Yassas! De zee!

Het strand van Tolo. Wende gaat pootje baden, voor het eerst in haar leven. Yassas!





Olympia

24 - 25 september 2013

Behalve democratie, filosofie, creatief boekhouden en vage ovenschotels met aubergine heeft Griekenland de wereld nóg een unieke uitvinding geschonken: de Olympische Spelen. Ze waren niet alleen slim, die oude Grieken, ze waren ook nog eens sportief.

Ontstaan zo rond de zevende eeuw voor Christus, bij het heiligdom van Zeus in Olympia, en onafgebroken gehouden tot de vierde eeuw na Christus, bijna 1100 jaar lang dus, totdat een Romeinse keizer die pas christelijk was geworden ze verbood, dat heidense gedoe! (Waar zouden we toch zijn zonder de kerk, zucht.) Pas eind negentiende eeuw werden de Spelen weer opgepikt door Pierre de Coubertin en de rest is geschiedenis. Of eigenlijk: moderne tijd.

Het bereiken van Olympia is een sport op zich. Als je tenminste de pittoreske route dwars door de Peloponnesos neemt. Eindeloze bergweggetjes, de een nog smaller dan de ander, een paar uur draaien en keren. Maar de wegen op zich zijn prima en het is niet druk, zodat het prima vakantierijden is, met mooie uitzichten op steile kloven en beboste heuvels. Het land oogt ruig en verlaten. Af en toe een dorpje –wat rode daken rond een byzantijns kerkje– dat als een berggeit tegen de helling hangt. Pas in de buurt van Olympia wordt het land weer vlakker.

Onderweg

Delphi

26 – 28 september 2013

Van Olympia gaat het naar een andere klassieker: Delphi. Het belangrijkste heiligdom van het oude Griekenland, de plek waar het orakel zetelde en waar om de vier jaar de Pythische Spelen werden georganiseerd, een soort cultuurfestijn. Daarvoor verlaten we de Peloponnesos, via een grote tolbrug bij Patras, en rijden langs de andere kant van de Golf van Korinthe een uurtje of twee langs de kust.

De laatste paar kilometer komen we door een brede vallei die volledig beplant is met olijfbomen, de grootste olijfbomenplantage van Griekenland, en vervolgens leidt een steile weg naar Delphi, dat op zo’n zeshonderd meter hoogte ligt, in de uitlopers van de Parnassus, een fikse berg van 2500 meter waarop ’s winters wordt geskiet. Delphi is dan ook zowel culturele trekpleister als wintersportdorp – een zeldzame combinatie volgens mij.

  

Kreta

Heerlijk eiland, met een roemruchte geschiedenis die teruggaat tot vóór de oude Grieken. Twee keer geweest en twee keer zonder de grootste bezienswaardigheid - de Samariakloof - te bezoeken. Eerst zat het seizoen niet mee, en daarna was er een kind. Geparkeerd op de bucket list.

In 1994 met vriendin Fijtje (HIER)

In 2013 met  Christel en Wende (HIER)

 


 

Plakias

28 september - 3 oktober 2013 

Aaaach…’t tutje is ziek. Eerst begon ze minder te eten, toen werd ze wat huileriger, daarna kreeg ze koorts en kwijlde ze veel en tenslotte ontdekten we kleine blaasjes in haar mond. Daarom at ze dus minder, het deed gewoon pijn. 

Na drie dagen koorts en blaasjes vertrouwden we het niet meer en gingen naar de dokter, die bleek in Spili te zitten, een half uur rijden bij ons vandaan. Heel Spili doorgereden, geen ziekenhuis gevonden, helemaal aan het eind van het stadje gestopt bij een apotheek om de weg te vragen en toen bleek er tien meter verder een bord te staan. Medical Center, linksaf.

De arts, een jonge vrouw die een beetje Nederlands sprak, onderzocht Wende en constateerde een vorm van herpes, een soort kinderherpes. Niet schadelijk, ging vanzelf over, alleen vervelend omdat eten en drinken pijnlijk kon zijn: hard voedsel deed zeer, maar ook zure en bittere dingen. Aha. Nu begrepen we waarom Wende haar persoonlijke lievelingetjes, de snoeptomaatjes, ook niet meer bliefde. Sindsdien bieden we Wende maar van alles aan en kijken we wat ze wel of niet eet. Tot nu toe gaat melk, pasta en meloen er het beste in. Het is voor ons even wennen, zo’n kieskeurige eter, want we weten niet beter of Wende is een vuilnisbak die werkelijk alles wat je haar voorzet naar binnen propt. Net zoals ook het wennen is dat ze snel huilt, ’s avonds en ’s nachts een soort hysterische buien krijgt (van honger misschien, of pijn), vreselijk uit haar bek meurt (van de ontstoken blaasjes) en al haar kleren onderkwijlt. Gelukkig gaat het inmiddels wat beter met haar en is de koorts sinds gisteren vrijwel verdwenen, waardoor ze weer wat vrolijker en toeschietelijker wordt en beter slaapt.

Wende met uitslag

Knossos

4 - 7 oktober 2013

Drie dagen later. Wende is flink opgeknapt, ze eet en slaapt weer normaal en is vrolijk als vanouds; het weer is omgeslagen, harde wind nu en een stuk kouder; en wij verlaten Plakias. Ons wacht nog één laatste kunstje: Knossos. 

