Rishikesh 2

Donderdag 26 oktober 2006

Nog steeds in Rishikesh. We vermaken ons prima hier. Ik heb al ontdekt dat je maanden, zo niet jaren nodig hebt om dit vreemde land een beetje te leren kennen.


Zoveel tijd wil ik niet wegblijven bij m'n geliefde, maar ik heb m'n retourvlucht inmiddels wel met twee weken verlengd, zodat Wim en ik ons ietsje minder hoeven te haasten. Hierna willen we in ieder geval nog een tijdje naar Varanasi. Daar zullen onze wegen zich scheiden en keer ik -wellicht via de Taj Mahal- terug naar Delhi en blijft Wim alleen achter, zodat hij ten langen leste verlost is van mijn schaamteloze toeristische strapatsen en eindelijk de diepte in kan, zoals hij oorspronkelijk van plan was.

Rishikesh 3

Zaterdag 28 oktober 2006

Onze buren in Aggarwal House zijn Julian en Camilla, een stelletje van rond de dertig, hij een Fransman uit Marseille, zij een Engelse uit Manchester. Veel thuis zijn ze echter niet. Regelmatig zitten ze in India en recentelijk hebben ze ook een jaar in Japan gewoond, waar zij werkte als lerares Engels. 

Julian is een doorgewinterde India-ganger, spreekt Hindi en speelt tabla. Toen we voor het eerst onze kamer inspecteerden hoorde ik al het onmiskenbare takkatakka-boengboeng-takka-boeng-geluid uit hun kamer komen en vreesde even dat er een stel dilettantistische neohippies naast ons woonden die bij voorkeur midden in de nacht, knetterstoned, op het terras speelden, yeah man, good vibes… Maar Julian is heel serieus en volgens mij ook heel goed. Hij speelt al jaren, krijgt les van een gerenommeerde tablist (?) en treedt op met Indiaase muzikanten, wat bijzonder schijnt te zijn gelet op de traditionele, gesloten Indiaase muziekwereld. Vanavond geeft hij een concert samen met Hari Krishan Shaj Ji, precies, die landelijk bekende sitarspeler. Daar gaan we natuurlijk wel even heen.




Rishikesh 4

Maandag 30 oktober 2006

Maandagochtend. De 'week' is weer begonnen. Merk je echter niets van, want zondag is hier geen speciale dag, en sowieso beginnen Wim en ik het gevoel voor plaats en tijd een beetje kwijt te raken. 

Maargoed. Jacqueline is vanochtend vroeg vertrokken, terug naar Singapore; Julian en Camilla vertrekken deze week; en wij smeren hem morgen. Niet naar Varanasi, zoals het plan eigenlijk was, maar eerst naar het plaatsje Pushkar in Rajahstan waar een niet-te-missen evenement schijnt plaats te vinden, de Pushkar Camel Fair, een soort kamelenmarkt, circus en heilige bijeenkomst ineen. Uw correspondent houdt u op de hoogte. (En hopelijk mag hij daar ook foto's uploaden, want dat is hier een probleem in verband met (onverstaanbaar).)

Op veler verzoek...

Wim in de bocht

Pardon meneer, maar...eh...u zit op m'n rug!

Ja, dat is...grmmmpff...een stuk beter. Geloof ik.

Pushkar

Donderdag 2 november 2006

Na tien dagen verlaten we Rishikesh. Het was een heerlijk rustig plaatsje, dat we verruilen voor de gekte van Pushkar, tien centimeter op de kaart, zeventien uur in de bus.


Afscheidsetentje, vooraan Julian en Camilla

Vertrek uit Aggarwal House

Pushkar 2

Vrijdag 3 november 2006

...en verder is Pushkar een feest -en soms een vloek- voor de zintuigen. Kleurrijk als India mag zijn, Pushkar is nòg kleurrijker. De straten zijn druk en pulserend, bruisende levensstromen die je meesleuren in een werveling van geuren, kleuren, geluiden en tegenstrijdige gevoelens.

