Naar Alkmaar

Zondag 15 april 2007
Begonnen aan een nieuwe wandeling, het Trekvogelpad. Daartoe diende ik mij te vervoegen in Bergen aan Zee doormiddels een trein en twee bussen plus een stuk lopen naar Het Zeehuis, een voormalig weeshuis waar de route start. Het was natuurlijk heerlijk weer. 
De eerste tien kilometer voerden door een uitgestrekt duingebied met veel krom gewaaide bomen, helaas nog wat kalig allemaal. Daarna –na al dat zandgrijs en helmgeel-  schetterden bij Egmond aan den Hoef de tulpenvelden je tegemoet met paars en rood en blauw. En een vleugje ruïnebruin, van het kasteel van de Graf van Egmond. Tenslotte liep je door de weilanden naar Heiloo en vandaar langs een lange vaart naar Alkmaar, eindpunt. Twintig kilometer. Het is weer even wennen, kennelijk, want ik had geen voeten meer over. Niettemin een kleurrijke dag. Volgend etappe: Alkmaar-Purmerend, tot dan.

Naar Graft

Zaterdag 21 april 2007
Trekvogelpad, deel twee. Van Alkmaar naar Graft met meeloper Jeroen. Jeroen heeft nieuwe wandelschoenen, ik heb een kater (‘even’ bij m’n ouders langs) en in Alkmaar hebben ze kaasmarkt. Wat een folkloristische flauwekul! 
Vanuit Alkmaar lopen we het polderlandschap binnen. Rechte wegen, dijkjes, molens. Een reiger vliegt weg met een nog spartelend eendenjong in z’n snavel. Ik krijg het er koud van, maar Jeroen bromt naast me: ‘Da’s de natuur.’ Bij Akersloot drinken we koffie bij Café ’t Pontje Annie en nemen vervolgens het pontje over het Noordhollands Kanaal. Hier begint de grote Schermerpolder, al in de Gouden Eeuw ‘veroverd op de zee’, zoals dat vroeger in de geschiedenisboekjes stond. Het is nu een zee van weilanden, groen en leeg, de koeien staan nog op stal. Al met al een beetje saai, maar gelukkig passeren we nog een lief dorpje, Driehuizen, en banjeren we een stuk door een weiland. Veel eenden en reigers en een enkele kievit en grutto. En één graft. Na 19 kilometer.

Naar Purmerend

Vrijdag 27 april 2007
Trekvogelpad, deel drie, van Graft/De Rijp naar Purmerend. Het is vrijdagochtend en schitterend weer. 
Al om negen uur ben ik in De Rijp en bewonder het raadhuis, gebouwd in 1630 en ontworpen door de beroemdste telg uit dit dorpje, Jan Adriaanszoon Leeghwater. Leeghwater is natuurlijk vooral bekend als de grote man van de inpolderingen. Het heeft mij altijd gefascineerd dat iemand met zo’n naam juist zoiets gaat doen. Een speaking name heet dat. Mijn moeder verzamelt zulke namen, honderden heeft ze er al, de hele familie zoekt mee en kan niet normaal meer tv kijken of de krant lezen. Diana Woei die het weer presenteert, Pieter Pikzonen die een zaadhandel heeft en de heer Beenhakker die rolstoelen verkoopt. Dit is allemaal ongelogen waar. Maar Leeghwater, nee, dat is té mooi om waar te zijn. In de onvolprezen Wikipedia lees ik dat hij als Jan Ariaanszoon werd geboren en de naam Leeghater later zelf heeft aangenomen. Jammer.

Van internet

Naar Broek in Waterland

Vrijdag 4 mei 2007
Vrijdag. De vierde dag van het Trekvogelpad, met meeloper Jeroen. We starten in Purmerend en lopen in zuidelijke richting. 
Vanwege de droogte is de lucht ontzettend helder en kunnen we ver kijken. Zo’n vijftien kilometer verderop ligt Amsterdam aan de horizon. Grote flats, rokende schoorstenen. De invloed laat zich gelden: een paar keer vandaag worden we opgeschrikt door toeristen op huurfietsen die, ietwat stijfjes, kennelijk de omgeving verkennen. Halverwege passeert ons een groep Amerikaanse op leeftijd. Het is een welkome afwisseling van alle meerkoeten, kieviten en grutto’s, al is Jeroen nog steeds zeer verguld met zijn ontdekking –twee weken geleden- dat een grutto grutto heet omdat-ie grutto zegt. De kievit zegt kievit. En de meerkoet? Die houdt z’n bek vandaag.

