Dharamkot! Het plaatsje ligt ongeveer drie kilometer verderop en het is een heftige klim. We rechten onze rug, spugen in onze handen en...bestellen een taxi bij de receptie. Ongelooflijk dat een auto zo'n steile helling aankan!
Dharamkot 2
Voorzichtig naar het dorpje schuivelen, zaklamp in de hand...dat gaat nog net. Er zijn twee eettentjes hier: het hippe Trek & Dine met psychedelische wandkleden en spreuken aan de muur, en het wat sjofeler Milky Way waar het wereldkampioenschap criquet te volgen is, tussen onvoorstelbaar slechte Indiaase soaps door. We kiezen meestal voor de betere keuken van de Trek & Dine, en nemen de luide trancemuziek maar op de koop toe. Verder zijn er in Dharamkot nog een paar guest houses, twee groenteboeren en een eenvoudig internetzaaltje. En o ja, er zit hier nog een Ayurvedisch genezer die -onder het motto no pain, no cure- de rug van Wim eens flink onder handen heeft genomen.
Rishikesh
Mooie ouderwetse wagen, van het soort dat vroeger in duizendvoud door London als taxi reed. Om zes uur 's ochtends zijn we er. Er... 'Er' wil zeggen een rommelig pleintje, pikdonker, bevolkt door schimmige figuren die meteen naar je beginnen te roepen. Zijn we in Rishikesh? Zijn we in...waar zijn we in godsnaam?! Gelukkig weten we snel de brug over de Ganges te vinden en de wijk aan de overkant (Laxman Jhula) die ons aangeraden was. Rolluiken links, rolluiken rechts, alles is nog gesloten; alleen een chai-shop is open, zo'n simpel cafeetje met een gasstel als keuken en een paar planken om te zitten. Een kopje thee dan maar. Voor een hotel is het toch nog veel te vroeg.
Maar...
Rishikesh 2
Nog steeds in Rishikesh. We vermaken ons prima hier. Ik heb al ontdekt dat je maanden, zo niet jaren nodig hebt om dit vreemde land een beetje te leren kennen.
Zoveel tijd wil ik niet wegblijven bij m'n geliefde, maar ik heb m'n retourvlucht inmiddels wel met twee weken verlengd, zodat Wim en ik ons ietsje minder hoeven te haasten. Hierna willen we in ieder geval nog een tijdje naar Varanasi. Daar zullen onze wegen zich scheiden en keer ik -wellicht via de Taj Mahal- terug naar Delhi en blijft Wim alleen achter, zodat hij ten langen leste verlost is van mijn schaamteloze toeristische strapatsen en eindelijk de diepte in kan, zoals hij oorspronkelijk van plan was.
Rishikesh 3
Julian is een doorgewinterde India-ganger, spreekt Hindi en speelt tabla. Toen we voor het eerst onze kamer inspecteerden hoorde ik al het onmiskenbare takkatakka-boengboeng-takka-boeng-geluid uit hun kamer komen en vreesde even dat er een stel dilettantistische neohippies naast ons woonden die bij voorkeur midden in de nacht, knetterstoned, op het terras speelden, yeah man, good vibes… Maar Julian is heel serieus en volgens mij ook heel goed. Hij speelt al jaren, krijgt les van een gerenommeerde tablist (?) en treedt op met Indiaase muzikanten, wat bijzonder schijnt te zijn gelet op de traditionele, gesloten Indiaase muziekwereld. Vanavond geeft hij een concert samen met Hari Krishan Shaj Ji, precies, die landelijk bekende sitarspeler. Daar gaan we natuurlijk wel even heen.
Rishikesh 4
Maargoed. Jacqueline is vanochtend vroeg vertrokken, terug naar Singapore; Julian en Camilla vertrekken deze week; en wij smeren hem morgen. Niet naar Varanasi, zoals het plan eigenlijk was, maar eerst naar het plaatsje Pushkar in Rajahstan waar een niet-te-missen evenement schijnt plaats te vinden, de Pushkar Camel Fair, een soort kamelenmarkt, circus en heilige bijeenkomst ineen. Uw correspondent houdt u op de hoogte. (En hopelijk mag hij daar ook foto's uploaden, want dat is hier een probleem in verband met (onverstaanbaar).)