Aan alle kanten wordt er aan je getrokken. Op ooghoogte roepen de shopkeepers naar je (hello sir...hello!); bij je middel staat een stoffig bedelaartje aan je te plukken; en aan je voeten probeert een uitgemergelde man met anderhalf been of één been of helemaal geen been op een skatebord-achtige constructie je aandacht te vangen met alle middelen die hij heeft, en dat zijn er niet veel meer. De vrouwen hier, mager en getaand, dragen lange omslagdoeken in onwerkelijke snoepgoedkleuren -geel, rose, oranje, rood- en hebben een enorme gouden ring door hun neus die met een kettinkje aan het linkeroor is vastgehaakt. De mannen zijn opvallend lang en lopen rond in wit hemd, dhoti (de tot broek gewikkelde witte lap stof waarin ook Ghandi liep) en tulband, meestal eveneens wit, maar soms rood of oranje; hun tanden zijn oud en bruin van ontelbare bidi's, dunne filterloze sigaretten gerold in ebbehoutblad met vijfmaal meer teer en nicotine dan Westerse sigaretten. Het lijken trotse, serieuze mensen, gehard door hun bestaan in deze barre uithoek van een toch al straatarm land.
  Maar...nu is het even feest.

Agra

Maandag 6 november 2006

Onderweg naar Varanasi een tussenstop gemaakt in Agra om een kijkje te nemen bij hèt symbool van India, de beroemde Taj Mahal. 's Ochtends om zes uur staan we bij de ingang. We passeren een zandstenen poort en daar staat-ie dan, op een plateau, aan het einde van een lange symmetrische tuin vol vijvers die als een loper lijkt uitgerold. 

Het is donker en nevelig. De Taj zweeft nog een beetje, als een dauwdruppel in een mistig weiland.



Nagekomen mededelingen

Om de tijd te doden -we wachten op de trein naar Varanasi- hier wat nagekomen mededelingen.

Varanasi

Donderdag 9 november 2006

Inmiddels een paar dagen in Varanasi. Varanasi, ook wel Benares genoemd, is een hele oude stad, zo'n 5000 jaar geleden gesticht en daarmee een van de oudste bewoonde steden ter wereld. Het is de heiligste stad van de hindoes en trekt jaarlijks meer dan een miljoen pelgrims. Varanasi staat bekend als de 'dodenstad', men komt om te sterven, want wie hier aan de oever van de Ganges het leven laat stapt uit de eeuwige cirkel van wedergeboorte en bereikt moksha, bevrijding. 



    

Varanasi 2

Zaterdag 11 november 2006

Ja, als je dan toch in Varanasi bent... Gisteren bij de burning ghats wezen kijken, de plaatsen waar de hindoes hun doden verbranden. Er zijn er twee hier: een grote met verschillende plateaus voor de verschillende kasten (er zijn vier hoofdkasten), waar zo'n 250 à 300 crematies per dag plaatsvinden; en een wat bescheidener exemplaar.

Maar ook daar gaat het achter elkaar door. Steeds liggen er een paar lijken te wachten. Ze worden op draagbaren aangeleverd, twee keer ben ik al zo'n stoet tegengekomen in de smalle steegjes, 'Body coming!' hoor je opeens. De lijken zijn onherkenbaar, een wolk van saffraan, van top tot teen gewikkeld in kleden en bedolven onder bloemenslingers. De bloemen gaan de Ganges in en het lichaam wordt ondergedompeld in de rivier en op een verse houtstapel gelegd. Vervolgens steekt de oudste zoon -voor de gelegenheid kaalgeschoren en in het wit gekleed- na enig ceremonieël het vuur aan. Na ongeveer een uur slaat hij met een stok de schedel kapot, zodat de ziel kan ontsnappen. En na drie uur is het gebeurd, het lijk is verkoold, op het borstbeen (man) of het heupbeen (vrouw) na die in de rivier worden gegooid. Daarna dooft de zoon het vuur weer op ceremoniële wijze. Even technisch: voor een brandstapel is ongeveer 200 kilo hout nodig, een kilo kost 3 euro, dus een crematie kost zo'n 600 euro plus wat fooi her en der. Een kolossaal bedrag in India, crematie in Varanasi is daarom maar voor weinigen weggelegd. Zoals een Indiër tegen me zei: twee dingen zijn onbetaalbaar in India, trouwen en sterven...



Bodhgaya

Maandag 13 november 2006

Het saffraan van de hindoes is rood geworden. Boeddharood.

Ik zit weer tussen de boeddhisten, in Bodhgaya, voor boeddhisten misschien wel de belangrijkste plaats ter wereld - buiten het eigen hart dan. Want hier in Bodhgaya is het boeddhisme geboren. Het was hier dat prins Siddharta Gautama -na een zoektocht van zes jaar vol meditatie en zelfkastijding- onder een boom ging zitten met de bedoeling niet meer op te staan vòòrdat hij De Waarheid had ontdekt. Na drie dagen was het zover. Hij bereikte een staat van bewustzijn die 'verlichting' wordt genoemd en daarom duidt men hem sindsdien aan als Boeddha, 'de verlichte' of 'de ontwaakte'. Het betekende de start van één van de grote religies van de wereld. 



