Olympia
Behalve democratie, filosofie, creatief boekhouden en vage ovenschotels met aubergine heeft Griekenland de wereld nóg een unieke uitvinding geschonken: de Olympische Spelen. Ze waren niet alleen slim, die oude Grieken, ze waren ook nog eens sportief.
Ontstaan zo rond de zevende eeuw voor Christus, bij het heiligdom van Zeus in Olympia, en onafgebroken gehouden tot de vierde eeuw na Christus, bijna 1100 jaar lang dus, totdat een Romeinse keizer die pas christelijk was geworden ze verbood, dat heidense gedoe! (Waar zouden we toch zijn zonder de kerk, zucht.) Pas eind negentiende eeuw werden de Spelen weer opgepikt door Pierre de Coubertin en de rest is geschiedenis. Of eigenlijk: moderne tijd.
| Onderweg |
Delphi
Van Olympia gaat het naar een andere klassieker: Delphi. Het belangrijkste heiligdom van het oude Griekenland, de plek waar het orakel zetelde en waar om de vier jaar de Pythische Spelen werden georganiseerd, een soort cultuurfestijn. Daarvoor verlaten we de Peloponnesos, via een grote tolbrug bij Patras, en rijden langs de andere kant van de Golf van Korinthe een uurtje of twee langs de kust.
De laatste paar kilometer komen we door een brede vallei die volledig beplant is met olijfbomen, de grootste olijfbomenplantage van Griekenland, en vervolgens leidt een steile weg naar Delphi, dat op zo’n zeshonderd meter hoogte ligt, in de uitlopers van de Parnassus, een fikse berg van 2500 meter waarop ’s winters wordt geskiet. Delphi is dan ook zowel culturele trekpleister als wintersportdorp – een zeldzame combinatie volgens mij.
Kreta
Heerlijk eiland, met een roemruchte geschiedenis die teruggaat tot vóór de oude Grieken. Twee keer geweest en twee keer zonder de grootste bezienswaardigheid - de Samariakloof - te bezoeken. Eerst zat het seizoen niet mee, en daarna was er een kind. Geparkeerd op de bucket list.
In 1994 met vriendin Fijtje (HIER)
In 2013 met Christel en Wende (HIER)
Plakias
Aaaach…’t tutje is ziek. Eerst begon ze minder te eten, toen werd ze wat huileriger, daarna kreeg ze koorts en kwijlde ze veel en tenslotte ontdekten we kleine blaasjes in haar mond. Daarom at ze dus minder, het deed gewoon pijn.
Na drie dagen koorts en blaasjes vertrouwden we het niet meer en gingen naar de dokter, die bleek in Spili te zitten, een half uur rijden bij ons vandaan. Heel Spili doorgereden, geen ziekenhuis gevonden, helemaal aan het eind van het stadje gestopt bij een apotheek om de weg te vragen en toen bleek er tien meter verder een bord te staan. Medical Center, linksaf.
De arts, een jonge vrouw die een beetje Nederlands sprak, onderzocht Wende en constateerde een vorm van herpes, een soort kinderherpes. Niet schadelijk, ging vanzelf over, alleen vervelend omdat eten en drinken pijnlijk kon zijn: hard voedsel deed zeer, maar ook zure en bittere dingen. Aha. Nu begrepen we waarom Wende haar persoonlijke lievelingetjes, de snoeptomaatjes, ook niet meer bliefde. Sindsdien bieden we Wende maar van alles aan en kijken we wat ze wel of niet eet. Tot nu toe gaat melk, pasta en meloen er het beste in. Het is voor ons even wennen, zo’n kieskeurige eter, want we weten niet beter of Wende is een vuilnisbak die werkelijk alles wat je haar voorzet naar binnen propt. Net zoals ook het wennen is dat ze snel huilt, ’s avonds en ’s nachts een soort hysterische buien krijgt (van honger misschien, of pijn), vreselijk uit haar bek meurt (van de ontstoken blaasjes) en al haar kleren onderkwijlt. Gelukkig gaat het inmiddels wat beter met haar en is de koorts sinds gisteren vrijwel verdwenen, waardoor ze weer wat vrolijker en toeschietelijker wordt en beter slaapt.
| Wende met uitslag |
Knossos
Drie dagen later. Wende is flink opgeknapt, ze eet en slaapt weer normaal en is vrolijk als vanouds; het weer is omgeslagen, harde wind nu en een stuk kouder; en wij verlaten Plakias. Ons wacht nog één laatste kunstje: Knossos.