Naar Diemen

Vrijdag 11 mei 2007

Het is weer vrijdag en voor het eerst tref ik slecht weer: regen, harde wind, kou. Dat komt goed uit, want ik heb wel zin om een beetje uit te waaien. Om twaalf uur start ik in Broek-in-Waterland.
In tweeëneenhalf uur loop ik naar Ransdorp en de hele tijd regent het, soms wat minder, meestal wat meer. Woeste luchten trekken over me heen, het zwerk grauwt en grient. Zo kennen we Holland weer.
Ik trek me terug in m’n capuchon en stap onbekommerd verder. Eenmaal schrik op op, ppffffff hoor ik, een zwaan blaast naar me en maakt aanstalten de wal op te klimmen, achter zijn rug ontwaar ik mevrouw met vijf kleintjes. Kennelijk kwam ik even te dichtbij.

Naar Weesp

Donderdag 31 mei 2007
Gisteren van Diemen naar Weesp gelopen. Eerst een stuk langs het Amsterdam-Rijnkanaal, daarna door het Diemerbos, een nieuw bos, aangeplant halverwege de jaren negentig met veel zogeheten ‘snelle groeiers’: wilgen en populieren. 
Het ligt pal naast de Bijlmer, maar van die, eh, multiculturele volkswijk zie je helemaal niets meer – het bos is er tegen opgewassen, zogezegd. Dat was ook de bedoeling. Ik lees dat een deel van het bos ‘het Telegraaf-bos’ heet omdat die krant een financiele bijdrage heeft geleverd. Het klinkt mij een beetje vreemd in de oren. Ik vond destijds, opa spreekt, de verandering van 'Eredivisie' naar ‘PTT-Telecompetitie’ ook al moeilijk te verteren. Hoe ver gaat sponsoring? Wat kun je kopen?
-       Gaan jullie nog wat leuks doen dit weekend?
-       Ja, wij gaan naar het Neckerman-strand. En jullie?
-       Ik denk weer naar de Pampers-plas. Vanwege die kleine hè.
-       Is dat niet bij dat Durex-bosje?
-       -O, maar daar heb je overdag geen last van hoor.

Naar Hilversum

Maandag 18 juni 2007
Afgelopen woensdag weer verder gelopen. Van Weesp naar Hilversum, mooie tocht, zo eentje die je weer doet beseffen hoe leuk wandelen is. Eerst door de weilanden naar Nigtevegt, een dorpje aan de Vecht.
Een gratis pontje zet mij over. Het woord ‘zeugma’ komt bij mij boven. Kent u dat? Een zeugma is een wat minder bekend stijlfiguur waarbij een werkwoord twee verschillende toepassingen krijgt, tegelijkertijd, wat grammaticaal soms op het randje is. Klassiek voorbeeld (ook in Van Dale) is het bordje bij een veerboot: Hier zet men koffie en over. Bij iedere veerboot moet ik er weer aan denken.
Na deze literaire overpeinzing loop ik verder aan de andere kant van de Vecht en nader de Ankeveense plassen. Een smalle groenstrook voert door het midden. Links water, rechts water. Blauwe libelles zweven voorbij. Een kikker schiet voor m’n voeten weg, het riet in. Een mooi stukje Nederland hier.

Stuk gelopen

Vrijdag 6 juni 2008
Deze week dacht ik, kom, ik ga weer eens verder met het Trekvogelpad, u weet wel, dat lange-afstand-wandelpad overdwars door Nederland, van de kust (Bergen aan Zee) helemaal tot aan de Duitse grens. 
Ik was gebleven in Doorn. Dat betekende eerst een trein naar Maarn en vandaar een bus naar Doorn. Nu rijden in dit soort lommerrijke streken bussen minder frequent dan je als stadsbewoner lief is, dat weet je, en je weet ook dat er een bepaalde universele stelselmatigheid bestaat, bij velen bekend als de wet van Murphy, die garandeert dat openbaar vervoer net vertrokken is als je bij de halte arriveert zodat je dus maximaal dient te wachten. Dat weet je allemaal. Wat je niet weet is dat het streekvervoer vandaag staakt, dat hoor je pas een uur later als je eens gaat bellen om te vragen waar dan in ieder geval die ene bus blijft, welteverstaan van een bandje, want de klantenservice is solidair en werkt niet mee met de chauffeurs, of juist wel dus eigenlijk.
Ik merk dat ik in de jij-vorm schiet, excuus, dan lijkt het iets minder vervelend, alsof het een andere sukkel is overkomen.