Mahabodhi-tempel
 

Bodhgaya 2

Woensdag 15 november 2006

Develop the heart. Too much energy in the West is spent on developing the mind. Develop the heart.
    Dalai Lama


Mahabodi-tempel, 's ochtends vroeg. De zon krijgt de mistgordijnen nog niet opzij geschoven. In de lotusvijver drijft het grote Boeddhabeeld op wolken.


Op een bankje bij deze vijver raak ik in gesprek met Anup en Devendra. Anup is achttien jaar, intelligent en vrolijk, hij wil journalist worden en om op te vallen draagt hij een t-shirt met een groot hakenkruis erop en de woorden Hitler's cross. (Het hakenkruis is ontleend aan de swastika, een oeroud hindoestaans en boeddhistisch symbool dat voorspoed en geluk betekent.) Devendra is elf jaar oud, een klein jongetje met een grote pet, nieuwsgierig maar verlegen. We kijken hoe een paar monnikken voer in de vijver gooien, het wateroppervlak begint wild te spartelen en er duiken joekels van beesten op met gemene bekken. Als ik afscheid wil nemen, vragen de jongens of ik hun dorpje wil zien, Sujata, aan de andere kant van de rivier. Eigenlijk niet, ik heb andere plannen - maar als ik hun hoopvolle gezichtjes zie twijfel ik. Is er iets te zien daar? Jaja, nounou, iets met Boeddha en een meisje, melk en rijst. Okee dan, we spreken af om twee uur, bij de lotusvijver.


Naar huis, alweer

Vrijdag 17 november 2006
Dagboek van een thuisvaarder

Maandag

's Morgens om vier uur op. Om half vijf de taxi naar Gaya.

Op het station zoek ik de reserveringslijst voor de trein naar Varanasi. Ik sta er inderdaad op, Mr. Arthur. Om 5:13 arriveert de trein, exact op tijd, ongelooflijk. Coupé diep in slaap. Op m'n gereserveerde bank ligt al iemand. Ik kruip op een lege bank en krijg het later aan de stok met degene die dìe plek heeft gereserveerd. Gelukig is 'mijn' plek inmiddels weer beschikbaar. De boze Indiër biedt me thee aan en we voeren nog een heel gesprek. Tegen twaalven terug in hotel. Laatste avond van Wim en mij en we gaan naar de bioscoop voor een Bollywood-film. Money Money, luidt de titel. Visueel overweldigend, maar verder slechter dan je ooit had kunnen denken. Karikaturaal, onderbroekenlol, slapstick. Maar het publiek vindt het prachtig. Hoogtepunt is de scene waarin de hoofdpersoon zich heeft verkleed als vrouw en wordt betast door een man die een oogje op 'haar' heeft. Zijn hand glijdt onder 'haar' jurk en ontdekt dan, je weet wel. De zaal giert het uit. Lachen! Het bevestigt m'n theorie dat je Indiërs als kinderen moet zien, dan begrijp je ze nog het meest.




India voorbij

Zaterdag 18 november
Ze zeggen dat India heftige gevoelens oproept. Of je vindt het land fantastisch, of je vindt het verschrikkelijk. Okee. Als dat de keuzes zijn vind ik India fantastisch.

Ik heb genoten van deze reis. Ik vond het land fascinerend, inspirerend, confronterend. India maakt iets bij je los dat hier in het westen –door moraal, regels, verantwoordelijkheden- een beetje is gaan vastzitten: je gevoel van vrijheid. Dat durf ik wel in z’n algemeenheid te stellen, want ik hoef maar naar de Israeli’s te kijken en ik weet dat het niet alleen voor mij geldt. In dit land lijkt alles te kunnen en alles te mogen – als je toerist bent. Jij rijke westerling ben enorm belangrijk hier. Iedereen rent voor je. Dat is eerst even wennen, maar na een tijdje wordt het heel makkelijk en heel prettig en na nog een tijdje verwacht je niet anders en kijk je verrast op als een Indiër ‘nee’ zegt. Toeristen zeggen ‘nee’; Indiërs zeggen altijd ‘ja’. En als je heel eerlijk bent en goed bij jezelf naar binnen kijkt, ontdek je op de bodem van je persoonlijkheid, tussen de andere rotzooi, een westers superioriteitsgevoel. Dat is een voorbeeld van de manier waarop India je confronteert.