Daarvoor rijden we op zondag terug naar Iraklion, na hartelijk afscheid te hebben genomen van Anna, de dochter die de zaken in Damnoni Paradise zo’n beetje bestierde terwijl haar vader en oom voor de tuin zorgden en dag en nacht aan het sproeien waren om het paradijselijke groen in stand te houden. Ze spraken nauwelijks Engels, die twee, maar lieten de tuin voor hun spreken en kwamen bijna dagelijks met fruit voor Wende aanzetten: een granaatappel, druiven, een sinaasappel. Anna daarentegen sprak vier talen en was bezig Russisch te leren, terwijl Japans ook nog op haar verlanglijstje stond. Niet dat er ooit één Japanse toerist in Plakias is gesignaleerd.

Plakias

Brugge

21-23 juni 2013

Een weekendje naar Brugge, waren we alle drie nog nooit geweest. Vrijdag een uurtje voor vertrek nog gauw een hotel geboekt: Loreto, een bescheiden hotelletje (7 kamers) aan de Katelijnestraat. Zo bescheiden dat we er de eerste keer compleet voorbij reden. 

Tegen half zes ’s avonds waren er tenslotte. Onze kamer was een soort dakkapel op de bovenste verdieping, klein maar strak en netjes. Eerst babybedje opgezet en toen Wende te eten gegeven, daarna naar buiten om zelf iets te eten. We togen naar een Thais restaurantje verderop in de straat waar we prima hebben gegeten (eindelijk weer eens laab), zij het op een rommelige manier, omdat Wende weigerde te gaan slapen en we dus om de beurt een stuk zijn gaan lopen met haar,  over de stadswal, zodat de ander even rustig kon eten. Pas om tien uur sliep ze die avond, waar half acht haar normale tijd is. Kennelijk moest ze wennen aan de nieuwe omgeving.


Malta

Donderdag 9 mei 2013
Een weekje naar Malta geboekt. Voor het eerst eens luxe gedaan en een totaalpakketje gekocht: vlucht plus appartement plus auto.

Dat betekende dat er op Malta Airport een hostess voor ons klaarstond en een busje dat ons afleverde bij ons verblijfadres, alwaar weer een andere mevrouw klaarstond die ons de sleutels van de huurauto overhandigde, een knalgele Peugeot 107, een soort kanariepeugeotje. Kwart over zes ‘s avonds waren we daar, tien uur nadat we op de bus voor ons huis waren gestapt.



Malta (slot)

Maandag 13 mei 2013

Het nadeel van duiken is dat je, los van de onderwaterwereld, verder weinig meekrijgt van een land. De afgelopen paar dagen hebben weinig bijgedragen aan onze kennis van Gozo. Maar het duiken was verrassend prima.

Ik had er vooraf niet zoveel van verwacht: koud, geen koraal, weinig vissen. Dat klopte allemaal ook wel, maar in plaats daarvan krijg je prachtige onderwaterlandschappen te zien van rotsen, grotten, pinakels enzovoorts en maak je echte tochtjes links, rechts, links, in plaats van een uur langs een koraalwand te drijven. Christel wist dat natuurlijk allemaal wel, want die heeft twintig jaar geleden op Malta haar duikbrevetten gehaald, bij een school die inmiddels al niet meer bestaat, definitief ten onder gegaan haha... 
Xwendi Bay

Pasen 2013

29 maart - 1 april     

Een weekendje weg met de verjaardag van Christel. Huisje gehuurd in Heyd, klein dorpje in de buurt van Durbuy. Het werd gepresenteerd als een ‘eco-huisje’ wat betekende dat het klein was, gebouwd van natuurlijke materialen (leem en hout) en geen cv had, enkel een houtkachel.

Eigenaar was Gerard, een djembé-spelende Nederlander die op zijn terrein, Boda geheten, ook nog een groter chalet verhuurde en –echt waar–  een heuse tipi. Hartelijk heette hij ons welkom en wees ons waar we ons afval konden scheiden. Tevens legde hij ons de werking uit van de kachel, een tegelkachel naar Fins model. Het hout lag al hoog opgetast naast de kachel, maar voor de zekerheid haalde hij nog een kruiwagen extra.

Verlosdag

Over de bijzonderste dag van je leven

1 september 2012

O wee…
Dat is wat ik dacht toen ik op vrijdagmiddag 31 augustus, een dag ná de uitgerekende datum, van m’n werk terugliep naar de auto en merkte dat deze niet startte, want dom dom licht laten branden en dom dom accu leeg. O wee, ging het door me heen. Wat nu? Wat als Christel nu belt met de boodschap dat de weeën zijn begonnen? Daar sta ik dan in Almere. Naast onze oerdegelijke Toyota die ons in vijf jaar nog nooit in de steek heeft gelaten. Een momentje om even door de grond te gaan.
Later zou blijken dat inderdaad op dat tijdstip, twintig voor vijf ’s middags, Christel voor het eerst gerommel in haar buik voelde, maar nog zo vaag dat het zich niet liet herkennen als een wee. De nacht daarvoor, donderdagnacht, was ze een deel van haar ‘slijmprop’ kwijtgeraakt, de kurk die de baarmoederhals afsluit. Dat gold onmiskenbaar als een aanwijzing dat er een bevalling op komst was, alleen bleef onduidelijk wanneer. Vaak binnen 24 uur, maar evengoed kon het nog een of twee weken duren. Niettemin had het ons gevoel op scherp gezet en was de spanning bij ons merkbaar gestegen.