Daarvoor rijden we op zondag terug naar Iraklion, na hartelijk afscheid te hebben genomen van Anna, de dochter die de zaken in Damnoni Paradise zo’n beetje bestierde terwijl haar vader en oom voor de tuin zorgden en dag en nacht aan het sproeien waren om het paradijselijke groen in stand te houden. Ze spraken nauwelijks Engels, die twee, maar lieten de tuin voor hun spreken en kwamen bijna dagelijks met fruit voor Wende aanzetten: een granaatappel, druiven, een sinaasappel. Anna daarentegen sprak vier talen en was bezig Russisch te leren, terwijl Japans ook nog op haar verlanglijstje stond. Niet dat er ooit één Japanse toerist in Plakias is gesignaleerd.
| Plakias |
Brugge
Een weekendje naar Brugge, waren we alle drie nog nooit geweest. Vrijdag een uurtje voor vertrek nog gauw een hotel geboekt: Loreto, een bescheiden hotelletje (7 kamers) aan de Katelijnestraat. Zo bescheiden dat we er de eerste keer compleet voorbij reden.
Tegen half zes ’s avonds waren er tenslotte. Onze kamer was een soort dakkapel op de bovenste verdieping, klein maar strak en netjes. Eerst babybedje opgezet en toen Wende te eten gegeven, daarna naar buiten om zelf iets te eten. We togen naar een Thais restaurantje verderop in de straat waar we prima hebben gegeten (eindelijk weer eens laab), zij het op een rommelige manier, omdat Wende weigerde te gaan slapen en we dus om de beurt een stuk zijn gaan lopen met haar, over de stadswal, zodat de ander even rustig kon eten. Pas om tien uur sliep ze die avond, waar half acht haar normale tijd is. Kennelijk moest ze wennen aan de nieuwe omgeving.
Malta
Dat betekende dat er op Malta Airport een hostess voor ons klaarstond en een busje dat ons afleverde bij ons verblijfadres, alwaar weer een andere mevrouw klaarstond die ons de sleutels van de huurauto overhandigde, een knalgele Peugeot 107, een soort kanariepeugeotje. Kwart over zes ‘s avonds waren we daar, tien uur nadat we op de bus voor ons huis waren gestapt.
Malta (slot)
Ik had er vooraf niet zoveel van verwacht: koud, geen koraal, weinig vissen. Dat klopte allemaal ook wel, maar in plaats daarvan krijg je prachtige onderwaterlandschappen te zien van rotsen, grotten, pinakels enzovoorts en maak je echte tochtjes links, rechts, links, in plaats van een uur langs een koraalwand te drijven. Christel wist dat natuurlijk allemaal wel, want die heeft twintig jaar geleden op Malta haar duikbrevetten gehaald, bij een school die inmiddels al niet meer bestaat, definitief ten onder gegaan haha...
Pasen 2013
Eigenaar was Gerard, een djembé-spelende Nederlander die op zijn terrein, Boda geheten, ook nog een groter chalet verhuurde en –echt waar– een heuse tipi. Hartelijk heette hij ons welkom en wees ons waar we ons afval konden scheiden. Tevens legde hij ons de werking uit van de kachel, een tegelkachel naar Fins model. Het hout lag al hoog opgetast naast de kachel, maar voor de zekerheid haalde hij nog een kruiwagen extra.