Santiago 2006

In september 2006 ben ik samen met m'n vader op de motor naar Santiago de Compostela in Spanje gereden. Hij voorop, ik achterop. Stel je toch eens voor: een knetterende Honda 900cc met een hardhorende senior achter het stuur en daarachter een tatewalende junior ('binnensmonds mompelend' volgens Van Dale) die de TomTom bedient beiden met oordopjes in, plús een grote helm op... Het is een wonder dat we het gevonden hebben. Sint Jacobus moet ons hebben geholpen. Nadat hij uitgelachen was.

Weer een nieuw avontuur

Woensdag 6 september
We zijn alweer een weekje thuis. Christel is aan het werk en ik...eh...kijk nog een beetje angstig naar onderstaand monster, de Honda 900cc van Frieswijk senior, waarop ik aanstaande zaterdag (9 september) zal moeten plaatsnemen.


Dan vertrekken we namelijk naar Santiago de Compostela, de bekende bedevaartsplaats in de noordwesthoek van Spanje - m'n vader achter het stuur en ik achterop, veilig in het kinderzitje. Veel liever was ik met ons campertje gegaan, ook nog zichtbaar op de foto. Maar ja. Dat levert vast niet zo'n goed verhaal op en voor jullie, lezers, heb ik nou eenmaal alles over. Dus: blijf nog even hangen voor een eerstehandsverslag over mijn avonturen met twee oldtimers.

Utrecht

Vrijdag 8 september
De reis is begonnen...voor de senior onder ons, tenminste. Vanavond kwam hij vanuit Friesland in Utrecht aan, uren later dan gepland, omdat...eh...iets met een lege tank, stroomstoring en nog wat vage zaken. 

En bovendien had hij de moeite genomen om eerst nog naar Sint Jacobiparochie te rijden, helemaal in het noorden van Friesland, omdat dat een traditioneel startpunt is van de Jacobsroute. Even kort, voor wie dat nog niet weet: Santiago is Spaans voor ‘Sint Jacob’ en geldt als een bedevaartsoord omdat hier de apostel Jacobus na zijn dood zou zijn begraven. Er lopen allerlei routes door Europa naar Santiago, langs allerlei Jacobskerken – en een daarvan staat dus in Sint Jacobieparochie. Zie foto onder. Toevallig, toevallig staat er ook eentje in Utrecht...aan de Jacobsstraat. Dat wordt natuurlijk mijn startpunt. Morgen. Vrees ik.

Kerk in Sint Jacobiparochie

Daar gaan ze!

Zaterdag 9 september 2006                        
Junior en senior zijn vandaag vertrokken...twee keer. De eerste keer ietwat aarzelend –want wat was de motor zwaar met alle bagage en bijrijder- richting pleisterplaats Jacobikerk in hartje Utrecht. 

Het bleek Open Monumentendag en zodoende kregen de heren een uitgebreid rondleiding in deze kerk, nota bene nog door een oud-collega van Arthur. En of ze wilden of niet ook een pelgrimsstempel.
Tijdens de korte rit door Utrecht kwam Arthur erachter dat zijn schoenen niet winddicht waren, met koude voeten tot gevolg. Dus rechtsomkeert en tegen enen reden zij doodleuk de straat weer in om na wisseling van schoenen en natuurlijk het drinken van een bak koffie voor de tweede keer te vertrekken. Nu echt.

Daar gaan ze!

Montlucon

Maandag 11 september 2006
Wander en Arthur vermaken zich prima, vertelden ze net aan de telefoon. Ze staan op de camping municipale van Mont Lucon, gelegen ergens in het midden van Frankrijk. Het naseizoen is begonnen, ze blijken de enige campinggasten te zijn.

St Jean Pied de Port

Donderdag 14 september 2006
Wat een eenvoudig motortochtje had moeten zijn, begint verdacht veel op een moeizame pelgrimstocht te lijken... Op en of andere manier raakt Santiago steeds verder uit zicht. We hadden gedacht er 'even' heen te rijden in vijf dagen, maar de realiteit is dat we vandaag, op dag zes, Spanje nog niet eens gehaald hebben!

Santiago de Compostela

Zondag 17 september
Hier een kort berichtje van de ZR-32-93. Vandaag, dag negen, zijn we geland in Santiago. Het was nog een helse tocht met veel regen, mist en een kip en een haan. Daarover later meer.