Je bent ons er eentje

Over onze babynaut
19 augustus 2012
Daar zit je dan. Nee, je hangt. Je zweeft. Als een ongeboren kosmonaut, een babynaut, drijf je gewichtloos in de materie, die in jouw geval bestaat uit een zak gevuld met vruchtwater. Dat is jouw universum op dit moment. Je hangt ondersteboven, dus met je hoofd richting uitgang. Lekker omdraaien is er niet meer bij, daarvoor ben je al te groot, bijna een halve meter. Je leeftijd is 38 weken, ruim. Best oud al voor een babynaut. Het einde is in zicht. Nog even en jouw heerlijk zwevende leventje is voorbij en je komt via een traumatische big bang terecht in een parallel universum dat je in eerste instantie als een nachtmerrie zult ervaren. De voortekenen zijn er al. Ja, op een bepaalde manier heb je al door dat er meer is tussen hemel en aarde dan jouw vruchtzak. Soms wordt het rood om je heen, als de zon schijnt daarginds. Je hoort geluiden, stemmen, een hartslag. Soms wordt je geduwd, met name op je knietje en je voetje die naar boven steken. Dan schop je geïrriteerd terug. Je wilt er niets van weten, maar je zult er helaas aan moeten geloven, kleintje, binnenkort is dit ook jouw wereld, de wereld van zuurstof en zwaartekracht, van pijn en imperfectie, van mama en papa. Dan ben je een van ons geworden, mens anno 2012, de laatste afstammeling in een lange, lange lijn. Al vele miljoenen jaren bestaat jouw dna. Je kreeg het van ons, wij kregen het van opa en oma en zij weer van anderen enzovoort enzovoort, helemaal terug tot aan de eerste mensen, en zij kregen hun dna weer van apen, en apen van kleine zoogdieren, en kleine zoogdieren van reptielen, en reptielen van vissen en zo door tot het begin der tijden. Als een soort Olympisch vuur werd jouw dna doorgegeven. Levend. Altijd levend. Want als iemand onderweg was doodgegaan was jouw dna, jouw blauwdruk, jouw zelfste zelf er niet geweest. Bijzonder hè? Wat zeg je? Hmm. Tja. Bijdehand hoor. Inderdaad, in die duizenden miljoenen miljarden jaren is jouw dna eventjes bevroren geweest, laten we zeggen van juli 2011 tot november 2011, toen het in een vrieskist in het Utrechts Medisch Centrum lag te wachten op een volgende terugplaatsing. Vier maandjes. Maar nou ja, okee dan, los dáárvan heb je dus altijd al geleefd en kom je nu eindelijk tot materialisatie. We wachten op je. Tot straks.

Engeland

Ik ben dol op Engeland. Of het nou komt doordat ik een reïncarnatie van koning Arthur ben of doordat ik er als kind een paar keer ben geweest, feit is dat ik me op een merkwaardige, bijna emotionele manier thuis voel in Engeland, iets wat ik nooit heb gehad in bijvoorbeeld Frankrijk of Italië. Hieronder een paar verslagen.

 
 
 

Engeland (Ham 'n Eggs Tour 2012)

Een jaar van anders dan anders… Vliegen kon niet meer vanwege de zwangerschap van Christel, daarom voor het eerst in jaren geen verre reis, maar een ouderwetse vakantie, met tent en auto. Tot het laatst twijfelden we tussen Noord (Groot-Brittannie) en Zuid (richting Griekenland) en uiteindelijk werd het van allebei een beetje. 
We begonnen in Engeland, maar toen we na een week op die beroemde ‘depressie boven Schotland’ stuitten, kozen we eggs for our money en koersten zuidwaarts, richting zon, die we terugvonden in Kroatië. Zesduizend kilometer legden we aldus af. Gelukkig weinig tolwegen, uitgezonderd dan in Frankrijk. En in Italië, Slovenië en Kroatië. En de M6A rond Birmingham. Het was nog voorseizoen, dus rustig overal, en zo werd het een ontspannen tien-landen-tour.

Anglofielig

Mei 2012

Diep van binnen ben ik best anglofiel. Of beter: brittofiel. Ik vind Engeland en Schotland geweldige landen.

Vroeger ben ik er regelmatig geweest, met en zonder familie, maar naarmate ik verder achter ‘s werelds horizon begon te kijken raakten ze een beetje uit zicht, al heb ik de laatste jaren nog een paar weekendjes London en Stonehenge gedaan. Waar ik van hou is het landschap, van de zachte groene heuvels in het zuiden tot de ruige glens en lochs in het noorden, al of niet verscholen achter een gordijn van mist waar ieder moment koning Arthur doorheen kan springen, of het monster van Loch Ness. Het Engeland waar ik als een blok voor val is een Engeland dat niet bestaat.

Cambridge

Zondag 27 mei

Okee, onze Ham ‘n Eggs Tour 2012 gaat van start! De eerste dag begint vroeg: al om 6:30 lokale tijd verlaat onze volgelaten Toyota in Harwich de buik van de Stena Brittannica. De overtocht verliep op rolletjes.

Wales

Woensdag 30 mei 2012

Is Wales een land? Tja, daar valt over te twisten, maar mijn definitie van een land is dat het een nationaal voetbalelftal heeft, en dat heeft Wales, dus telt het als een land en wordt het per maandag 28 mei aan ons lijstje toegevoegd.

