Dijon

Woensdag 19 juli 2006
Dag  13, 841 kilometer gereden

Rustdag in Dijon. Dijon is beroemd om de mosterd, maar vandaag zal alles wel gesmolten zijn, want het is knetterheet hier, 35 graden en hoger. De afgelopen drie dagen zijn we van Verdun naar Dijon gereden, een kleine driehonderd kilometer.

Orange

Donderdag 27 juli 2006
Dag 21, 1402 kilometer gefietst
Orange. Ooit de pleisterplaats van een moeizame liftvakantie van Arthur en zijn broer (weet je nog, Mario?), nu een tussenstop van ons, richting Mont Ventoux. Vandaag fietsen we naar Bedoin, aan de voet van de Mont Ventoux, en morgen wagen we ons aan de beklimming.

Mont Ventoux

Vrijdag 28 juli 2006

Mont Ventoux. De kale berg wordt hij wel genoemd. Omdat de top helemaal kaal is. Of de reus van de Provence, omdat hij overal bovenuit steekt. 

Van heinde en verre kun je de Mont Ventoux al zien, zelfs vanaf de Auoroute de Soleil, en als je dan die hoge en steile top ziet kun je je nauwelijks voorstellen dat je daar op kunt komen zonder touwen en rotsschroeven...
  Maar het kan.


La Colle sur Loup

Donderdag 3 augustus 2006
Dag 28, 1729 kilometer gefietst
Na de Ventoux een welverdiende rustdag in Bedoin. Beetje uitslapen, beetje zwemmen, wasje draaien en een biertje drinken, zoiets. Daarna moet er weer gefietst worden, de Provence staat op het programma. 

Genua

Maandag 7 augustus 2006
Dag 31, 1976 kilometer gefietst
Genua. Geboorteplaats van Christoffel Columbus, zeggen ze. Toen hij een financier zocht voor z'n beroemde tocht naar Amerika klopte hij eerst bij Genua aan. Maar de stad zag er geen brood in. Spanje wel, en werd schatrijk.


Lucca

Vrijdag 11 augustus 2006
Dag 36, 2205 kilometer gefietst
Even een kort berichtje vanuit Lucca. Ja, we hebben Toscane dus bereikt. Het was nog een helse tocht. 


Pisa

Zaterdag 12 augustus 2006
Dag 36, 2234 kilometer gefietst
Gisteren zonder incidenten in Pisa aangekomen. Pisa ligt in een stuk laagland, en terwijl we vanuit Lucca de heuvel afsuisden zagen we de beroemde scheve toren al van verre. Tegen zessen waren we op de camping.


Siena

Vrijdag 18 augustus 2006
Dag 43, 2463 kilometer gefietst
Beste kijkers, hier weer een update van ons fietsverslag. Allereerst willen we iedereen nogmaals hartelijk bedanken voor alle leuke reacties op onze site. We vinden het geweldig om te lezen en kijken er elke keer weer naar uit. Hebben we tenminste iets leuks in het vooruitzicht als we wéér zo'n middeleeuws stadje vol oude pleinen en kerken binnen racen...

Montefiascone

Woensdag 23 augustus 2006
Dag 48, 2632 kilometer gefietst
Hier even een hele korte update, vanuit de supermarkt in Montefiascone waar tussen de bakken pommodori en Est!Est!Est!-wijn een paar computers staan. We hebben net een paar dagen geluierd aan het meer van Bolsena en zijn vanochtend vertrokken voor de laatste ruk naar Rome.


Rome

Vrijdag 25 augustus 2006
Dag 50, 2786 kilometer gefietst
Hoe verder na Siena? Allereerst iets doen aan de eerste serieuze materiaalpech. Arthur's voorste derailleur hapert; hij kán ermee naar Rome komen, maar dan moet hij wel het wereldrecord sneltrappen verbeteren. 


De laatste dag

Dinsdag 29 augustus 2006
Dag 54, 3061 kilometer gefietst
Ons avontuur is bijna voorbij. Morgen vliegen we terug. De afgelopen vier dagen hebben we in Rome doorgebracht met sight-seeing. Pantheon, Colosseum, Sint Pieter, u kent het wel.


Monaco


Begin augustus 2006 fietsten wij – onderweg naar Rome (HIER) – door Monaco. We stopten bij de haven, dronken een koffie, keken naar de megalomane zeilboten en stapten weer op. Meer dan een uurtje brachten we er niet door. Kan ook moeilijk anders, want met 2 vierkante kilometer is Monaco na Vaticaanstad het kleinste land ter wereld. Maar wel het dichtstbevolkte land ter wereld, trouwens. Het is vooral bekend van z’n jetset vorstenhuis en de Grand Prix, de Formule-1-race van brullende beesten die – dichtbevolkt of niet – lekker door de smalle straatjes racen en elkaar in de staart bijten. Eenmaal voorbij het haventje leidde de weg aan het eind van de baai een heuvel op en daalde af naar een nieuwe baai die tot Italië hoorde. Huppatee. Weer een land erbij.