Nu gaan we (om 22:53) de tent opzetten, een borrel drinken en heel veel slapen. Morgen blijven we hier en hopen we een uitgebreider verslag met foto's te kunnen plaatsen. Tot zover de ZR-32-93.

Santiago de Compostela 2

Maandag 18 september 2006
De zon schijnt, we zijn in Santiago de Compostela...ofwel, Sint Jacobus van het Sterrenveld. Het verhaal wil dat de plaatselijke bewoners een licht aan de horizon zagen schijnen, op onderzoek uitgingen en daar het graf vonden van de apostel Jacobus. Op die plek werd in de 9e eeuw Santiago gesticht.

Vanaf dat moment trokken pelgrims er naartoe, tot op de dag van vandaag. Waarom? Tha. Het was een bedevaart, dus men 'voer' naar Santiago voor een 'bede', een gebed, om vergiffenis te vragen vor alle begane zonden. Maar voor velen zal ook vroeger -net als nu- verlangen naar bezinning of avontuur en rol hebben gespeeld. Voor Wander en mij is het in ieder geval zo'n plaats waar je geweest moet zijn, die hoort bij je opvoeding, zoals dat heet. Wel een beetje laat, eerlijk gezegd...

Naar huis, alweer

Maandag 25 september 2006
...en toen moesten we dat hele pokke-eind weer terug. 

We hadden al besloten geen rare toeristische fratsen meer uit te halen, maar gewoon straight terug te rijden, via de snelweg. Naar Utrecht zou dat 2150 kilometer zijn. Vijf dagen rijden, als alles meezat.

Keerpunt
Aan de ZR-32-93 zou het niet liggen, die functioneerde -ondanks z'n belastingvrije leeftijd- uitstekend; het enige heuvel op de heenweg was een klein gaatje in de uitlaat dat Wander heeft gerepareerd door er een bierblikje omheen te plaatsen - tot zijn spijt een Duits blikje, hij kon geen Nederlands blikje in de vuilnisbak vinden. Ja, van die generatie is m'n vader nog. Verder waren ook wij weer bijgetankt in Santiago, dus daar gingen we dan, op dinsdag (dag 11), met vijf kilo souvenirs in onze bagage en ná achterlating van een kraanvogeltje, een gewoonte van m'n vader. 

De vogels zijn gevlogen

Vaticaanstad

Flauw? Absoluut! Maar als landenverzamelaar kan ik dit schot voor open doel niet laten lopen. 

Want ja, Vaticaanstad is een land. Het kleinste land ter wereld, 450 meter bij 450 meter ongeveer, met zo'n 1000 inwoners, mannen hoofdzakelijk. Het bestaat sinds 1929 en hoort niet tot de EU, hoewel het wel de euro als munt gebruikt - op die van Vaticaanstad staat de paus afgebeeld. Het land is een absolute monarchie, met de paus als staatshoofd, en heeft een eigen vlag, eigen volkslied en eigen postzegels. Omdat er nooit iemand in Vaticaanstad wordt geboren - officieel dan - kun je alleen staatsburger van Vaticaanstad worden door naturalisatie. Elke inwoner van Vaticaanstad heeft dus een dubbel paspoort en is een expat. Paus Franciscus, Argentijn van geboorte, dus ook.      

Ik ben er een paar keer geweest, ja er zelfs een keer naartoe gefietst. Want onze fietstocht naar Rome in 2006 beschouwden we officieel als geëindigd toen we het Sint-Pietersplein aantikten en daar een selfie maakten. 



Voor natuurschoon hoef je niet te zijn in Vaticaanstad, maar kunsthistorisch gesproken kent het natuurlijk zijn gelijke niet op de wereld: het Sint-Pietersplein en de Sint-Pieterskerk (tot 1989 de grootste ter wereld, tot Ivoorkust erover heen ging), de Vaticaanse musea, de Sixtijnse kapel met de wereldberoemde fresco's van Michelangelo. Het hele land is Unesco werelderfgoed, letterlijk. Nou ja, het blijft een wat apart landje, maar we tellen het gewoon lekker mee.

Fietsen naar Rome

In de zomer van 2006 zijn Christel en ik van Utrecht naar Rome gefietst. We kozen niet de kortste route (via de Alpen), maar besloten via Frankrijk en de Middellandse Zee te gaan, dat leek ons leuker...en lager. Uiteindelijk bleek het ruim drieduizend kilometer te zijn. 