Verlosdag
1 september 2012
O wee…
Je bent ons er eentje
Engeland
Ik ben
dol op Engeland. Of het nou komt doordat ik een reïncarnatie van koning Arthur
ben of doordat ik er als kind een paar keer ben geweest, feit is dat ik me op
een merkwaardige, bijna emotionele manier thuis voel in Engeland, iets wat ik
nooit heb gehad in bijvoorbeeld Frankrijk of Italië. Hieronder een paar verslagen.
Ik ben
dol op Engeland. Of het nou komt doordat ik een reïncarnatie van koning Arthur
ben of doordat ik er als kind een paar keer ben geweest, feit is dat ik me op
een merkwaardige, bijna emotionele manier thuis voel in Engeland, iets wat ik
nooit heb gehad in bijvoorbeeld Frankrijk of Italië. Hieronder een paar verslagen.
Engeland (Ham 'n Eggs Tour 2012)
Anglofielig
Diep van binnen ben ik best anglofiel. Of beter: brittofiel. Ik vind Engeland en Schotland geweldige landen.
Vroeger ben ik er regelmatig geweest, met en zonder familie, maar naarmate ik verder achter ‘s werelds horizon begon te kijken raakten ze een beetje uit zicht, al heb ik de laatste jaren nog een paar weekendjes London en Stonehenge gedaan. Waar ik van hou is het landschap, van de zachte groene heuvels in het zuiden tot de ruige glens en lochs in het noorden, al of niet verscholen achter een gordijn van mist waar ieder moment koning Arthur doorheen kan springen, of het monster van Loch Ness. Het Engeland waar ik als een blok voor val is een Engeland dat niet bestaat.
Cambridge
Wales
Woensdag 30 mei 2012
Is Wales een land? Tja, daar valt over te twisten, maar mijn definitie van een land is dat het een nationaal voetbalelftal heeft, en dat heeft Wales, dus telt het als een land en wordt het per maandag 28 mei aan ons lijstje toegevoegd.
York
Eerst komen we op krachten met een cream tea, een pot thee met scones en clotted cream, ook zo’n typisch Britse aangelegenheid. Dan gaan we op zoek naar een B&B en komen uit bij The Groves, een fraai herenhuis met veel rood tapijt en schilderijtjes in een straatje op vijf minuten van het centrum. Als we de auto inparkeren houdt het op met regenen. Kunnen we mooi de kletsnatte tent even te drogen hangen. Op de fiets maken we een verkenningstochtje door het centrum en we eten bij The Olive Tree, een mediterraans restaurant tegenover Clifford’s Tower, een middeleeuwse toren op een grasheuvel waar een eendenfamilie rondscharrelt.
Hadrian's Wall
Maar waar de Engelsen zonder veel problemen meeheulden met hun nieuwe heersers, daar bleven de Schotten zich verzetten, en na een hoop gedoe en barbaarsiteiten daar in het hoge noorden besloot keizer Hadrianus na een bezoek aan York tot een rigoreuze oplossing: hij bouwde een muur over de hele breedte van Engeland, van Newcastle in het oosten tot Carlisle in het westen, 135 kilometer lang.
What's app?
Krk en vrdr
Maar een prachtig stadje om een dagje in rond te lopen. Het Giethoorn van het zuiden, aldus de conclusie van Christel C. Cools na afloop.
-Wat denk jij: links of rechts?
-Tja, rechts is blanco.
-En links?
-Ook blanco.
-Ja lekker dan...
Welkom in Van-De-Kaartië. Goddank ligt er nog een Europese wegenatlas in de auto, ooit gekocht voor ‘noodgevallen’. Voor als je onverwachts ineens het Oostblok binnenreed of zo.
Plitvice
Nauwelijks hadden wij onze tent opgezet of het begon al te druppelen en dat bleef het die dag en de volgende doen, alleen ’s avonds klaarde het op.