Pieterpad

In voorjaar 2006 heb ik het Pieterpad gelopen, het langste wandelpad van Nederland, zo'n 500 kilometer van Pieterburen aan de Waddenzee naar de Sint-Pietersberg bij Maastricht. Zo ontdekte ik dat wandelen de beste manier is om de kleinschalige schoonheid van ons land te ondergaan. Niet iedere kilometer was even interessant, maar ik stuitte op verrassend mooie stukken en vond Overijssel met zijn 'bergen' (Archemerberg, Lemelerberg en Holtenerberg) de mooiste provincie, tot m'n eigen verbazing. Ik startte alleen. Gaandeweg kreeg ik echter steeds vaker gezelschap, de zogeheten 'meelopers' uit familie- en vriendenkring. Zoals ik ook steeds meer volgers kreeg op m'n weblog, die ik toen ben begonnen, in 2006, onder de oorspronkelijke titel Alle wegen leiden naar.... Uiteindelijk heb ik de hele route afgelegd in 25 etappe's verdeeld over 10 weken.



Naar Groningen

Maandag 24 april 2006

Het is zover: de start van mijn Pieterpad. Maar de eerste uitdaging is om uberhaupt in Pieterburen te komen zonder auto. Eerst met de trein naar Groningen, vandaar een boemeltje naar Baflo en dan bus 68 naar Pieterburen. Op papier, althans. 

Helaas mis ik het boemeltje en moet een uur wachten op het volgende, en als ik tenslotte in Baflo uitstap blijkt de eerstvolgende bus pas drie uur later te gaan. Wat nu? Het is nog zo'n 7 kilometer. Lopen is geen optie natuurlijk. Dan maar liften. Vroeger, in m'n studententijd, liftte ik door heel Europa, maar dat is jaren geleden en de jeugdige charme waarmee ik toen de automobilisten verleidde (dat maakte ik mijzelf tenminste wijs) is enigszins aan sleet onderhevig. Maar misschien valt het niet op, als je komt aanrijden met een vaartje van twintig, dertig kilometer per uur. Het moet maar. Daar gaat m'n duim omhoog. En verrek, de eerste auto stopt. Een oudere vrouw is bereid me wel even te brengen. Ach, dat is waar ook, dat was ik na al die tijd vergeten: op het platteland is liften nooit een probleem, mensen staan daar nog klaar voor elkaar.



Naar Rolde

Dinsdag 2 mei 2006 

Vandaag begin ik aan m’n tweede etappe. Voeten een beetje bijgekomen, rugzak flink afgevallen: drie kilo, om precies te zijn. De afgelopen dagen heb ik –met de keukenweegschaal erbij- m’n uitrusting nog eens kritisch bekeken. 


Moet dit écht mee? Kan dat niet lichter? Waarom 14 haringen als de tent maar 6 nodig heeft? Waarom een aansteker als lucifers minder wegen? Verder sneuvelden een trui (500 gram), m’n dagboek (350 gram) en –helaas- de ANWB-natuurgids (650 gram). Daar gaat m’n goede voornemen om eindelijk eens iets over de natuur te leren en bij de volgende Grote Frieswijk Familie Quiz (één keer in de paar jaar) spectaculair te scoren bij de bloemen- en bomenvragen. Toen ik op het punt stond de steel van m’n tandenborstel af te zagen, greep Christel in. STOP, riep ze. Je hebt gelijk, zei ik, het wordt echt te gek. Maar nee, ze renden naar boven en kam terug met een minuscuul borsteltje plus tandpasta, ooit gekregen toen ze een keer eersteklas vloog. Van zo’n vriendin moet je het hebben.


Naar Coevorden

Woensdag 10 mei 2006

De derde etappe. Voor de laatste keer begeef ik me naar het noorden, naar Assen, waar ik de bus naar Rolde neem en de hunebedden weer opzoek, het eindpunt van m’n vorige etappe. M’n troef deze keer is een nieuwe slaapzak, ultralicht en ultraklein, die ik ’s ochtends vroeg nog gauw even aanschaf. 

Hij zal wel niet zo comfortabel zijn als m’n vertrouwde mummyslaapzak van weetikhoeveelkilo, maar er is schitterend weer voorspeld voor de komende dagen én nachten, dus koukleum of niet, ik waag het erop. Ook m’n jas (0,8 kilo) laat ik dit keer thuis. M’n rugzak weegt aldus minder dan ooit, en even ben ik in de verleiding om toch maar weer de ANWB-natuurgids mee te nemen, maar nee nee nee, niet doen, niet overmoedig worden zeg ik tegen mezelf.