We hebben daar zeven weken over gedaan, in etappe's van zo'n 80 tot 100 kilometer en inclusief menige rustdag. Onderweg troffen we fantastisch weer en fantastische campings (Frankrijk) en waardeloos weer en waardeloze campings (Italië), maar de overheersende herinnering is die van een geweldig avontuur vol wijn en liefde, met de Mont Ventoux als hoogtepunt. 

Toevallig heeft de dichter Ilja Leonard Pfeijffer een paar jaar later vrijwel dezelfde fietstocht gemaakt en hierover een mooi boek geschreven, De filosofie van de heuvel. Hij schrijft: "Wij gaan gewoon een stukje fietsen, daar is weinig bijzonders aan. Over een tijdje zullen we vanzelf in Rome aankomen. We hebben geen idee hoe lang het zal duren, behalve dat het mooi zou zijn als het zo lang mogelijk duurt."

Oss

Vrijdag 7 juli 2006
De eerste etappe vandaag. Nog even dit, nog even dat, de laatste keer dit, even dat controleren, blablabla, en tegen enen eindelijk op pad. We maken het onszelf makkelijk vandaag. Om er een beetje in te komen fietsen we naar vrienden van ons in Oss, Emmi & Marcel en hun kinderen Guyon en Lucin. Exact om zes uur arriveren we. Op tijd voor bier en lekker eten. We krijgen cadeautjes voor onderweg, nog los van de fietstassen die we van ze hebben geleend. Zo, de kop is eraf.




Verdun

Zaterdag 15 juli 2006
Dag 9, 545 kilometer gereden


Sinds gisteren in Verdun. 's Avonds gekeken naar het vuurwerk ter gelegenheid van quatorze juilliet, de nationale feestdag én de verjaardag van Arthur's broer, en vandaag onze tweede rustdag. Elke drie, vier dagen lassen we een rustdag in - het moet tenslotte wel vakantie blijven. 

Dijon

Woensdag 19 juli 2006
Dag  13, 841 kilometer gereden

Rustdag in Dijon. Dijon is beroemd om de mosterd, maar vandaag zal alles wel gesmolten zijn, want het is knetterheet hier, 35 graden en hoger. De afgelopen drie dagen zijn we van Verdun naar Dijon gereden, een kleine driehonderd kilometer.

Orange

Donderdag 27 juli 2006
Dag 21, 1402 kilometer gefietst
Orange. Ooit de pleisterplaats van een moeizame liftvakantie van Arthur en zijn broer (weet je nog, Mario?), nu een tussenstop van ons, richting Mont Ventoux. Vandaag fietsen we naar Bedoin, aan de voet van de Mont Ventoux, en morgen wagen we ons aan de beklimming.

Mont Ventoux

Vrijdag 28 juli 2006

Mont Ventoux. De kale berg wordt hij wel genoemd. Omdat de top helemaal kaal is. Of de reus van de Provence, omdat hij overal bovenuit steekt. 

Van heinde en verre kun je de Mont Ventoux al zien, zelfs vanaf de Auoroute de Soleil, en als je dan die hoge en steile top ziet kun je je nauwelijks voorstellen dat je daar op kunt komen zonder touwen en rotsschroeven...
  Maar het kan.


La Colle sur Loup

Donderdag 3 augustus 2006
Dag 28, 1729 kilometer gefietst
Na de Ventoux een welverdiende rustdag in Bedoin. Beetje uitslapen, beetje zwemmen, wasje draaien en een biertje drinken, zoiets. Daarna moet er weer gefietst worden, de Provence staat op het programma. 

Genua

Maandag 7 augustus 2006
Dag 31, 1976 kilometer gefietst
Genua. Geboorteplaats van Christoffel Columbus, zeggen ze. Toen hij een financier zocht voor z'n beroemde tocht naar Amerika klopte hij eerst bij Genua aan. Maar de stad zag er geen brood in. Spanje wel, en werd schatrijk.


Lucca

Vrijdag 11 augustus 2006
Dag 36, 2205 kilometer gefietst
Even een kort berichtje vanuit Lucca. Ja, we hebben Toscane dus bereikt. Het was nog een helse tocht. 


Pisa

Zaterdag 12 augustus 2006
Dag 36, 2234 kilometer gefietst
Gisteren zonder incidenten in Pisa aangekomen. Pisa ligt in een stuk laagland, en terwijl we vanuit Lucca de heuvel afsuisden zagen we de beroemde scheve toren al van verre. Tegen zessen waren we op de camping.