Dahab
Dahab 2012
Dahab is een heerlijk plaatsje. Het is rustig, overzichtelijk, ontspannen, je kunt er prima duiken en snorkelen en de bewoners laten je gewoon je gang gaan, wat niet overal in Egypte zo is. Toen we er in 2007 waren, wisten we zeker: hier gaan we volgend jaar weer naartoe. Uiteindelijk zou het dus vijf jaar duren.
Nu, in 2012, zijn we er weer, ditmaal met m’n ouders en m’n zus Leonie. We zitten in een ander hotel (Star of Dahab), aan zee deze keer. Christel en ik hadden een tweepersoonskamer geboekt, maar krijgen een soort familiekamer, alsof ze wisten dat we eigenlijk met z'n drietjes kwamen... (Christel was vier maanden zwanger inmiddels.) Voor de rest lijkt er niets veranderd. Ongetwijfeld zijn er wat zaakjes verdwenen en andere voor teruggekomen, en is Egypte inmiddels een revolutie rijker en een Mubarak armer, maar voor het oog is Dahab nog hezelfde lome luie loungeplaatsje.
| Met Boesi, de huiskat |
Istanbul
Veel romantischer dan Istanbul wordt het niet. De parel van de Oriënt, uitgestrekt langs de Bosporus als een kleurrijk Perzisch tapijt, de enige stad ter wereld die zich bevindt op twee continenten, Europa en Azië. In zijn illustere geschiedenis begeerd door koningen, keizers, satrapen, khans, sultans en gewone barbaren en daardoor eeuwenlang inzet van oorlog geweest, toen de stad nog Byzantium en Constantinopel heette.
De laatste slag werd geslagen door de Turken, in 1453. Sindsdien luidt de naam Istanbul. Tegenwoordig is het een metropool van bijna twintig miljoen inwoners met een skyline vol flats en minaretten die vijf keer per dag de adhaan, of gebedsoproep, de lucht in slingeren.
| Hagia Sofia |
Indonesië 2011
Jakarta
Aangekomen in Jakarta, na een vlucht van 24 uur met overstap in Frankfurt en Doha (Qatar). In die laatste plaats liepen we twee uur vertraging op, omdat op het laatste moment, toen het vliegtuig al zo’n beetje opsteeg, besloten werd iemand eruit te zetten. Dat betekende terugtaxieën, security aan boord halen en met enige discussie een Arabische man met zijn vrouw in boerka afvoeren.
Daarna werd alle handbagage gecontroleerd door ieder stuk omhoog te houden en te vragen wie de eigenaar was. Zo ontdekten ze de vastgebonden staven dynamiet met het eierwekkertje... Naar het leek had de man ruzie gemaakt met zijn buurman en bleef hij amok maken. Het opvallende is dat je jezelf op zo’n moment toch even afvraagt of er misschien sprake is van een terrorist. Vóór 9-11 was dat waarschijnlijk niet bij je opgekomen. Dit even los van de vraag of de Jihad er veel mee opschiet als een Arabisch vliegtuig vol Indonesische moslims wordt opgeblazen...
Jakarta 2
De eerste dag hebben wij ons gered met lopen en taxi’s, maar op dag twee kregen we de Transjakarta in de smiezen, hét antwoord van de stad op haar vervoersverstopping: een aparte busbaan op de hoofdwegen waar bussen af en aan rijden, naar vaste haltes die ongeveer een kilometer uitelkaar liggen, vergelijkbaar met een metrosysteem. Simpel, maar het werkt prima. Het loste alleen niet het probleem op hoe je in Jakarta een straat oversteekt waar drie rijen auto’s voorbij scheuren...
| Monas...maar kom er maar eens... |
Onderweg
Vier dagen in Yogyakarta gebleven. We mogen nu 'Yogya' zeggen, want we kennen de stad een beetje. Ontzettend veel gezien, daarovereen andere keer meer.