Naar Hellendoorn

Woensdag 17 mei 2006  

De volgende etappe alweer. Helaas heeft de meeloper van deze wek afgezegd, dus moet ik het alleen doen. Vanuit Coevorden passeer ik al spoedig de provinciegrens en loop Overijssel binnen, de derde provincie van deze tocht.





Naar Holten

Woensdag 14 mei

Wegens allerlei familieverplichtingen weinig tijd deze week. Je baan kun je opzeggen, maar je familie, tja… Nog net gelegenheid voor één dagetappe, op woensdag, de dag dat het aller slechtste weer van de hele week wordt voorspeld, regen en onweer en een harde zuidwestenwind.  

De enige reden dat ik niet afzeg is om de schijn van mooiweerloper te vermijden. En de andere enige reden is dat meeloper Marcel alléén vandaag kan, en anders pas medio 2008 weer een gaatje in z’n agenda heeft. Dinsdagavond zitten we allebei bij de telefoon te wachten tot de ander goddank afbelt. Maar het blijft hardnekkig stil. Dus stappen we woensdagochtend met z’n tweetjes gezellig in de trein naar het oosten.

Een conducteur verzekert ons dat de route vandaag een prachtige tocht is. Hetzelfde horen we van de uitbater van de ‘stationsrestauratie’ in Nijverdal, die even bij ons komt zitten in de koffiehoek die hij met vier stoelen en een tafel bij elkaar geïmproviseerd heeft. De bus zet ons af bij Avonturenpark Hellendoorn. Met een paar passen zijn we in het bos van de Sallandse Heuvelrug en dat verlaten we pas 15 kilometer verderop, in Holten, het eindpunt van de etappe. In het bos gaan de jassen open. Geen last van wind of regen, het is lekker weer. Marcel concentreert zich op de route, zodat hij een beetje kan trainen voor z’n eigen Pieterpad binnenkort. Ik loop er –zonder zware rugzak ditmaal-  relaxed achteraan.



Naar Vorden

Dinsdag 30 mei

Na al het gefeest van vorige week gaan we er weer tegenaan vandaag. 'We', dat zijn m'n nichtje Melanie en ondergetekende.

Melanie volgt een toeristische opleiding en moest vrij vragen van school. Toen ze zei dat ze met haar neef wilde meelopen was het antwoord 'nee'; toen ze uitlegde dat het een boeiend stagetraject betrof als onderdeel van een uniek toeristisch wandelproject dat haar kennis van het Geldersch landschap enorm zou verdiepen, in het bijzonder de historie van laat 18-eeuwse buitenhuizen, nou vooruit, toen mocht ze een dagje weg. Op haar gymschoenen staat ze te wachten bij het stationnetje van Holten. Ik drink mezelf moed in met een kop koffie en daar gaan we. Door het boerenland zakken we af naar het zuiden. Na een uurtje komen we bij de Schipbeek, een kanaal tussen twee schitterende beukenlanen in. We steken over; aan de overkant steken we meteen weer over, want we hadden op dezelfde oever moeten blijven; twintig minuten later steken we nog een keer over, nu wel goed.



Naar Doetinchem

Vrijdag 2 juni

Nog een extra dagetappe deze week, om meters te maken. Van Vorden naar Doetinchem, 26 kilometer. Hatsiekadee! Alsof het niks is. 

Eerst even een kijkje nemen bij kasteel Vorden. Hier werd in 1983 het Pieterpad officieel 'geopend'. Er werd een lintje doorgeknipt, hierbij open ik...champagnekurken knalden, de glazen gingen rond, iemand gooide een fles uit het raam, de burgemeester van Vorden knoopte het lintje in z'n haar, hopsasa hopsasa, nog een fles uit het raam, jongens wie het verst kan! Toos en Bertje werden gejonast, Pieterpad Pieterpad Peterpa-had!!! Toos ging uit het raam, enfin. Het werd een gezellige boel die avond.


Kasteel Vorden. Pas op voor de hond...

Naar Groesbeek

Woensdag 7 juni 2006

Vandaag is Jeroen de meeloper. Jeroen had een sterke voorkeur voor de etappe van vandaag, Doetinchem - Hoog Elten. Ik heb me daar een tijdje het hoofd over gebroken, maar tenslotte wist ik het: Jeroen wilde graag weer eens een keertje naar het buitenland. En vandaag lopen we deels door Duitsland.  

Ach so. Hij verried zichzelf toen bleek dat hij z'n paspoort bij zich had. Aha, dus hij wist donders goed waar we heen gingen!