Op veler verzoek...
Pushkar 2
Aan alle kanten wordt er aan je getrokken. Op ooghoogte roepen de shopkeepers naar je (hello sir...hello!); bij je middel staat een stoffig bedelaartje aan je te plukken; en aan je voeten probeert een uitgemergelde man met anderhalf been of één been of helemaal geen been op een skatebord-achtige constructie je aandacht te vangen met alle middelen die hij heeft, en dat zijn er niet veel meer. De vrouwen hier, mager en getaand, dragen lange omslagdoeken in onwerkelijke snoepgoedkleuren -geel, rose, oranje, rood- en hebben een enorme gouden ring door hun neus die met een kettinkje aan het linkeroor is vastgehaakt. De mannen zijn opvallend lang en lopen rond in wit hemd, dhoti (de tot broek gewikkelde witte lap stof waarin ook Ghandi liep) en tulband, meestal eveneens wit, maar soms rood of oranje; hun tanden zijn oud en bruin van ontelbare bidi's, dunne filterloze sigaretten gerold in ebbehoutblad met vijfmaal meer teer en nicotine dan Westerse sigaretten. Het lijken trotse, serieuze mensen, gehard door hun bestaan in deze barre uithoek van een toch al straatarm land.
Maar...nu is het even feest.
Agra
Het is donker en nevelig. De Taj zweeft nog een beetje, als een dauwdruppel in een mistig weiland.
Nagekomen mededelingen
Varanasi
Varanasi 2
Maar ook daar gaat het achter elkaar door. Steeds liggen er een paar lijken te wachten. Ze worden op draagbaren aangeleverd, twee keer ben ik al zo'n stoet tegengekomen in de smalle steegjes, 'Body coming!' hoor je opeens. De lijken zijn onherkenbaar, een wolk van saffraan, van top tot teen gewikkeld in kleden en bedolven onder bloemenslingers. De bloemen gaan de Ganges in en het lichaam wordt ondergedompeld in de rivier en op een verse houtstapel gelegd. Vervolgens steekt de oudste zoon -voor de gelegenheid kaalgeschoren en in het wit gekleed- na enig ceremonieël het vuur aan. Na ongeveer een uur slaat hij met een stok de schedel kapot, zodat de ziel kan ontsnappen. En na drie uur is het gebeurd, het lijk is verkoold, op het borstbeen (man) of het heupbeen (vrouw) na die in de rivier worden gegooid. Daarna dooft de zoon het vuur weer op ceremoniële wijze. Even technisch: voor een brandstapel is ongeveer 200 kilo hout nodig, een kilo kost 3 euro, dus een crematie kost zo'n 600 euro plus wat fooi her en der. Een kolossaal bedrag in India, crematie in Varanasi is daarom maar voor weinigen weggelegd. Zoals een Indiër tegen me zei: twee dingen zijn onbetaalbaar in India, trouwen en sterven...
Bodhgaya
Ik zit weer tussen de boeddhisten, in Bodhgaya, voor boeddhisten misschien wel de belangrijkste plaats ter wereld - buiten het eigen hart dan. Want hier in Bodhgaya is het boeddhisme geboren. Het was hier dat prins Siddharta Gautama -na een zoektocht van zes jaar vol meditatie en zelfkastijding- onder een boom ging zitten met de bedoeling niet meer op te staan vòòrdat hij De Waarheid had ontdekt. Na drie dagen was het zover. Hij bereikte een staat van bewustzijn die 'verlichting' wordt genoemd en daarom duidt men hem sindsdien aan als Boeddha, 'de verlichte' of 'de ontwaakte'. Het betekende de start van één van de grote religies van de wereld.
| Mahabodhi-tempel |
Bodhgaya 2
Dalai Lama
Mahabodi-tempel, 's ochtends vroeg. De zon krijgt de mistgordijnen nog niet opzij geschoven. In de lotusvijver drijft het grote Boeddhabeeld op wolken.