Inmiddels zijn we weer verder gereisd in oostelijke richting. De Bromo, een actieve vulkaan en ook een grote trekpleister hier, laten we links liggen. We hebben vreselijke verhalen gehoord over oplichterij en moeilijkdoenerij bij de Bromo, en waar rook is is vuur...zeker bij vulkanen. In plaats daarvan gaan we naar de vulkaan Ijen, morgen, en vandaar door naar Bali. Binnenkort hopelijk meer nieuws.
Yogyakarta
Maar in Yogyakarta (vanaf nu verder Yogya genoemd) is er wel iets van waar. Dat wil zeggen, de stad puilt uit van batik-winkels en we werden binnen een uur al tweemaal doorverwezen naar dezelfde ‘speciale’ batik-school, maar we hebben dat opgelost door daar inderdaad maar meteen naartoe te gaan en iets te kopen, zodat we verder het hele batikgebeuren achter ons konden laten. De aanval is de beste verdediging, soms. Maar een culturele stad is het verder zeker.
De weg naar Bali
Het is hard werken, soms. Christel en ik gebruiken doorgaans lokaal openbaar vervoer en dat is niet altijd de snelste manier, noch de meest confortabele, maar beslist de interessantste. Goedkoop en tegelijkertijd onbetaalbaar. Is het niet fantastisch om in een busje vol Indonesiërs te zitten die allemaal een gesprekje willen aanknopen met die rare lui uit Belanda, in slecht Engels, half Engels, geen Engels? Of een aubade te krijgen, waarschijnlijk zeer poëtisch maar helaas onverstaanbaar, van een jongeman met een gitaar in het gangpad? (Ze hebben hier trouwens de gewoonte om straatartiesten meteen geld toe te stoppen, al na het eerste akkoord, om er maar vanaf te zijn waarschijnlijk...) Of dan die oude man die ineens opstond en in keurig, ouderwets Nederlands een gesprekje begon, waarbij hij trots vertelde dat hij in 1926 was geboren, om na een beleefd ‘goedenmiddag’ kwiek de bus uit te stappen. Geboren in 1926, dan was hij nu...85! Dat hadden we hem niet gegeven! Hooguit 79. En dat dus allemaal in een en dezelfde bus.
Ubud
Vreemd, want het is laagseizoen en op Java was het half leeg overal. We krijgen te horen dat het komt omdat er een festival gaande is in Ubud, het International Ubud Writers and Readers Festival. Komt iedereen daar op af? Eerlijk gezegd hebben we niet de indruk dat wat wij zoal aan homo touristicus op straat zien rondlopen van die fanatieke lezers zijn, laat staan schrijvers. En dat is het tweede waar we aan moeten wennen: erg toeristisch, Ubud. Veel luchtig geklede buitenlanders die door een decor lopen van galerieën, souvenirwinkels, moderne restaurants en loungecafé’s, over sierlijk geplaveide stroepen en straten. Het lijkt zo’n stadje zonder ‘gewone’ mensen, waar iedereen een taxi heeft of een shop, of beide, en jou alleen maar ziet als iemand met een portemonnaie die ontzettend dringend verlegen zit om een stuk houtsnijwerk of een stenen Boeddha. (Hoe nemen mensen zulke dingen mee naar huis?). We hebben de aandrang weg te vluchten, maar we zijn moe en blijven. En gelukkig maar, want er is meer aan Ubud than meets the eye.
Gili Meno
Daarbij zijn we trawangineus opgelicht. Na onderhandelen hadden we een prijs bepaald van € 25. Rondvragen leerde ons dat dat ook écht de prijs is voor een boot. Maar we vonden het nog steeds veel geld (het is namelijk maar 20 minuten varen), dus we aarzelden of we dan misschien toch een paar uur zouden wachten, want twee keer per dag gaat er een ‘public boat’ en ja, die kost misschien € 2. Toen de verkoper dat merkte stelde hij voor te kijken of hij anderen kon vinden die óók naar Meno gingen, dan konden we die € 25 delen. Prima. Hij bleef een tijdje weg, kwam terug, nee, niemand gevonden. We geloofden hem, want het is laagseizoen en betaalden hem dus die € 25. En je raadt het al. Toen we bij de boot kwamen, zaten daarin natuurlijk al twee andere toeristen te wachten. Nou ja, weer wat geleerd. Niet betalen vóórdat je in de boot wordt genomen.