We gaan met de auto van Jeroen, dat is relaxed. Die zetten we neer bij het eindpunt en vandaar zullen we met openbaar vervoer naar het startpunt gaan. Dat betekent dat ik m'n rugzak in Jeroen's auto kan achterlaten. Dat is dubbel relaxed. Nu moeten we alleen nog van eindpunt naar startpunt zien te komen en dat blijkt minder relaxed. Het cruciale treintje van Emmerich naar Zevenaar is namelijk opgeheven. We hebben nu twee bussen nodig, plus nog een taxibusje volgepakt met mopperende oudjes die klagen over de telohrgang van het openbahr vervoer in de regio. Het is ook overal hetzelfde. De oudjes, bedoel ik.


Om half een kunnen we eindelijk op pad. Eerst volgt een rondje industrieterrein. ZE zullen wel de motor van ons land zijn, al die regionale industrieterreinen, maar tjongejonge wat zijn ze toch lelijk, met die voorspelbare straatnamen (Nijverheidsweg, Logistiekweg), prefab gebouwen en groots klinkende, maar nietszeggende bedrijfsnamen. Datacare. Intertransfer. Weet ù wat het is? (Maar ja, ooit was Microsoft ook niet meer dan zo'n lullig kantoortje...) Gelukkig doemt het Bergherbos snel op. Als een groene muur staat het aan de horizon.



Naar Oostrum

Woensdag 14 juni 2006

Daar gaan we dan weer, op weg naar Limburg, lekker kuieren. Deze week is Wim de meeloper. Wim is de man van de gadgets. 

Op fietsvakanties heeft hij me wel eens verrast met noviteiten uit de outdoorindustrie die hun praktische waarde nog moesten bewijzen - en dat onderweg niet altìjd deden. Ditmaal heeft hij een rugzakje aangeschaft met een achterwandje van hi tech gaas dat moet voorkomen dat je een natte rug krijgt. Ik moet er een beetje om gniffelen, is hij er wéér imgetuind, maar dat ik iets te voorbarig ben zal verderop nog wel blijken.

Vanuit Groesbeek stappen we het bos in. Na een uurtje volgt een open stuk met de eerste aspergevelden, toegedekt met plastik om de warmte vast te houden en de asperges sneller te laten rijpen. Verderop gaan we weer het bos in. Het begint te regenen, de poncho's gaan aan. We bevinden ons op de Sint Jansberg, zo'n 60 meter tot 80 meter hoog, en het pad hobbelt tussen de bomen door, langs een paar verstorven vennetjes. Er schijnen hier veel dassen te leven. Vandaag zitten ze waarschijnlijk allemaal te schuilen in hun burcht. Als we het bos verlaten, is het droog en warm geworden. Bij eethuis De Diepen drinken we koffie en eten we het pronkstuk van de vlaaiencollectie, de Christoffel. Sint Christoffel geldt als de beschermheilige van wandelaars. Sint Pantoffel was logischer geweest.



Naar Venlo

Dinsdag 20 juni 2006

Weer een nieuwe wandelweek. Vandaag alleen, morgen samen met een wegloper. Een wegloper is een meeloper die afzegt – maar dat wist ik toen nog niet.  

Vanuit Oostrum (Venray) moet ik een paar kilometer terug om weer op de route te komen, en vandaar voert het pad via de dorpen Wanssum en Meerlo naar Swolgen. Her en der hangen vlaggen uit met schooltassen eraan. Veel landwegen vandaag, een beetje bos, een stuk langs de bosrand. Weinig bijzonders. De beroemde heuvels van Limburg laten nog op zich wachten, het is hier behoorlijk plat zo langs de Maas. In feite volg je het oude stroomdal van die rivier.


Poortgebouw in Meerlo

Naar Roermond

Vrijdag 23 juni 2006

Een monsteretappe vandaag, Venlo-Roermond, 31 kilometer, de langste etappe van het Pieterpad. Dat betekent zo min mogelijk overtollige ballast mee – geen rugzak dus en geen meelopers.  

Temeer omdat ik last heb van eh, je weet wel, teveel drank enzo. De afstand van het fietsenrek naar het station, toch zeker een paar honderd meter, kost enorme inspanning. Ik weet het niet vandaag. De dood of de asperges wordt het. Of zoiets.


Aspergeveld

Naar Peij

Zondag 25 juni 2006

Er is slecht weer voorspeld in het zuiden: onweer en regen, heel veel regen, zoveel regen zelfs dat er gewaarschuwd wordt voor wateroverlast. In Utrecht schijnt echter de zon.  Dus wagen Christel en ik het erop en rijden naar Limburg, zonder de weglopers uit Lelystad die helaas hebben moeten afzeggen.


Munsterkerk in Roermond

Nederlander op top Pietersberg

--- Van onze correspondent---

Onze landgenoot A. F. heeft de Sint Pietersberg beklommen. Op donderdag 29 juni om kwart voor één ’s middags (plaatselijke tijd) bereikte hij de top, op 110 meter hoogte. Dat blijkt uit een sms'je aan z’n vriendin. 