Op een bankje bij deze vijver raak ik in gesprek met Anup en Devendra. Anup is achttien jaar, intelligent en vrolijk, hij wil journalist worden en om op te vallen draagt hij een t-shirt met een groot hakenkruis erop en de woorden Hitler's cross. (Het hakenkruis is ontleend aan de swastika, een oeroud hindoestaans en boeddhistisch symbool dat voorspoed en geluk betekent.) Devendra is elf jaar oud, een klein jongetje met een grote pet, nieuwsgierig maar verlegen. We kijken hoe een paar monnikken voer in de vijver gooien, het wateroppervlak begint wild te spartelen en er duiken joekels van beesten op met gemene bekken. Als ik afscheid wil nemen, vragen de jongens of ik hun dorpje wil zien, Sujata, aan de andere kant van de rivier. Eigenlijk niet, ik heb andere plannen - maar als ik hun hoopvolle gezichtjes zie twijfel ik. Is er iets te zien daar? Jaja, nounou, iets met Boeddha en een meisje, melk en rijst. Okee dan, we spreken af om twee uur, bij de lotusvijver.
Naar huis, alweer
Maandag
's Morgens om vier uur op. Om half vijf de taxi naar Gaya.
Op het station zoek ik de reserveringslijst voor de trein naar Varanasi. Ik sta er inderdaad op, Mr. Arthur. Om 5:13 arriveert de trein, exact op tijd, ongelooflijk. Coupé diep in slaap. Op m'n gereserveerde bank ligt al iemand. Ik kruip op een lege bank en krijg het later aan de stok met degene die dìe plek heeft gereserveerd. Gelukig is 'mijn' plek inmiddels weer beschikbaar. De boze Indiër biedt me thee aan en we voeren nog een heel gesprek. Tegen twaalven terug in hotel. Laatste avond van Wim en mij en we gaan naar de bioscoop voor een Bollywood-film. Money Money, luidt de titel. Visueel overweldigend, maar verder slechter dan je ooit had kunnen denken. Karikaturaal, onderbroekenlol, slapstick. Maar het publiek vindt het prachtig. Hoogtepunt is de scene waarin de hoofdpersoon zich heeft verkleed als vrouw en wordt betast door een man die een oogje op 'haar' heeft. Zijn hand glijdt onder 'haar' jurk en ontdekt dan, je weet wel. De zaal giert het uit. Lachen! Het bevestigt m'n theorie dat je Indiërs als kinderen moet zien, dan begrijp je ze nog het meest.
India voorbij
Ik heb genoten van deze reis. Ik vond het land fascinerend, inspirerend, confronterend. India maakt iets bij je los dat hier in het westen –door moraal, regels, verantwoordelijkheden- een beetje is gaan vastzitten: je gevoel van vrijheid. Dat durf ik wel in z’n algemeenheid te stellen, want ik hoef maar naar de Israeli’s te kijken en ik weet dat het niet alleen voor mij geldt. In dit land lijkt alles te kunnen en alles te mogen – als je toerist bent. Jij rijke westerling ben enorm belangrijk hier. Iedereen rent voor je. Dat is eerst even wennen, maar na een tijdje wordt het heel makkelijk en heel prettig en na nog een tijdje verwacht je niet anders en kijk je verrast op als een Indiër ‘nee’ zegt. Toeristen zeggen ‘nee’; Indiërs zeggen altijd ‘ja’. En als je heel eerlijk bent en goed bij jezelf naar binnen kijkt, ontdek je op de bodem van je persoonlijkheid, tussen de andere rotzooi, een westers superioriteitsgevoel. Dat is een voorbeeld van de manier waarop India je confronteert.