Gurung Rinjani
Maar overvloedig zon en overvloedig regen helpen natuurlijk ook. Ze oogsten 3x per jaar hier. Rijst wordt het meest verbouwd en je treft de rijstvelden in ieder denkbaar stadium aan: als hoog opgeschoten grasachtige groene planten, als kleine sprietjes in het water, als enkel een waterplas of als een kleiïge akker waar de boer een gemotoriseerde handploeg als een grasmaaier doorheen duwt. Alleen velden kant en klare nasi goreng ontbreken...
Lombok
Verder heeft deze boot de reputatie wel eens te willen zinken. Overigens duurt vliegen naar Sulawesi ook nog zo’n drie tot vier uur, zo groot is Indonesië.
Sulawesi
Sulawesi zit precies in het midden. Het heeft kenmerken van beide biosferen, maar tegelijkertijd leven er ook dieren en planten die nergens anders ter wereld voorkomen, waardoor het qua natuur totaal uniek is. Degene die deze scheidslijn ontdekte, je raadt het al, was de Engelsman Alfred Russel Wallace.
Bunaken
Inmiddels hebben we er zes duiken opzitten. Het is inderdaad prachtig, alleen jammer dat het weer niet helemaal meewerkt: veel bewolking en af en toe pittige regen- en onweersbuien. Je kunt merken dat het regenseizoen nadert. Daardoor is het zicht onder water minder ver dan op een mooie zonnige dag. Maargoed, met 15 tot 20 meter mag je nog steeds niet klagen.
Fietsen naar Berlijn 2011
Enschede - Dorenther klippen
Dorenther klippen - Herford
Dag 2, 91 kilometer
Herford - Bodenwerder
Dag 3, 89 kilometer
Bodenwerder - Langensheim
Dag 4, 88 kilometer
Langensheim - Wolmirsleben
Dag 5, 107 kilometer
Veel regen ’s nachts, maar ’s ochtends is het droog en zien we een hemel vol dikke, witte wolken met een vermoeden van blauw daarachter. Vol goede moed stappen we op.
We hebben een flinke rit voor de boeg, want we hebben een ‘campingprobleem’: er zijn erg weinig campings op onze route. Iedere ochtend, als ik koffie drink (echte koffie, gezet met een filtertje) en Christel het onvermijdelijke nog even uitstelt, bestudeer ik nauwgezet de kaart, op zoek naar de verlossende rode driehoekjes die er nauwelijks zijn. Natuurlijk kunnen we in noodgevallen altijd een pension induiken, maar om een of andere reden staat ons dat tegen. En dus weten we dat we vandaag minstens 100 kilometer zullen moeten fietsen.
Wolmirsleben - Rädigke
Dag 6, 113 kilometer
Rädigke - Berlijn
Dag 7, 106 kilometer
Berlijn
Er is een klein barretje bovenop de tribunes naast het zwembad. Twee jonge meisjes verkopen verse broodjes, koffie en vruchtensap, en we ontbijten er terwijl we naar de loungemuziek luisteren. In het zachte ochtendlicht ziet de omgeving er vriendelijk uit en al met al moeten we ons vooroordeel bijstellen en toegeven dat het helemaal geen slechte plek is hier. Toch hebben we al besloten een hotel te gaan zoeken, dus pakken we voor de laatste keer de tent in en vertrekken.
Mei 2011
Een bijzondere constructie ditmaal. De dames -Christel met m'n nichtjes Rafaella en Pharrèl, plus Katelijne met Charlotte en Olivier- gingen met de auto alvast vooruit, en ik zou hen op de fiets volgen. Op Koninginnedag, zaterdag 30 april, zwaaide ik hen dus uit in Utrecht en stapte meteen daarna ter fiets.