York

Vrijdag 1 juni

Het is een halve dag rijden naar York. Onderweg drizzle en showers, afgewisseld met showers en drizzle. We besluiten daarom het kamperen maar even te laten en gebruik te maken van een van die geweldige uitvindingen die de Britse beschaving aan de wereld heeft geschonken naast voetbal, de stoommachine en witte bonen in tomatensaus: B&B ofwel Bed & Breakfast.

Eerst komen we op krachten met een cream tea, een pot thee met scones en clotted cream, ook zo’n typisch Britse aangelegenheid. Dan gaan we op zoek naar een B&B en komen uit bij The Groves, een fraai herenhuis met veel rood tapijt en schilderijtjes in een straatje op vijf minuten van het centrum. Als we de auto inparkeren houdt het op met regenen. Kunnen we mooi de kletsnatte tent even te drogen hangen. Op de fiets maken we een verkenningstochtje door het centrum en we eten bij The Olive Tree, een mediterraans restaurant tegenover Clifford’s Tower, een middeleeuwse toren op een grasheuvel waar een eendenfamilie rondscharrelt.


Hadrian's Wall

Zaterdag 2 juni

Het was Julius Ceasar zelf die als eerste het Kanaal overstak om eens een kijkje te nemen in Engeland. Een eeuw later ging keizer Claudius tot echte actie over en binnen een paar decennia werd het hele land bezet, zo’n beetje tot midden-Schotland toe. 

Maar waar de Engelsen zonder veel problemen meeheulden met hun nieuwe heersers, daar bleven de Schotten zich verzetten, en na een hoop gedoe en barbaarsiteiten daar in het hoge noorden besloot keizer Hadrianus na een bezoek aan York tot een rigoreuze oplossing: hij bouwde een muur over de hele breedte van Engeland, van Newcastle in het oosten tot Carlisle in het westen, 135 kilometer lang.

What's app?

Donderdag 7 juni 2012


…en zo, op onze queeste naar de Heilige Vakantie Graal, een goudwit stralende bol, kwamen we dus terecht in Venetië. Of zoals ze in Engeland zeggen: Venice. A jolly good ride, alles bijelkaar.



Krk en vrdr

Maandag 11 juni

Vanuit Venetië zijn we verder gereden naar Kroatië. Venetië, ach, je kent het. Een hoop water.

Maar een prachtig stadje om een dagje in rond te lopen. Het Giethoorn van het zuiden, aldus de conclusie van Christel C. Cools na afloop.

Kroatië is weer een hele nieuwe ervaring. Sterker nog, we hebben geen idee waar we aan beginnen. We hebben geen reisgids, weten niet wat er te zien of te doen valt, kennen geen woord Kroatisch, hebben geen benul van geld of wisselkoers. Hoe symbolisch is het dat ons navigatiesysteem het bij de Italiaanse grens voor gezien houdt en alleen nog een groot wit vlak toont waarin -dat dan weer wel- onze positie nog wel exact wordt weergegeven.
-Wat denk jij: links of rechts?
-Tja, rechts is blanco.
-En links?
-Ook blanco.
-Ja lekker dan...
Welkom in Van-De-Kaartië. Goddank ligt er nog een Europese wegenatlas in de auto, ooit gekocht voor ‘noodgevallen’. Voor als je onverwachts ineens het Oostblok binnenreed of zo.


Plitvice

Vrijdag 15 juni 2012

Plitvicka Jezera is het grootste nationale park van Kroatië en staat bekend om al z’n watervallen (90 stuks) en meren (16 stuks). Daar heb je dus een hoop water voor nodig en inmiddels weten wij waar dat vandaan komt: uit de hemel, als motregen, buitjes, stortbuien. 

Nauwelijks hadden wij onze tent opgezet of het begon al te druppelen en dat bleef het die dag en de volgende doen, alleen ’s avonds klaarde het op.




Dahab

Dahab (Arabisch voor 'goud', دهب) is een kustplaatsje aan de Golf van Aqaba, een zijarm van de Rode Zee. Toeristisch? Zeker, maar niet te vergelijken met strandfabrieken als Hurghada of Sharm el Sheikh. Zeker buiten het seizoen proef je nog de loomheid van het bedoeïnenoord dat Dahab ooit was. Sinds mijn vader contact legde met een Egyptische gevechtsportleraar in Dahab is het een vaste bestemming geworden voor mijn familie, een soort Ardennen in de woestijn. 
Ikzelf ben er in 2007 en 2012 geweest. Die laatste keer was...nou ja. Ken je die mop over die familie die naar Petra ging?

 

Dahab 2012

23-30 maart 2012


Dahab is een heerlijk plaatsje. Het is rustig, overzichtelijk, ontspannen, je kunt er prima duiken en snorkelen en de bewoners laten je gewoon je gang gaan, wat niet overal in Egypte zo is. Toen we er in 2007 waren, wisten we zeker: hier gaan we volgend jaar weer naartoe. Uiteindelijk zou het dus vijf jaar duren. 

Nu, in 2012, zijn we er weer, ditmaal met m’n ouders en m’n zus Leonie. We zitten in een ander hotel (Star of Dahab), aan zee deze keer. Christel en ik hadden een tweepersoonskamer geboekt, maar krijgen een soort familiekamer, alsof ze wisten dat we eigenlijk met z'n drietjes kwamen... (Christel was vier maanden zwanger inmiddels.) Voor de rest lijkt er niets veranderd. Ongetwijfeld zijn er wat zaakjes verdwenen en andere voor teruggekomen, en is Egypte inmiddels een revolutie rijker en een Mubarak armer, maar voor het oog is Dahab nog hezelfde lome luie loungeplaatsje.