Grebbeberg

Dinsdag 10 juni 2008

Het is dinsdag, de ochtend na de sensationele 3-0 overwinning van het Nederlands elftal op Italië. Even zweefden we met z’n allen, nu staan we weer op de grond, op de tegels van perron 14b bijvoorbeeld.Het leven gaat gewoon door en meeloper Jeroen en ik stappen op het sprintertje naar Rhenen.

Onderweg bladeren we door de NRC Next die Jeroen bij zich heeft en praten na over de wedstrijd van gisteren. buitenspelvanbronckhorstblabla. Voetbal is een van die onderwerpen waarover je eindeloos kunt praten zonder iets te zeggen, een soort spel, avondvullend en risicoloos, en daarom bij uitstek geschikt voor de kroeg, waar je verhitte discussies kunt voeren over C-Cruijf versus Malaladona of Asjakss versus Fjnoord zonder dat de onnozelheid ervan je opvalt, want daarvoor heb je teveel gedronken.

Natuur

Woensdag 25 juni 2008

Van Ede naar Otterlo, 22 kilometer. Het zal vandaag een warme zonnige dag worden, maar omdat ik voor de verandering eens vroeg op pad ben (half tien) heb ik nog te maken met een frisse ochtendbries. Gelukkig loop ik vanaf station Ede-Wageningen zo het bos in. 
 
Ik bevind mij op landgoed Sysselt en dat vormt het begin van ‘ons’ grootste natuurgebied, de Veluwe, u allen welbekend natuurlijk. En als om haar status te benadrukken, van Natuur met een grote N, tovert de Veluwe meteen, nee, niet een konijn uit een hoge hoed, maar een ree tevoorschijn, dat strammig weghuppelt tussen de boomstammen. Welkom meneer.
  

Het uiltje

Woensdag 16 juli 2008
Vandaag ben ik nationaal park De Hoge Veluwe overgestoken, van Otterlo naar Hoenderloo, met een tussenstop in het Kröller-Müller Museum. Heb slecht geslapen en voel me bij het opstaan wat wrakkig, maar ik besluit toch te gaan, want ik wil naar buiten en volgens de weersvoorspelling is vandaag de enige dag deze week met goed weer.
Trein naar Arnhem, bus naar Otterlo, lopen naar het park. Toegang bedraagt 7 euro. Stof tot nadenken. Alle bossen in Nederland zijn vrij toegankelijk, alle bossen dus, nergens hoef je te betalen, behalve dan hier bij de Hoge Veluwe en uitgerekend dit stuk bos heet dan nationaal, =van de natie, =van mij. Ik weet niet zeker of ik dit begrijp.

Tour 'd Eifel

Een weekje fietsen naar de Eifel in Duitsland, ganz allein, om een beetje in beweging te blijven. Weinig spectaculairs meegemaakt, gewoon lekker gefietst in een mooie omgeving.

Maastricht - Rott

Maandag 30 juni 2008
Maastricht-Rott, 62km

Vandaag begint een weekje fietsen in de Eifel. ’s Morgens inpakken en opbinden, daarna de trein naar Maastricht. Fietsen in Nederland vind ik een beetje saai en dat stuk naar Maastricht heb ik bovendien al een paar keer gedaan. Rond half drie rol ik het station uit en ben onderweg.


Rott - Kronenburg

Dinsdag 1 juli 2008
Rott – Kronenburg, 79km

Ja hoor, ik heb wéér een lek luchtbedje, net als toen naar Rome. Drie van de zes banen lopen ’s nachts langzaam leeg. Ik beleef daardoor een wat gebroken nachtje en ben vroeg op. 
Het is nog fris, maar de zon schijnt al en het belooft een mooie dag te worden. Inpakken en opbinden gaat soepeltjes, alsof ik nooit anders heb gedaan. Kwart over negen zit ik op de fiets.
 