Frieswijk, wiens expeditie wordt gesponsord door Compeed blarenpleisters, vertrok tien weken geleden uit het basiskamp in Pieterburen. Sindsdien legde hij ca. 500 kilometer af in 25 dagen. Meer nieuws in onze volgende bulletins.

Naar de Pietersberg

De laatste meters. Nog honderd… Nog vijftig… Nog tien… De dichte begroeiing langs het grindpad wijkt ietsje uiteen en maakt ruimte –bijna met tegenzin, lijkt het– voor een klein grasveldje waar een paar rotsblokken en een sobere Pieterpad-gedenkzuil de top van de Sint Pietersberg markeren. 

Dit is het. Het einde van het Pieterpad. Klinkt er tromgeroffel? Applaus? Het zachte vleugelgeruis van engelen die toezien op deze bijzondere prestatie? Ach nee. Hijgend en zwetend kom ik boven en een beloning is er niet, geen nektar en ambrozijn, zelf geen koud colaatje bij een snacktent. Ik schop m’n schoenen uit en plof neer in het gras en terwijl ik mijmerend voor me uit staar, vraag ik mijzelf af wat ik nou eigenlijk voel. Het is gemengd. Enerzijds trots, blijdschap, ontspanning; anderzijds onwennigheid en al een begin van weemoed dat het voorbij is. Het is een bekende sensatie. Na de ervaring komt altijd de herinnering, maar daartussen is er even een vacuum, een leegte, wanneer de ervaring zich terugtrekt en de herinnering nog moet arriveren. In dit emotionele niemandsland blijf ik een uurtje zitten. Tenslotte trek ik m’n schoenen aan en loop de berg weer af, op weg naar mooie herinneringen.


-------------------------------------------------------------------

Dinsdag 27 juni 2006

M’n tiende wandelweek is aangebroken, en m’n laatste – ik wil nu in één ruk doorlopen naar de Pietersberg. Vandaag loopt Ive mee. Ive heeft er zin in: hij heeft zich –een beetje tot z’n eigen verbazing–  een dagje kunnen losrukken van z’n eigen bedrijf en z’n personeel uitdrukkelijk geïnstrueerd géén klanten door te verbinden. Desondanks zet hij z’n mobiel maar uit. Z’n luisteren toch niet naar de baas.


Luxemburg

 31 maart – 2 april 2006

Met de voltallige familie Cools een weekendje naar Luxemburg - een bijzondere gelegenheid, om verschillende redenen.

Aanleiding was een spectaculaire hotelaanbieding die ik ergens tegenkwam. Ik besprak het met Christel, leuk om er een weekendje tussenuit te gaan, romantisch met z’n twee ... en wat er daarna gebeurde kan ik niet precies meer reconstrueren, maar voor we het wisten hadden we haar ouders uitgenodigd, haar zus met vriend, haar grootouders én haar neef met vriendin. Zó, met z’n tienen dus, belandden we in het Hiltonhotel in Luxemburg-Stad.

Noorwegen 2005

Een rondreis door Noorwegen gemaakt met het kleine familiecampertje. Heel veel gereden, helemaal naar de Noordkaap en toen via de Lofoten weer terug, zo’n tienduizend kilometer in iets meer dan drie weken. Plus nog een stuk gefietst...wel 25 kilometer! De natuur is de grote attractie van Noorwegen: het is een land waar de zon niet ondergaat, waar het landschap ruig en ijzingwekkend is, waar het water donderend van de bergen stort, waar zalmen uit rivieren springen en potvissen uit zee. Heel indrukwekkend allemaal, en een Walhalla  voor wildkampeerders als ons. Maar wat ons nog het meeste trof...waren gewoon een paar houten planken, in de vorm van een staafkerk.

Heenweg

Donderdag 16 juni 2005
Vakantie met de camper begint altijd in Wieuwerd. We arriveren er een dag eerder, zodat we tijd hebben om flink boodschappen te doen in Sneek en de camper tot de nok toe vol te stouwen. Want we gaan naar Noorwegen en zoals iedereen weet, Noorwegen is duur. Dus verdwijnen er tassen vol levensmiddelen en snoep onder de banken, plus een ferme collectie fris, wijn, rose en gedestilleerd. Éen fles wijn redt het niet: die wordt bij het inruimen per ongeluk kapot geslagen tegen de treeplank van de camper, waarmee het voertuig meteen maar gedoopt is. De weëe lucht blijft nog dagen hangen. Gelukkig heeft de Noorse douane geen alcoholhonden, anders waren we er gloeiend bij geweest met onze illegale drankimport.