Met Boesi, de huiskat


Istanbul

16-20 februari 2012

Veel romantischer dan Istanbul wordt het niet. De parel van de Oriënt, uitgestrekt langs de Bosporus als een kleurrijk Perzisch tapijt, de enige stad ter wereld die zich bevindt op twee continenten, Europa en Azië. In zijn illustere geschiedenis begeerd door koningen, keizers, satrapen, khans, sultans en gewone barbaren en daardoor eeuwenlang inzet van oorlog geweest, toen de stad nog Byzantium en Constantinopel heette. 

De laatste slag werd geslagen door de Turken, in 1453. Sindsdien luidt de naam Istanbul. Tegenwoordig is het een metropool van bijna twintig miljoen inwoners met een skyline vol flats en minaretten die vijf keer per dag de adhaan, of gebedsoproep, de lucht in slingeren.


Hagia Sofia

Indonesië 2011

Indonesië als reisbestemming stond nooit zo op ons netvlies. Té bekend, misschien. Uit de boeken van Multatuli, Couperus, Haasse en -niet te vergeten- Jeroen Brouwers, wiens meesterwerk 'De zondvloed' over zijn jeugd op Borneo onderwerp van mijn afstudeerscriptie was. En dan nog die verhalen over massatoerisme op Bali, brr... Toch, toen we weer eens de wereldkaart bekeken en dat uitgestrekte eilandenrijk bestudeerden werden we toch nieuwsgierig. We lazen over vulkanen, oerwouden, onderwaterparadijzen. Over varanen, orang-oetangs, tarsiërs. Over de Borobudur en Prambanan. Over nasi en goreng. De beslissing om te gaan was snel genomen, moeilijker was de keuze naar welk eiland. Uiteindelijk zijn we in een maand van Java naar Bali naar Lombok gereisd, en vandaar met het vliegtuig naar Sulawesi. Veel te kort, natuurlijk, voor zo'n ontzettend veelzijdig land. Hoogtepunt was ons verblijf op het kleine en bescheiden Lombok waar we de Gurung Rinjani hebben beklommen (bijna, dan) en ons -tijdens een brommertocht- hebben gelaafd aan de hartelijkheid van de bewoners. En aan gado gado, natuurlijk...

Jakarta

Woensdag 28 september

Aangekomen in Jakarta, na een vlucht van 24 uur met overstap in Frankfurt en Doha (Qatar). In die laatste plaats liepen we twee uur vertraging op, omdat op het laatste moment, toen het vliegtuig al zo’n beetje opsteeg, besloten werd iemand eruit te zetten. Dat betekende terugtaxieën, security aan boord halen en met enige discussie een Arabische man met zijn vrouw in boerka afvoeren.


Daarna werd alle handbagage gecontroleerd door ieder stuk omhoog te houden en te vragen wie de eigenaar was. Zo ontdekten ze de vastgebonden staven dynamiet met het eierwekkertje... Naar het leek had de man ruzie gemaakt met zijn buurman en bleef hij amok maken. Het opvallende is dat je jezelf op zo’n moment toch even afvraagt of er misschien sprake is van een terrorist. Vóór 9-11 was dat waarschijnlijk niet bij je opgekomen. Dit even los van de vraag of de Jihad er veel mee opschiet als een Arabisch vliegtuig vol Indonesische moslims wordt opgeblazen...

Jakarta 2

Zaterdag 1 oktober


Een paar dagen Jakarta achter de rug. Een drukke en lawaaiïge stad, die als een stevige roker de hele dag een vieze wolk uitblaast, afkomstig van het verkeer dat zonder ophouden rondraast. Auto’s, taxi’s, tuctucs, busjes, brommertjes, heel veel brommertjes.

De eerste dag hebben wij ons gered met lopen en taxi’s, maar op dag twee kregen we de Transjakarta in de smiezen, hét antwoord van de stad op haar vervoersverstopping: een aparte busbaan op de hoofdwegen waar bussen af en aan rijden, naar vaste haltes die ongeveer een kilometer uitelkaar liggen, vergelijkbaar met een metrosysteem. Simpel, maar het werkt prima. Het loste alleen niet het probleem op hoe je in Jakarta een straat oversteekt waar drie rijen auto’s voorbij scheuren...


Monas...maar kom er maar eens...

Onderweg

Woensdag 5 oktober

Vier dagen in Yogyakarta gebleven. We mogen nu 'Yogya' zeggen, want we kennen de stad een beetje. Ontzettend veel gezien, daarovereen andere keer meer.

Inmiddels zijn we weer verder gereisd in oostelijke richting. De Bromo, een actieve vulkaan en ook een grote trekpleister hier, laten we links liggen. We hebben vreselijke verhalen gehoord over oplichterij en moeilijkdoenerij bij de Bromo, en waar rook is is vuur...zeker bij vulkanen. In plaats daarvan gaan we naar de vulkaan Ijen, morgen, en vandaar door naar Bali. Binnenkort hopelijk meer nieuws.