Kronenburg - Ouren

Woensdag 2 juli 2008
Kronenburg – Ouren, 71km
Ochtend. Nauwelijks ben ik m’n tentje uitgekropen of m’n buurman, een vijftiger met stoppelbaard die met z’n tienerzoon rondfietst, zwenkt mijn kant op en begint allerlei tips te geven. 
Die Drei-Länder-Route is niets, teveel gewone wegen, ik moet de Our-route volgen, via Luxemburg, heb je een kaart, kijk hier zit een mooie camping, en daar zit een winkel… Hij is een geboren en getogen Eifelaar en weet dus waarover hij praat, maar het is een beetje veel op de nuchtere maag en ik kan toch al niet zo goed tegen ongevraagd advies. Maar ik knik beleefd en bedank hem, en als ik later met een kop koffie in de hangmat nog eens rustig de kaart bestudeer kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de man wel eens gelijk kon hebben. Ik besluit zijn advies te volgen.

Ouren - Vianden

Donderdag 3 juli, 2008
Ouren – Vianden, 45km
Grijze lucht bij opstaan. In het dal hangt een ragfijn mistig waas. Daar blijft het ook bij zolang ik opbreek, maar nauwelijks heb ik Ouren achter me gelaten of het vocht wordt substantiëler. Regen dus. 
Ik hou halt bij een grasveldje en trek m’n regenjas aan, om dan te ontdekken dat ik sta bij iets..iets…monumenterigs. Vlaggen van verschillende landen, megalitische stenen, gedenkplaatjes. Bij nadere inspectie blijkt dit het Europamonument te zijn. Het is in 1977 opgericht, precies op dit drielandenpunt, als een symbool van de Europese Gemeenschap. De rest van de dag blijft de realiteit van Europa zich aan me opdringen. Mijn route, langs de Our, slingert me van België naar Luxemburg naar Duitsland en weer terug, soms moet ik Duits praten, dan weer Frans of Nederlands, maar overal betaal ik met dezelfde euro en dat ik ergens, aan iemand m’n paspoort moet tonen is helemaal ondenkbaar. Behalve dan op de camping.

Vianden - Trier

Vrijdag 4 juli 2008
Vianden – Trier, 79km
  
Vandaag ga ik op pad naar Trier, de eindbestemming van mijn bescheiden Tour d’Eifel. Kwart over negen zit ik op de fiets. Het is zonnig en fris, prima fietsweer, en de kilometers vliegen links en rechts voorbij terwijl ik verder afzak langs de Our. 
 
Leerde ik de rivier een paar dagen geleden kennen als een ruisend beekje, inmiddels is het een lome stroom geworden van twintig, dertig meter breed. Het dal is hoog en groen, met veel dennebos. Tegen de hellingen kleine dorpjes. De omgeving lijkt erg op de Ardennen, maar minder rommelig op een of andere manier.

Trier

Zaterdag 5 juli 2008

Vanmiddag komt Christel met de auto naar Trier. Ik heb dus nog een half dagje voor mezelf. In ieder geval heb ik besloten niet op deze rommelige stadscamping te blijven, dus ik pak m’n boeltje weer bij elkaar en vertrek.
Bij de enorme supermarkt in de buurt scharrel ik een ontbijtje bijeen en nuttig dat op een bankje langs de rivier. Daarna fiets ik de stad in. Bij de Porta Niga bevindt zich, in een kelder, een bewaakte fietsenstalling waar ik voor € 1 m’n fiets kan achterlaten, zodat ik me met gerust gemoed kan overgeven aan de geneugten van Trier.

Aesculus Hippocastanum

Verhaal over een middelbare school-vriendschap.
Waarschuwing vooraf: telt 6750 woorden, dat is zeker een half uur lezen.

4 - 14 maart 1995

AESCULUS HIPPOCASTANUM
Verslag van een vriendschap

 'Men heeft vroeger wel geprobeerd wilde kastanjes te eten, ze zagen er toch zo voedzaam uit: maar men is er steeds weer van teruggekomen, ze zijn niet lekker, hard en bitter. Men heeft wel gezegd, dat toen God de tamme kastanje schiep, de duivel niet achterbleef en een paardekastanje maakte.'
  Dr. B. K. Boom en H. Kleijn, Bomen. Hun vorm en kleur.