De clutch kwijt

Maandag 20 juni 2005
En zo reden we welgemoed de poolcirkel binnen, precies op schema om op 21 juni, midzomernacht, aan te komen bij de Noordkaap. Narvik, Tromsø, Alta, Noordkaap...dat was de bedoeling. Maar zo zou het niet gaan. 

Noordkaap

Donderdag 23 juni 2005
Het is al laat als we wegrijden bij de garage, vier uur ’s middags. We hebben veel tijd verloren met geld halen, en daarna nog eens anderhalf uur met het repareren van de stekker van het fietsenrek die beschadigd was geraakt. Maar dan kunnen we eindelijk op pad!

Tromsø

Zaterdag 25 juni 2005

Magerøya, tunnel, Alta. Als we in omgekeerde volgorde terugrijden naar de beschaving begint het zonnetje ieletjes weer te schijnen. In Alta bezoeken we het Rock Drawing Museum.

The race for the pole

Roald Amundsen is bekend geworden als de eerste mens die de Zuidpool bereikte, in het jaar onzer heren 1911. Dat gebeurde in wat later ‘the race for the pole’ is gaan heten, een wedloop tussen de Noorse expeditie van Amundsen en een Engelse expeditie onder leiding van Robert F. Scott, een marine-officier die al eerder naar de Zuidpool was geweest en het terrein een beetje als zijn eigendom beschouwde. Het grappige was dat Amundsen helemaal niet van plan was naar de Zuidpool te gaan. Juist omdat al bekend was dat Scott met een nieuwe Zuidpoolexpeditie bezig was, bereidde Amundsen zich voor op de Noordpool, die ook nog 'onontdekt' was. Daartoe leende hij het schip Fram (=Vooruit) van zijn landgenoot Fridtjof Nansen, dat speciaal ontworpen was voor het pakijs van de Noordpool.


Lofoten

Dinsdag 28 juni 2005


Een van de dingen die we altijd al eens wilden doen: walvissen kijken. En dat moet in het echt, want je hebt ze niet in de dierentuin. Nou dachten wij altijd dat je daarvoor naar de andere kant van de wereld moest, naar bijvoorbeeld Canada of Australië, maar we ontdekten dat het ook in Noorwegen kan, onder andere in het plaatsje Andenes.

Lom

Donderdag 30 juni 2005

Halverwege de avond arriveert de veerboot in Bodø. Hier vergrijpen we ons aan een essentieel onderdeel van de Noorse keuken...friet met hamburger. 

Bergen

Maandag 4 juli 2005


Vandaag staan er twee bezienswaardigheden uit de natuurlijke collectie van Noorwegen op het programma: de Geirangerfjord en de Trollstigen. 


Naar Oslo

Woensdag 6 juli 2005

Zo zoetjesaan zijn we in zuidelijk Noorwegen beland. Dit is het volkrijkste deel van het land, de bulk van de 5 miljoen Noren woont hier. Het landschap is duidelijk anders. 

Nepal 2004

Onze reis naar Nepal in 2004 is zonder twijfel de mooiste reis die we hebben gemaakt. Sowieso is Nepal een adembenemend land, met de hoogste bergen ter wereld en de meest fantastische trekkings. Maar het was ook voor het eerst dat we op eigen houtje naar zo’n ‘ver’ en ‘raar’ land trokken en zoals iedereen weet maakt de eerste keer altijd de meeste indruk. Alles was nieuw voor ons: ‘de’ Aziatische cultuur, het gehannes met taxi’s en bussen, het feit dat je als Westerling in het middelpunt van de belangstelling staat, kinderen die je bespringen, ja zelfs onze eerste digitale camera die we bij ons hadden. In die periode woedde de maoïstische opstand in volle hevigheid (anno 2011 zitten ze in de regering) waardoor er nauwelijks toeristen naar Nepal kwamen en wij in ieder dorp, ieder hotel en ieder restaurant zo’n beetje de enige buitenlander waren. Inmiddels hebben we dat wel vaker meegemaakt, maar toen was dat ontzettend wennen. Nepal 2004 heeft ook een aantal contacten opgeleverd die blijvend zijn gebleven en tot warme vriendschap hebben geleid, zoals met Yadu en Karma. Vooral dáárdoor is het land al die jaren heel dicht bij ons gebleven.

Voorbereiding

Al vele jaren was Nepal in m’n gedachten. Begin jaren negentig begon ik, als leunstoeltoerist, veel te lezen over bergbeklimmen en andere extreme ondernemingen. Zo ook over de beklimming van de hoogste berg van de wereld, de Mount Everest.