Yogyakarta

Vrijdag 7 oktober


Yogyakarta ligt in het midden van Java en geldt als het culturele ‘hart’ ervan: hier zijn de Javaanse cultuur en tradities het meest bewaard gebleven. Als ik zoiets lees gaat er altijd een alarmbel af in m’n hoofd, want vaak is zoiets juist een eufemisme voor uitverkoop van cultuur. Ofwel, hier is ‘cultuur’ ons plaatselijk product en we gooien je dood met toeristentourtjes naar hetzelfde showfabriekje of showoptreden.

Maar in Yogyakarta (vanaf nu verder Yogya genoemd) is er wel iets van waar. Dat wil zeggen, de stad puilt uit van batik-winkels en we werden binnen een uur al tweemaal doorverwezen naar dezelfde ‘speciale’ batik-school, maar we hebben dat opgelost door daar inderdaad maar meteen naartoe te gaan en iets te kopen, zodat we verder het hele batikgebeuren achter ons konden laten. De aanval is de beste verdediging, soms. Maar een culturele stad is het verder zeker.

De weg naar Bali

Dinsdag 11 oktober


Reizen bestaat toch wel erg vaak uit…reizen. Die tautologie gaat regelmatig door m’n hoofd als ik weer eens in een hobbelbus zit. Reizen is geen vakantie.

Het is hard werken, soms. Christel en ik gebruiken doorgaans lokaal openbaar vervoer en dat is niet altijd de snelste manier, noch de meest confortabele, maar beslist de interessantste. Goedkoop en tegelijkertijd onbetaalbaar. Is het niet fantastisch om in een busje vol Indonesiërs te zitten die allemaal een gesprekje willen aanknopen met die rare lui uit Belanda, in slecht Engels, half Engels, geen Engels? Of een aubade te krijgen, waarschijnlijk zeer poëtisch maar helaas onverstaanbaar, van een jongeman met een gitaar in het gangpad? (Ze hebben hier trouwens de gewoonte om straatartiesten meteen geld toe te stoppen, al na het eerste akkoord, om er maar vanaf te zijn waarschijnlijk...)   Of dan die oude man die ineens opstond en in keurig, ouderwets Nederlands een gesprekje begon, waarbij hij trots vertelde dat hij in 1926 was geboren, om na een beleefd ‘goedenmiddag’ kwiek de bus uit te stappen. Geboren in 1926, dan was hij nu...85! Dat hadden we hem niet gegeven! Hooguit 79. En dat dus allemaal in een en dezelfde bus.

Ubud

Woensdag 12 oktober

Ubud is even wennen. Ten eerste zitten alle hotels vol. Pas de zesde of zevende waar we ’s avonds laat aankloppen heeft nog één kamer vrij. (Maar wel een schitterende, een bungalow van twee verdiepingen in een tropische tuin.)

Vreemd, want het is laagseizoen en op Java was het half leeg overal. We krijgen te horen dat het komt omdat er een festival gaande is in Ubud, het International Ubud Writers and Readers Festival. Komt iedereen daar op af? Eerlijk gezegd hebben we niet de indruk dat wat wij zoal aan homo touristicus op straat zien rondlopen van die fanatieke lezers zijn, laat staan schrijvers. En dat is het tweede waar we aan moeten wennen: erg toeristisch, Ubud. Veel luchtig geklede buitenlanders die door een decor lopen van galerieën, souvenirwinkels, moderne restaurants en loungecafé’s, over sierlijk geplaveide stroepen en straten. Het lijkt zo’n stadje zonder ‘gewone’ mensen, waar iedereen een taxi heeft of een shop, of beide, en jou alleen maar ziet als iemand met een portemonnaie die ontzettend dringend verlegen zit om een stuk houtsnijwerk of een stenen Boeddha. (Hoe nemen mensen zulke dingen mee naar huis?). We hebben de aandrang weg te vluchten, maar we zijn moe en blijven. En gelukkig maar, want er is meer aan Ubud than meets the eye.

Gili Meno

Zondag 16 oktober

Vlak voor de noordkust van Lombok liggen de Gili-eilanden, drie tropische zandkorrels in het azuur van de Indische Oceaan. Gili Meno is de middelste. Het is het kleinste en rustigste en je komt er door vanaf een andere Gili, Gili Trawangan, een vissersbootje te charteren.

Daarbij zijn we trawangineus opgelicht. Na onderhandelen hadden we een prijs bepaald van € 25. Rondvragen leerde ons dat dat ook écht de prijs is voor een boot. Maar we vonden het nog steeds veel geld (het is namelijk maar 20 minuten varen), dus we aarzelden of we dan misschien toch een paar uur zouden wachten, want twee keer per dag gaat er een ‘public boat’ en ja, die kost misschien € 2. Toen de verkoper dat merkte stelde hij voor te kijken of hij anderen kon vinden die óók naar Meno gingen, dan konden we die € 25 delen. Prima. Hij bleef een tijdje weg, kwam terug, nee, niemand gevonden. We geloofden hem, want het is laagseizoen en betaalden hem dus die € 25. En je raadt het al. Toen we bij de boot kwamen, zaten daarin natuurlijk al twee andere toeristen te wachten. Nou ja, weer wat geleerd. Niet betalen vóórdat je in de boot wordt genomen.

Gurung Rinjani

Maandag 17 oktober
Multatuli noemde Indonesië ‘gordel van smaragd’. ‘Gordel van vuur’ had ook gekund, want in feite bestaat Indonesië uit een lint van vulkanische eilanden. Geen wonder dat het land zo vruchtbaar is met al die vulkanische grond.