1.
Hoe laat ik ook ging slapen, en hoeveel wijn ik ook had ­ge­dronken, steeds weer werd ik 's ochtends akelig vroeg wak­ker, gewekt door geluiden waarvan ik dacht dat ik ze was vergeten, maar die me, integendeel, een overrompelende sensa­tie van déja-vu bezorgden. Kraaiende hanen. Vogels, kikkers. Een schuurdeur die open­zwaai­de. Vooral dat laatste geluid bracht me in ver­warring; de eerste paar ochten­den zag ik, half dro­mend nog, mezelf die schuurdeur openen, ik reed mijn fiets naar buiten en bond mijn schooltas onder de snel­binders en fietste weg over het smalle tegelpaadje tussen de weelderige zomerhagen, ja ik voelde zelfs, voelde de ­viezig­heid van verse spinneweb­ben in m'n gezicht. Maar dan wilde ik ze wegve­gen en werd echt wakker. En dan besefte ik dat het vakan­tie was, dat ik niet naar school hoefde, en trouwens, dat ik nooit meer naar school hoefde, want inmid­dels was ik zevenen­twintig jaar en allang afgestu­deerd.
  Na een week verdween dit visioen, maar ik bleef slachtoffer van mijn voormalig bioritme. Ik ontwaakte voor dag en dauw en viel dan, sluimerend in bed terwijl Aurora door haar tere vinger­tjes bloosde (ik was bezig Homerus te herlezen), ten prooi aan andere beelden van vroeger. Op een ochtend zag ik plots een kastanjeboom voor me, haarscherp: de gedraaide stam, de viltige bladeren, de trossen van orchidee-achtige witte bloe­metjes... En al had ik in mijn leven honder­den kastanjebo­men gezien, deze herkende ik onmid­dellijk.


Île-d'Arz

1 - 5 mei 2008 

In 2008 gingen we op bezoek bij Krista, een oude schoolvriendin van Christel. Ze had jaren in Parijs gewoond, waar wij haar ook wel eens hadden opgezocht, maar recent was ze verhuisd naar een klein eilandje voor de kust van Bretagne, Ile-d’Arz genaamd.

Nendaz

15 - 22 maart 2008

Ik ben met veel dingen een laatbloeier en dat geldt zeker voor skiën. Pas op m’n veertigste stond ik voor het eerst op de lange latten. Met frisse tegenzin.

Ik ben niet opgevoed met skiën. Mijn ouders deden niet aan wintersport, niemand in onze omgeving trouwens. Ik geloof dat het decadent werd gevonden, al werd dat niet met zoveel woorden gezegd. Zeker is dat er geen geld en geen interesse voor was bij ons thuis. En toen ik het huis uit ging en zelf mijn vakanties kom bepalen was wintersport wel het laatste waar ik aan dacht. Nog los van het geld kon ik me er niets bij voorstellen dat zoiets nou leuk zou zijn. Koud, met een groep, op één plek, bespottelijk dure merkkleding... Ik kon een hoop redenen verzinnen waarom het niets voor mij was. Daarom liet ik de beker lekker aan mij voorbijgaan die paar keer dat ik in de bergen was ’s winters.

Oktober 2007

Huisje in Odeigne








Peru 2007

De reis naar Peru was onze eerste (en vooralsnog enige) kennismaking met Latijns-Amerika. Centraal stond een fantastische trekking naar wereldwonder Machu Picchu, maar minstens zoveel indruk maakten een boottocht door de jungle, de Inca-schatten van Cusco en het einde-van-de-wereld-gevoel in Puno aan het Titicaca-meer. We hebben eindeloze busreizen gemaakt door dit grote en fascinerende land dat zowel woestijn, hooggebergte als oerwoud herbergt plus de diepste kloof ter wereld, de Colca Canyon, waar de condors je om de oren vliegen. Zes weken waren we er in totaal, en dat is te kort. Temeer omdat twee dagen verloren gingen wegens een voedselvergiftiging, de enige keer in al die jaren dat ons dát is overkomen.

Peru

Donderdag 28 juni 2007
Nog een paar dagen en het is weer zover: vakantie! Zondagochtend vliegen we naar Peru en gaan daar een kleine zes weken rondreizen. Dus voorlopig even geen trekvogels meer, maar condors, lama's en malariamuggen. Haste la vista!

Lima

Maandag 2 juli 2007
Nou, we zijn er. Het was even vliegen. Tien uur naar Houston, Texas, daar overstappen en nog eens zeven uur naar Lima. Al met al zesentwintig uur onderweg geweest.