Verslagen van expedities daar naartoe bestaan standaard uit drie delen. Een, er is de cultuurshock bij aankomst in Kathmandu, twee, er is de lange trekking door prachtige natuur naar Everest Base Camp, drie, er is de beklimming zelf. Op mij maakten ál die onderdelen evenveel indruk. Het leek mij een fascinerende andere wereld en ik bewonderde de avonturiers om hun, eh, avontuurlijkheid, terwijl ik daar bij de centrale verwarming zat met een kopje koffie. Dat ik zélf die kant op kon gaan kwam domweg niet bij me op.




Patan

We landden op Tribhuvan Airport in Kathmandu. Vliegvelden zijn een wereld op zich. Ze lijken niet bij het land zelf te horen, maar eerder bij een internationale organisatie die bestaat uit...vliegvelden.

Het is er rustig, schoon, georganiseerd. Het land zelf begint pas als je de douane passeert. In menig land barst, zodra je door de schuifdeuren komt, een pandemonium los van schreeuwende dragers, taxichauffeurs, gidsen, hotelpick-ups en andere ritselaars en dat kan flink overweldigend zijn als je daar versuft door jetlag in verzeild raakt. In Nepal hadden we het opgelost door het eerste hotel via Oad te regelen zodat een hostess ons opwachtte op het vliegveld. Niettemin gristen een paar snelle jongens de bagage uit onze handen en toen we hen bezorgd achterna renden bleken ze deze keurig naar een Oad-busje te brengen. Wel eisten ze fooi natuurlijk. Bij gebrek aan roepies gaven we ze een paar euro. Een kapitaal, ontdekten we later.

Het busje bracht ons naar Summit Hotel in Patan, een voorstad van Kathmandu. Dit bleek een fraai hotel, eigenlijk een verzameling houten bungalows rond een tuin. Na een briefing over excursies en diner vielen we uitgeteld in slaap.

Durbar Square, Patan



Bodhanath

Goed, we hadden dus een spannend dagje Patan gehad. Daarmee hield ons Oad-arrangement op. De volgende dag moesten we het hotel uit, en Nepal ín. Brrr...

Gelukkig hadden we die, eh, mobiele monnik nog. We belden hem. Hij nam nog op ook. Hij woonde in Bodhanath, een andere voorstad van Kathmandu, een half uurtje met de taxi. We spraken af bij de grote stupa, we konden hem herkennen aan een rode pet, zei hij in krakkemikkig Engels. Eenmaal aangekomen bij die stupa werden we overlopen door honderden monniken, allemaal bezig rond te cirkelen rond het enorme bouwwerk, allemaal identiek gekleed, en velen met een rode pet. Gelukkig waren wij als toerist makkelijker te herkennen en vond Karma óns. Hij was een kleine, pezige man met een knap gebruind uiterlijk, jaartje of vijfendertig, gekleed in de traditionele rode monniksmantel met daaronder stevige sandalen, op z’n hoofd inderdaad een grote rode honkbalpet. Karma leidde ons naar een hotel dat hij had geregeld. Op de prima hotelkamer, met uitzicht op de stupa, voerden we een eerste gesprek, dat ietwat moeizaam verliep: niet alleen liet het Engels van Karma dus te wensen over (vooral z’n uitspraak), maar hij dacht diep na voor hij sprak, liet lange stiltes vallen en reageerde soms helemaal niet. Het was een beetje werken, vonden we. Monnikenwerk zogezegd.

Kamer met uitzicht


Bhaktapur

Bhaktapur is een wonderschoon oud stadje, ongeveer een uur met de taxi vanuit Bodhanath. Het is een World Heritage Site van Unesco: dat betekent dat er een groot hek omheen staat en je entree moet betalen, alsof je een museum betreedt.

Maar...je betréédt ook een museum, een openlucht tentoonstelling van tempels, beelden, ramen van houtsnijwerk, alles verspreid over talloze pleintjes en straatjes die baden in hetzelfde stoffige, gouden Himalayalicht en waar het –mede dankzij die toegangspoort– heerlijk rustig is. De enige drukke plek is het pottenbakkersplein waar de bakkers hun potten voor je uitstallen.

Durbar Square in Bhaktapur

Het verhaal van Yadu

Zaterdag 6 november 2004. We zijn net door de taxi afgezet in Bhaktapur en lopen naar de toegang. Zoals gebruikelijk werden we besprongen door jongens die hun diensten als gids aanboden.

We wimpelden iedereen af, even geen zin in een Engels stamelende local die nauwelijks meer wist dan jij,  iets wat overigens de nodige assertiviteit vereiste want nee is nooit in één keer nee in Nepal. Maar het lukte, we betaalden en waren binnen, op het plein aan de ándere kant van het hek. Operatie geslaagd, dachten we...en op dat moment sprak Yadu ons aan. Een kleine tengere jongen in spijkerbroek en rood trainingsjack, zeventien jaar oud. Hij wilde ons rondleiden, om z’n Engels te oefenen, niet voor geld, nee nee, zei hij. Ja ja, dachten wij. Waarom we dan toch akkoord gingen mag een raadsel heten. Misschien was onze voorraad ‘nee’ even uitgeput na die veldslag bij de ingang, of misschien voelden we op een bepaalde intuïtieve manier aan dat Yadu bijzonder was. Hoe dan ook, we gingen met hem op pad.