Maar overvloedig zon en overvloedig regen helpen natuurlijk ook. Ze oogsten 3x per jaar hier. Rijst wordt het meest verbouwd en je treft de rijstvelden in ieder denkbaar stadium aan: als hoog opgeschoten grasachtige groene planten, als kleine sprietjes in het water, als enkel een waterplas of als een kleiïge akker waar de boer een gemotoriseerde handploeg als een grasmaaier doorheen duwt. Alleen velden kant en klare nasi goreng ontbreken...


Lombok

Donderdag 20 oktober
Bandar Gudara Internasional Airport, woensdagochtend. Alle mooie praatjes over pittoresk lokaal vervoer ten spijt gaan we toch echt vliegen naar Sulawesi (voorheen Celebes). De veerboot doet er namelijk een paar dagen (!) over: dat is een soort postboot die ieder eilandje onderweg aandoet, en Indonesië telt verrekte veel eilandjes. 

Verder heeft deze boot de reputatie wel eens te willen zinken. Overigens duurt vliegen naar Sulawesi ook nog zo’n drie tot vier uur, zo groot is Indonesië.
Lombok heeft een nieuw internationaal vliegveld, pas drie weken geleden geopend. Gisteren en vandaag was de president op bezoek (die Yudhoyono dus), te merken aan alle politie en leger langs de weg en geblindeerde wagens met escort die soms passeren...en ook aan de danseressen en gamelan-artiesten met trommels en xylofoons op hun schouder die net het vliegveld verlieten, kennelijk na een welkomstconcert.

Sulawesi

Dinsdag 25 oktober 2011


Ooit gehoord van de Wallace-lijn? Dat is een denkbeeldige lijn die Indonesië in tweeën deelt: aan de ene kant vind je Aziatische fauna, aan de andere kant de fauna van Oceanië (Australië). Dieren aan de ene kant vind je niet of nauwelijks aan de andere kant, en omgekeerd.

Sulawesi zit precies in het midden. Het heeft kenmerken van beide biosferen, maar tegelijkertijd leven er ook dieren en planten die nergens anders ter wereld voorkomen, waardoor het qua natuur totaal uniek is.  Degene die deze scheidslijn ontdekte, je raadt het al, was de Engelsman Alfred Russel Wallace.

Bunaken

Woensdag 26 oktober
We zijn aanbeland bij onze laatste halte: Tongkeina. Weer een klein dorpje aan zee en toegangspoort tot Bunaken National Park, een van de mooiste duikgebieden ter wereld, zo wordt gezegd. Hier vind je allemaal koraalmuren die –vlak voor de kust ineens steil naar beneden lopen, honderden meters diep.

Inmiddels hebben we er zes duiken opzitten. Het is inderdaad prachtig, alleen jammer dat het weer niet helemaal meewerkt: veel bewolking en af en toe pittige regen- en onweersbuien. Je kunt merken dat het regenseizoen nadert. Daardoor is het zicht onder water minder ver dan op een mooie zonnige dag. Maargoed, met 15 tot 20 meter mag je nog steeds niet klagen.

Duiklocaties rond Bunaken

Fietsen naar Berlijn 2011

Fietsen naar Berlijn, leuk! 
Vijf jaar na Rome hadden we zin weer eens een stukje te fietsen en te klooien in een tentje. We hadden een weekje over en op zoek naar een interessant doel kwamen we uit op Berlijn. 
Het vertrek verliep echter moeizaam: we zouden de eerste week van augustus gaan, maar IVF-perikelen dwongen ons een week later te gaan. De weersvoorspelling voor die week later bleek echter zó dramatisch dat we tot op het laatst twijfelden of we wel zouden vertrekken. Op donderdagochtend dachten we, okee, laten we het er op wagen morgen. 
Tot 's middags het bericht kwam dat Christel’s opa in kritieke toestand was opgenomen en we 's avonds ineens in het ziekenhuis zaten. Een dag bleven we in de buurt, in afwachting van nader nieuws. Toen de situatie stabiel leek, dat wil zeggen stabiel-zorgwekkend maar niet levensbedreigend meer, vertrokken we zaterdag alsnog, in de wetenschap dat het ‘maar’ Duitsland was en we in een paar uur terug konden zijn. Met de trein, dan...

Enschede - Dorenther klippen

Zaterdag 6 augustus
Dag 1, 72 kilometer
Omdat we niet zo veel tijd hebben besluiten we de eerste 150 kilometer in Nederland over te slaan en de trein naar Enschede te nemen, om vandaar te starten. Rond een uur of één zitten we op de fiets. Via Glanerbrug rijden we Duitsland binnen.
 

Dorenther klippen - Herford

Zondag 7 augustus
Dag 2,  91 kilometer

Er gaat een lange-afstand-fietsroute van Arnhem naar Berlijn, met boekje en bordjes en zo, maar die loopt teveel zuidelijk naar onze zin en zou daardoor teveel tijd kosten, vandaar dat we eigenwijs onze eigen, rechtstreekse route zoeken. 
Vandaag, na start, proberen we wat fietsbordjes te volgen van routes door het Teutoburger Wald en dat levert een hoop gezoek op en pittoresk geploeter over glibberige bospaadjes. Na tien kilometer geloven we dat wel en kiezen voor asfalt. Vervolgens krijgen onze ongetrainde benen wat klimmetjes voor de kiezen, waardoor we tegen lunchtijd, half twee, nog maar 32 kilometer verder zijn en behoorlijk opgebrand.