Siena

Vrijdag 18 augustus 2006
Dag 43, 2463 kilometer gefietst
Beste kijkers, hier weer een update van ons fietsverslag. Allereerst willen we iedereen nogmaals hartelijk bedanken voor alle leuke reacties op onze site. We vinden het geweldig om te lezen en kijken er elke keer weer naar uit. Hebben we tenminste iets leuks in het vooruitzicht als we wéér zo'n middeleeuws stadje vol oude pleinen en kerken binnen racen...

Montefiascone

Woensdag 23 augustus 2006
Dag 48, 2632 kilometer gefietst
Hier even een hele korte update, vanuit de supermarkt in Montefiascone waar tussen de bakken pommodori en Est!Est!Est!-wijn een paar computers staan. We hebben net een paar dagen geluierd aan het meer van Bolsena en zijn vanochtend vertrokken voor de laatste ruk naar Rome.


Rome

Vrijdag 25 augustus 2006
Dag 50, 2786 kilometer gefietst
Hoe verder na Siena? Allereerst iets doen aan de eerste serieuze materiaalpech. Arthur's voorste derailleur hapert; hij kán ermee naar Rome komen, maar dan moet hij wel het wereldrecord sneltrappen verbeteren. 


De laatste dag

Dinsdag 29 augustus 2006
Dag 54, 3061 kilometer gefietst
Ons avontuur is bijna voorbij. Morgen vliegen we terug. De afgelopen vier dagen hebben we in Rome doorgebracht met sight-seeing. Pantheon, Colosseum, Sint Pieter, u kent het wel.


Monaco


Begin augustus 2006 fietsten wij – onderweg naar Rome (HIER) – door Monaco. We stopten bij de haven, dronken een koffie, keken naar de megalomane zeilboten en stapten weer op. Meer dan een uurtje brachten we er niet door. Kan ook moeilijk anders, want met 2 vierkante kilometer is Monaco na Vaticaanstad het kleinste land ter wereld. Maar wel het dichtstbevolkte land ter wereld, trouwens. Het is vooral bekend van z’n jetset vorstenhuis en de Grand Prix, de Formule-1-race van brullende beesten die – dichtbevolkt of niet – lekker door de smalle straatjes racen en elkaar in de staart bijten. Eenmaal voorbij het haventje leidde de weg aan het eind van de baai een heuvel op en daalde af naar een nieuwe baai die tot Italië hoorde. Huppatee. Weer een land erbij.

Pieterpad

In voorjaar 2006 heb ik het Pieterpad gelopen, het langste wandelpad van Nederland, zo'n 500 kilometer van Pieterburen aan de Waddenzee naar de Sint-Pietersberg bij Maastricht. Zo ontdekte ik dat wandelen de beste manier is om de kleinschalige schoonheid van ons land te ondergaan. Niet iedere kilometer was even interessant, maar ik stuitte op verrassend mooie stukken en vond Overijssel met zijn 'bergen' (Archemerberg, Lemelerberg en Holtenerberg) de mooiste provincie, tot m'n eigen verbazing. Ik startte alleen. Gaandeweg kreeg ik echter steeds vaker gezelschap, de zogeheten 'meelopers' uit familie- en vriendenkring. Zoals ik ook steeds meer volgers kreeg op m'n weblog, die ik toen ben begonnen, in 2006, onder de oorspronkelijke titel Alle wegen leiden naar.... Uiteindelijk heb ik de hele route afgelegd in 25 etappe's verdeeld over 10 weken.



Naar Groningen

Maandag 24 april 2006

Het is zover: de start van mijn Pieterpad. Maar de eerste uitdaging is om uberhaupt in Pieterburen te komen zonder auto. Eerst met de trein naar Groningen, vandaar een boemeltje naar Baflo en dan bus 68 naar Pieterburen. Op papier, althans. 

Helaas mis ik het boemeltje en moet een uur wachten op het volgende, en als ik tenslotte in Baflo uitstap blijkt de eerstvolgende bus pas drie uur later te gaan. Wat nu? Het is nog zo'n 7 kilometer. Lopen is geen optie natuurlijk. Dan maar liften. Vroeger, in m'n studententijd, liftte ik door heel Europa, maar dat is jaren geleden en de jeugdige charme waarmee ik toen de automobilisten verleidde (dat maakte ik mijzelf tenminste wijs) is enigszins aan sleet onderhevig. Maar misschien valt het niet op, als je komt aanrijden met een vaartje van twintig, dertig kilometer per uur. Het moet maar. Daar gaat m'n duim omhoog. En verrek, de eerste auto stopt. Een oudere vrouw is bereid me wel even te brengen. Ach, dat is waar ook, dat was ik na al die tijd vergeten: op het platteland is liften nooit een probleem, mensen staan daar nog klaar voor elkaar.