Aparte sensatie dat er op het vliegveld in Lima een wildvreemd mannetje staat met jouw naam op een bordje. Grote grijns als we aan komen lopen. Hij lijkt echt blij ons te zien. Kan ie ook naar huis.
  Vandaag de stad in geweest. Het is grijs weer hier, beetje koud ook. En we zijn moe. Het is pas etenstijd nu, maar volgens onze lichaamsklok al tijd om te gaan slapen.
  Maar verder gaat alles goeoeoeoeoeoeaaaaaaaaahhhhhhzzzzzzz....

Arequipa

Donderdag 5 juli 2007
Afgelopen dinsdag doorgevlogen naar Arequipa, een kleine 1000 kilometer zuidelijker.




Arequipa is de tweede stad van Peru, maar met haar 750.000 inwoners slechts een bescheiden provinciestadje vergeleken met metropool Lima (8 miljoen inwoners). Het is er klein en overzichtelijk en er hangt een prettige, gemoedelijke sfeer. Het plaatsje ligt op 2300 meter hoogte, aan de voet van El Misti, een vulkaan van bijna 6 kilometer hoog. Hij leeft, deze vulkaan, maar daar schijnt niemand zich druk over te maken - dreigender hier zijn de aardbevingen die het stadje regelmatig vers opschudden, voor het laatst nog in 2001. 


Plaza de Armas, met daarachter El Misti


Chivay

Zaterdag 7 juli 2007

Wel eens gehoord van de Colca Canyon? Nee? Echt niet? Hmm... Wij ook niet...tot een paar maanden geleden.  

De Colca Canyon is de grootste canyon ter wereld, groter nog dan de Grand Canyon. Hij is meer dan een kilometer diep en ligt tussen bergen van meer dan zes kilometer hoog. In deze bergen ontspringt ergens de Amazonerivier. Aan het begin van de canyon ligt het plaatsje Chivay en daar zijn wij momenteel. Drie uur met de bus vanuit Arequipa, over bergpassen en een hoovlakte waar wilde lama's (vicunas) grazen. Werden bij het busstation door een mevrouwte opgewacht en in de tuctuc van haar zoon meegrtoond naar hun familiepension, de Rumi Wasi Inn. Prachtig plekje waar we de enige gasten zijn.



Intermezzo: een dagje bussen in Peru

Dinsdag 10 juli 2007
Het is maandag, we zijn een week onderweg en vandaag gaan we een dagje bussen in Peru tegemoet. Eerst van Chivay terug naar Arequipa, en daarna van Arequipa door naar het illustere Puno. Onze eerste bus staat gepland om half tien 's ochtends - andere opties waren een uur 's nachts of half drie 's nachts, haha, laat maar. 

Keurig op tijd komt de bus aanrijden in Chivay. Een kluwen Peruaanse vrouwen in kleurige traditionele kledij verdringt zich bij de deur. Het zijn verkoopsters, ze hebben allen dezelfde grote boodschappentas met handelswaar bij zich, gebreide truien, sjaals, mutsen, wanten, sokken, enzovoorts - overal zie je hier vrouwen breien. De tassen gaan het bagageruim onderin de bus in. Eén vrouw heeft een kleine alpaca bij zich (een soort schaap met een lange nek), hup, die gaat ook het bagageruim in. Het dier geeft geen kik. Onderhaar arm draagt ze een baby-alpaca, die gaat als handbagage mee de bus in. Waarschijnlijk willen ze toeristen lokken om op de foto te gaan met deze typische Peruaanse fauna, dat zie je veel hier.
Goed, onze bus van Noach is vol, alle plaatsen zijn bezet en het gangpad ook, we vertrekken. Een oud vrouwtje dat empenadas verkoopt (gevulde broodjes) wordt aan de rand van het dorp als verstekeling overboord gezet. Onmiddelijk gaan we omhoog. Krakend slingert het vehikel zich naar boven, bocht na bocht, tot we de hoogvlakte hebben bereikt, een weids rotslandschap op 4800 meter boven de zeespiegel. Op het hoogste punt stappen de verkoopsters uit. Hier, in het midden van nergens, op de top van de wereld, installeren ze hun handeltje op een deken en wachten de hele dag op passerende tourbussen, al verder breiend aan hun voorraad.      




Flight of the condor

Dinsdag 12 juli 2007
O ja. Dat was waar ook. We hadden condors gezien in de Colca Canyon. Hier wat foto's.

Zo diep is het






 
Geen condor, maar ook groot



Puno

Donderdag 12 juli 2007
In Puno dus, aan het Titicacameer. Er is hier al een paar dagen een staking bezig. Het fijne weten we er niet van, maar waarschijnlijk staakt al het overheidspersoneel, want het openbaar vervoer ligt plat, het vuilnis blijft op straat liggen en de scholen zijn gesloten. 