Santiago 2006
Weer een nieuw avontuur
Dan vertrekken we namelijk naar Santiago de Compostela, de bekende bedevaartsplaats in de noordwesthoek van Spanje - m'n vader achter het stuur en ik achterop, veilig in het kinderzitje. Veel liever was ik met ons campertje gegaan, ook nog zichtbaar op de foto. Maar ja. Dat levert vast niet zo'n goed verhaal op en voor jullie, lezers, heb ik nou eenmaal alles over. Dus: blijf nog even hangen voor een eerstehandsverslag over mijn avonturen met twee oldtimers.
Utrecht
En bovendien had hij de moeite genomen om eerst nog naar Sint Jacobiparochie te rijden, helemaal in het noorden van Friesland, omdat dat een traditioneel startpunt is van de Jacobsroute. Even kort, voor wie dat nog niet weet: Santiago is Spaans voor ‘Sint Jacob’ en geldt als een bedevaartsoord omdat hier de apostel Jacobus na zijn dood zou zijn begraven. Er lopen allerlei routes door Europa naar Santiago, langs allerlei Jacobskerken – en een daarvan staat dus in Sint Jacobieparochie. Zie foto onder. Toevallig, toevallig staat er ook eentje in Utrecht...aan de Jacobsstraat. Dat wordt natuurlijk mijn startpunt. Morgen. Vrees ik.
![]() |
| Kerk in Sint Jacobiparochie |
Daar gaan ze!
Het bleek Open Monumentendag en zodoende kregen de heren een uitgebreid rondleiding in deze kerk, nota bene nog door een oud-collega van Arthur. En of ze wilden of niet ook een pelgrimsstempel.
| Daar gaan ze! |
Montlucon
St Jean Pied de Port
Santiago de Compostela
Nu gaan we (om 22:53) de tent opzetten, een borrel drinken en heel veel slapen. Morgen blijven we hier en hopen we een uitgebreider verslag met foto's te kunnen plaatsen. Tot zover de ZR-32-93.
Santiago de Compostela 2
Vanaf dat moment trokken pelgrims er naartoe, tot op de dag van vandaag. Waarom? Tha. Het was een bedevaart, dus men 'voer' naar Santiago voor een 'bede', een gebed, om vergiffenis te vragen vor alle begane zonden. Maar voor velen zal ook vroeger -net als nu- verlangen naar bezinning of avontuur en rol hebben gespeeld. Voor Wander en mij is het in ieder geval zo'n plaats waar je geweest moet zijn, die hoort bij je opvoeding, zoals dat heet. Wel een beetje laat, eerlijk gezegd...
Naar huis, alweer
We hadden al besloten geen rare toeristische fratsen meer uit te halen, maar gewoon straight terug te rijden, via de snelweg. Naar Utrecht zou dat 2150 kilometer zijn. Vijf dagen rijden, als alles meezat.
![]() |
| Keerpunt |
| De vogels zijn gevlogen |
Vaticaanstad
Fietsen naar Rome
In de zomer van 2006 zijn Christel en ik van Utrecht naar Rome gefietst. We kozen niet de kortste route (via de Alpen), maar besloten via Frankrijk en de Middellandse Zee te gaan, dat leek ons leuker...en lager. Uiteindelijk bleek het ruim drieduizend kilometer te zijn.
We hebben daar zeven weken over gedaan, in etappe's van zo'n 80 tot 100 kilometer en inclusief menige rustdag. Onderweg troffen we fantastisch weer en fantastische campings (Frankrijk) en waardeloos weer en waardeloze campings (Italië), maar de overheersende herinnering is die van een geweldig avontuur vol wijn en liefde, met de Mont Ventoux als hoogtepunt.
Toevallig heeft de dichter Ilja Leonard Pfeijffer een paar jaar later vrijwel dezelfde fietstocht gemaakt en hierover een mooi boek geschreven, De filosofie van de heuvel. Hij schrijft: "Wij gaan gewoon een stukje fietsen, daar is weinig bijzonders aan. Over een tijdje zullen we vanzelf in Rome aankomen. We hebben geen idee hoe lang het zal duren, behalve dat het mooi zou zijn als het zo lang mogelijk duurt."
Oss
Verdun
Dag 9, 545 kilometer gereden