Naar Rolde

Dinsdag 2 mei 2006 

Vandaag begin ik aan m’n tweede etappe. Voeten een beetje bijgekomen, rugzak flink afgevallen: drie kilo, om precies te zijn. De afgelopen dagen heb ik –met de keukenweegschaal erbij- m’n uitrusting nog eens kritisch bekeken. 


Moet dit écht mee? Kan dat niet lichter? Waarom 14 haringen als de tent maar 6 nodig heeft? Waarom een aansteker als lucifers minder wegen? Verder sneuvelden een trui (500 gram), m’n dagboek (350 gram) en –helaas- de ANWB-natuurgids (650 gram). Daar gaat m’n goede voornemen om eindelijk eens iets over de natuur te leren en bij de volgende Grote Frieswijk Familie Quiz (één keer in de paar jaar) spectaculair te scoren bij de bloemen- en bomenvragen. Toen ik op het punt stond de steel van m’n tandenborstel af te zagen, greep Christel in. STOP, riep ze. Je hebt gelijk, zei ik, het wordt echt te gek. Maar nee, ze renden naar boven en kam terug met een minuscuul borsteltje plus tandpasta, ooit gekregen toen ze een keer eersteklas vloog. Van zo’n vriendin moet je het hebben.


Naar Coevorden

Woensdag 10 mei 2006

De derde etappe. Voor de laatste keer begeef ik me naar het noorden, naar Assen, waar ik de bus naar Rolde neem en de hunebedden weer opzoek, het eindpunt van m’n vorige etappe. M’n troef deze keer is een nieuwe slaapzak, ultralicht en ultraklein, die ik ’s ochtends vroeg nog gauw even aanschaf. 

Hij zal wel niet zo comfortabel zijn als m’n vertrouwde mummyslaapzak van weetikhoeveelkilo, maar er is schitterend weer voorspeld voor de komende dagen én nachten, dus koukleum of niet, ik waag het erop. Ook m’n jas (0,8 kilo) laat ik dit keer thuis. M’n rugzak weegt aldus minder dan ooit, en even ben ik in de verleiding om toch maar weer de ANWB-natuurgids mee te nemen, maar nee nee nee, niet doen, niet overmoedig worden zeg ik tegen mezelf.

Naar Hellendoorn

Woensdag 17 mei 2006  

De volgende etappe alweer. Helaas heeft de meeloper van deze wek afgezegd, dus moet ik het alleen doen. Vanuit Coevorden passeer ik al spoedig de provinciegrens en loop Overijssel binnen, de derde provincie van deze tocht.





Naar Holten

Woensdag 14 mei

Wegens allerlei familieverplichtingen weinig tijd deze week. Je baan kun je opzeggen, maar je familie, tja… Nog net gelegenheid voor één dagetappe, op woensdag, de dag dat het aller slechtste weer van de hele week wordt voorspeld, regen en onweer en een harde zuidwestenwind.  

De enige reden dat ik niet afzeg is om de schijn van mooiweerloper te vermijden. En de andere enige reden is dat meeloper Marcel alléén vandaag kan, en anders pas medio 2008 weer een gaatje in z’n agenda heeft. Dinsdagavond zitten we allebei bij de telefoon te wachten tot de ander goddank afbelt. Maar het blijft hardnekkig stil. Dus stappen we woensdagochtend met z’n tweetjes gezellig in de trein naar het oosten.

Een conducteur verzekert ons dat de route vandaag een prachtige tocht is. Hetzelfde horen we van de uitbater van de ‘stationsrestauratie’ in Nijverdal, die even bij ons komt zitten in de koffiehoek die hij met vier stoelen en een tafel bij elkaar geïmproviseerd heeft. De bus zet ons af bij Avonturenpark Hellendoorn. Met een paar passen zijn we in het bos van de Sallandse Heuvelrug en dat verlaten we pas 15 kilometer verderop, in Holten, het eindpunt van de etappe. In het bos gaan de jassen open. Geen last van wind of regen, het is lekker weer. Marcel concentreert zich op de route, zodat hij een beetje kan trainen voor z’n eigen Pieterpad binnenkort. Ik loop er –zonder zware rugzak ditmaal-  relaxed achteraan.