Overdag levert dit een ietwat chaotische sfeer op, want overal lopen groepjes demonstranten, nauwlettend gadegeslagen door flink bewapende politie en het leger. Maar aan het eind van de middag wordt het ludieker. Omdat er totaal geen verkeer meer is (met glas en stenen zijn blokkades rond de stad opgericht) spelen de kinderen op straat, er wordt gevolleybald en gevoetbald, men flaneert wat door de stad. Af en toe slalomt er nog een fietstaxi door de rommel heen. Natuurlijk, als kersverse vakbondsman ben ik principieel voor stakingen, maar het heeft nu lang genoeg geduurd. Kappen nah! Morgen moeten de bussen gewoon gaan rijden, want wij willen dan naar Cusco. 



Het bos in

Zondag 22 juli 2006
Er zijn drie dingen die ik altijd heb willen zien in m’n leven: de piramides, de Mount Everest en de jungle. De eerste twee kon ik reeds afstrepen, en sinds deze week ook de derde. We zijn in de jungle geweest en het was een geweldige ervaring! 

Vanaf nu kunnen we weer gewoon met de camper naar Frankrijk. Eindelijk!

Het begint zondagochtend, ijselijk vroeg, om kwart over vijf verzamelen bij het reisbureautje, Manu Ecological Adventures. Op de stoep een kluwen van schimmen, slaperige gezichten, rugzakken. Om ons heen loopt het uitgaansleven van Cusco op z’n laatste, zwalkende benen; er slingeren dronkemannen voorbij en bij de kleine hamburgertentjes verdringt men zich voor de bekende vette bek na het stappen. Deze ‘civilisatie’ gaan wij ver achter ons laten. Tegen zessen vertrekt ons bus en zijn we onderweg naar een klein stukje aarde dat nog vrijwel ongerept is. 



Cusco

Maandag 23 juli 2007
Weer in Cusco dus. Een prachtige stad waar enorm veel over te vertellen valt, maar helaas. Geen tijd. 

Morgenochtend vertrekken we alweer, voor een vijfdaagse wandeltocht naar Machu Picchu, de beroemde Incaruïne hoog in de bergen, onlangs verkozen tot een van de nieuwe zeven wereldwonderen. Hier in Peru was dat aanleiding tot veel feest, slingers en champagne. We zullen zien of het echt zo bijzonder is. Amigos, hasta luego.

Plaza de Armas in Cusco

Inca-stad Sacsayhuaman

Machu Picchu

Zondag 29 juli 2007
Hier in Peru leiden alle wegen naar Machu Picchu, figuurlijk gesproken. Machu Picchu is overal. In winkels, hotels, restaurants, op straat, op bussen, overal zie je foto's van de mysterieuze Inca-ruïne, het 'nieuwe' wereldwonder waar de Peruanen apetrots op zijn. 

Wat?! Het zegt je niets? Jawel jawel, je kent het wel, kijk, zó ziet het eruit: 


Ironisch genoeg leidt er letterlijk gesproken juist géén weg naar Machu Picchu. Het ligt in de zogeheten 'heilige vallei', op een bergtop boven het plaatsje Aquas Calientes, een kilometer of honderd van Cusco vandaan. Dit Aquas Calientes, een toeristenfuik eerste klas, is alleen bereikbaar per trein of per voet. Wij zijn gaan lopen. Je kunt kiezen uit verschillende meerdaagse wandeltochten en de broemdste is de Incatrail, die de oude 'snelweg' volgt die de Inca's destijds aanlegden om zich snel te kunnen verplaatsen binnen hun enorme rijk. Echter, deze toch is zo populair dat de regering quota heeft moeten instellen en er per dag maximaal 500 mensen mogen vertrekken (200 toeristen en 300 gidsen en ander personeel). Als gevolg daarvan is er een wachtlijst van zeven tot negen maanden. Het is echt filelopen, zo hebben wij gehoord, en daarom hebben wij gekozen voor een andere wandeling, de Salkantay-trail, waarvan onze reisgids zegt dat hij mooier en hoger is en slechts aanbevolen wordt voor "more adventurous trekkers who have already acclimatized". Wow! We hebben er zin in.