Herford - Bodenwerder

Maandag 8 augustus
Dag 3, 89 kilometer

Grijze lucht vandaag bij opstaan en ook wat druppels. In het douchehok word ik aangesproken door een Nederlander, hij blijkt bij een van de caravans te horen en int namens de kanovereniging het stageld. 
Een klein klimmetje brengt ons uit Herford en dan koersen we richting Hameln, maar met een grote boog noordwaards, langs de Weser, om de heuvels te vermijden. Een paar keer moeten we schuilen voor korte, hevige regenbuien. ’s Middags klaart het ietsje op. Het blijft echter de hele tijd jas aan-jas uit-jas aan-jas uit en daar worden we een beetje simpel van.

Bodenwerder - Langensheim

Dinsdag 9 augustus
Dag 4, 88 kilometer

Verder vandaag, weer onder een grijze hemel waar opnieuw buien uit vallen. We koersen op de Harz aan.
 Na wat kilometers golvende plattelandsweg om warm te worden krijgen we tussen Eschershausen en Alfeld de eerste serieuze beklimming (én afdaling) voor onze kiezen: een kilometer of vijf met 8% omhoog. Het is echter goed te doen. Later, in Berlijn, kunnen we constateren dat dit meteen de zwaarste klim van de hele tocht is geweest, op één na. Maar daarover straks.

Langensheim - Wolmirsleben

Woensdag 10 augustus
Dag 5, 107 kilometer

Veel regen ’s nachts, maar ’s ochtends is het droog en zien we een hemel vol dikke, witte wolken met een vermoeden van blauw daarachter. Vol goede moed stappen we op.

We hebben een flinke rit voor de boeg, want we hebben een ‘campingprobleem’: er zijn erg weinig campings op onze route. Iedere ochtend, als ik koffie drink (echte koffie, gezet met een filtertje) en Christel het onvermijdelijke nog even uitstelt, bestudeer ik nauwgezet de kaart, op zoek naar de verlossende rode driehoekjes die er nauwelijks zijn. Natuurlijk kunnen we in noodgevallen altijd een pension induiken, maar om een of andere reden staat ons dat tegen. En dus weten we dat we vandaag minstens 100 kilometer zullen moeten fietsen.


Wolmirsleben - Rädigke

Donderdag 11 augustus
Dag 6, 113 kilometer

Hetzelfde verhaal als gisteren: met de wind in de rug flink in de beugels, om de volgende camping te halen. Enige complicatie is dat m’n ene landkaart ophoudt en de andere pas 30 kilometer verder weer begint. Onbegrijpelijk dat dit me overkomt, want ik heb toch zorgvuldig kaarten uitgezocht in de beste kaartenwinkel die ik ken, Pied A Terre aan de Overtoom in Amsterdam. En de zon zit achter de wolken, m’n kompas is niet gecallibreerd, kortom het moet op gevoel. Dat laat ons echter niet in de steek, want zonder veel omwegen bereiken we kaart nummer twee.


Rädigke - Berlijn

Vrijdag 12 augustus
Dag 7, 106 kilometer


Vroeg op vandaag. Lichte opwinding bij het inpakken: vandaag rijden we Berlijn in! Half negen zitten we op de fiets, zonder ontbijt, want de camping had geen frische brötchen
In Niemegk, een half uurtje verderop, slaan we in bij een bakker en we ontbijten aan de rand van het bos, in de zon, met brood en een Quarki. We koersen nu noordwaarts. Wind is er nauwelijks meer en het fietst prima. Alle wegen zijn uitstekend, kennelijk is er een inhaalslag geweest de laatste jaren, na de Wende. Ook treffen we nauwelijks meer verwaarloosde huizen of straten zoals in de (voormalige) grensstreek. Opvallend is dat ieder dorp, hoe klein ook, z’n eigen kazerne van de freiwillige Feuerwehr blijkt te hebben; dat lijkt goed geregeld, maar Christel, onze meefietsende brandweerexpert, zet toch vraagtekens bij de professionaliteit en training van zoveel vrijwilligers.




Berlijn

Zaterdag 13 augustus 2011
Voor het eerst worden we wakker met een zonnetje. De nacht is rustig verlopen, niks dronken gefeest van losgeslagen jongeren, alleen een enkele snurker in de tent naast ons - dat is trouwens een opvallende tent, niet een van de vele standaard koepeltje of Qechua-wegwerptentjes, maar een heuse tipi, de snurker zal dan wel een een verkouden indiaan zijn... 

Er is een klein barretje bovenop de tribunes naast het zwembad. Twee jonge meisjes verkopen verse broodjes, koffie en vruchtensap, en we ontbijten er terwijl we naar de loungemuziek luisteren. In het zachte ochtendlicht ziet de omgeving er vriendelijk uit en al met al moeten we ons vooroordeel bijstellen en toegeven dat het helemaal geen slechte plek is hier. Toch hebben we al besloten een hotel te gaan zoeken, dus pakken we voor de laatste keer de tent in en vertrekken.


Mei 2011

Op de fiets, naar vakantiepark La Boverie in Rendeux.



Een bijzondere constructie ditmaal. De dames -Christel met m'n nichtjes Rafaella en Pharrèl, plus Katelijne met Charlotte en Olivier- gingen met de auto alvast vooruit, en ik zou hen op de fiets volgen. Op Koninginnedag, zaterdag 30 april, zwaaide ik hen dus uit in Utrecht en stapte meteen daarna ter fiets.