El Chaco

Dinsdag 31 juli 2007
Ook weer zoiets bijzonders: de Nazca-lijnen. Mysterieuze lijnen in de woestijn, honderden meters lang, vlakbij het plaatsje Nazca. Ze werden ontdekt in de jaren dertig van de vorige eeuw, toen men commerciële vluchten over dit gebied ging uitvoeren. 

Want alleen vanuit het vliegtuig is te zien dat de Nazca-lijnen niet zomaar willekeurige lijnen zijn: het zijn figuren, tekeningen als het ware, gemaakt op het natuurlijke schoolbord van de woestijn door de bovenste gravellaag te verwijderen. Honderden figuren zijn er te zien. Veelal geometrische figuren, maar ook de nodige dieren, zoals een aap, een walvis, een condor, een kolibrie, een spin, noem maar op. Ze zijn gemaakt door de Nazca-indianen, in de periode van 200 voor Christus tot 700 na Christus - een periode waarin beslist nog geen vliegtuigen bestonden. Dus hoe hebben ze het gedaan? En waarom? Daar bestaan heel wat theorieën over. Sommigen betwijfelen zelfs of het wel mensenwerk is. De schrijver Erich von Däniken werd eind jaren zestig wereldberoemd met zijn theorie dat de Nazca-linen de remsporen waren van buitenaardse ruimteschepen. Onze bescheiden conclusie na een vliegtochtje over de lijnen: raar maar waar.

De kolibrie

De spin


Huaraz

Zondag 5 augustus 2007

Weer in de bergen. Huaraz ligt zo'n beetje aan de voet van de hoogste berg van Peru, de Huascaran (6800 meter). Het is een klein levendig bergdorpje waar eigenlijk niets te zien is, maar het is een populair startpunt voor trekkers en bergbeklimmers. 

Voor ons echter geen trekkings meer. De tijd raakt op, en we zijn nog herstellende van een voedselvergiftiging. De eerste in al die jaren. En het was geen borrelend bergprutje met geiteballen en lama-oren, nee, we zijn gevloerd door een doodgewone pizza en spaghetti carbonara in een Italiaans restaurantje in Lima. 's Nachts in de bus begonnen de krampen. Daar na de hele dag op bed gelegen, gloeiend van de koorts. De dag daarop op slappe benen wat rondgelopen in Huaraz. Pas vandaag, dag drie, voelen we ons weer redelijk fit en hebben we -na een middagje wandelen- weer prima gegeten. Morgen maken we een bustourtje naar wat bezienswaardigheden hier, de dag daarna misschien nog raften (als de rivier genoeg water heeft) en dan is het woensdag en begint de terugtocht naar Nederland.


Huaraz, met Huascaran op de achtergrond

Huaraz 2

Maandag 6 augustus 2007

Zoals gezegd eergisteren een wandeling gemaakt, naar een tempelruïne in de bergen. De ruïne bleek niet bijster interessant, maar de wandeling was prachtig. Fascinerend hoe je terug in de tijd lijkt te stappen zodra je de stad achter je laat. 

Een paar kilometer na het laatste internetcafé staan vrouwen in traditionele kledij (kousen, rokje, gekleurd jasje en een hoedje op) met z'n allen de was te doen in een beekje. Twee mannen ploegen een veldje met een houten ploeg getrokken door een koe. Een echtpaar op leeftijd is letterlijk bezig kaf van koren te scheiden: de man laat de halmen vanuit de hoogte op een kleed vallen en de vrouw schraapt de boel bijelkaar. Alles gebeurt met de hand, alles is kleinschalig. Er wordt verbouwd op kleine terrassen, een beetje graan hier, een handvol mais daar. Rondom de huizen, gemaakt van leem en golfplaat, scharrelen een paar kippen, biggen, schapen, soms een ezel of een koe. Het is landbouw op de vierkante meter allemaal.



Naar huis

Dinsdag 7 augustus 2007

We gaan weer naar huis. Woensdag bus naar Lima, donderdag vliegen, vrijdag thuis. We hebben weer met veel plezier verslag gedaan van onze avonturen, waarbij ik zorgde voor de tekst en zij voor de foto's. 

Je ziet het er niet van af, maar het uitzoeken en plaatsen van foto's is een zeer bewerkelijk klusje dat -afhankelijk van de internettraagheid- veel frustratietolerantie vraagt. Bij deze dus alle hulde voor Christel.

V
oor de rest is het maar een gek mens. Zie onder.