Chitwan

De zus van Karma heette Karma. Zo ging dat in Bhutan, kennelijk. Je noemt iedereen Karma en je hebt als land meteen een heleboel karma.

Deze Karma woonde ook in Bodhanath en was getrouwd met en man die Kinley heette en ons kon helpen, volgens Karma. Ónze Karma. We zochten hen op. Ze bewoonden met kun kinderen een ruime flat en aan alles was te zien dat deze mensen, voor Nepalese begrippen, niet slecht boerden. Kinley zelf was een hoffelijke man met veel humor, maar je kon merken dat hij gewend was de lakens uit te delen. Hij was oprichter en directeur van een school ( Pegasus English School) én had een soort trekkingbureautje,  hoe dat precies samenhing werd ons niet helemaal duidelijk. Door zijn uitstekende Engels en het feit dat hij in Europa was geweest, kregen we het gevoel dat hij Westerlingen begreep en vertrouwden we hem.

Dat moest ook wel. Want al snel deed zich een fenomeen voor waar we nadien vaker mee te maken hebben gehad, en dat wel een klein beetje went, al blijft het heikel: ineens moet je een smak geld toevertrouwen aan een vreemde. In arme landen wordt zelden iets op krediet gedaan. Het is boter bij de yak. Kinley wil geld hebben, omdat de mensen en diensten die hij gaat regelen óók geen stap zetten zonder geld. Het pakket dat Kinley ons aanbood, een fantastisch pakket, een droompakket, vereiste dat wij ál onze traveler cheques  nu ter plekke aan hem overhandigden, getekend en wel. We slikten en keken naar elkaar. Maar ja…wat kon er fout gaan met zoveel Karma in de familie? We deden het dus. En het is goed gegaan, zoals het in de jaren daarna, bij soortgelijke dubieuze transacties, áltijd goed is gegaan. We zijn nog nooit belazerd op deze manier. Wel op andere manieren, overigens. (DEZE manier bijvoorbeeld.)

Annapurna

Van de tien hoogste bergen ter wereld liggen er acht in Nepal. De meeste liggen helemaal in het oosten, in het Everest-gebied, maar je vindt ook een aantal in het Annapurna-massief, meer naar het westen toe. En daar gingen wij nu naartoe.

Je kunt er verschillende trekkings doen, onder andere de Annapurna Circuit waarbij je om het hele masief heenloopt, misschien wel de mooiste en compleetste trekking ter wereld. In een interview met Sting las ik ooit dat hij met ieder van z’n kinderen (hij heeft er vier) deze wandeling doet als ze 18 worden. Voor de hele Circuit kun je echter zo’n drie weken uittrekken en zoveel tijd hadden we niet, daarom deden wij alleen de ‘linkerpoot’ ervan. Daartoe vlogen wij vanaf Pokhara met een klein vliegtuigje naar Jomson, het startpunt, op 2800 meter hoogte. Het is een van de spectaculairste vluchten ter wereld, want je vliegt door wat ze noemen ‘het diepste ravijn op aarde’, ofwel tussen twee bergen door van 8000 meter, de Dhaulagiri en de Annapurna.


Everest

Na een paar dagen recupereren in Bodhanath vertrokken we op maandag 22 november naar ons ultieme reisdoel, de Mount Everest. Dat betekende eerst een stuk vliegen, van Kathmandu naar Lukla, in het Everest-gebied. Lukla is een van de meest beruchte vliegvelden ter wereld.

Het bestaat uit een landingsbaantje van 600 meter dat letterlijk schuin tegen een berg oploopt zodat je aan de ene kant een afgrond hebt en aan de andere kant een rotswand. De marges voor fouten is minimaal. Alleen bij goed weer kan er op gevlogen worden, wat betekent dat vluchten net zo vaak niet als wel gaan, en dat hoor je pas op de dag zelf. Wij hadden geluk: zowel de heen- als terugvlucht verliep volgens planning. Maar het komt regelmatig voor dat toeristen dagenlang vastzitten in Lukla, wachtend op verbetering van het weer.

Vliegveld van Lukla

Afscheid

Weer terug in Bodhanath begon het afscheid nemen. We hadden besloten Karma en de gidsen te trakteren op een etentje, dat leek ons gezellig. Karma wist een ‘goed tentje’ in hetzelfde straatje als ons hotel.

Jullie mogen alles kiezen, zeiden we. Alles van de kaart, wat je maar wil. En wat wilden ze? Dal bhat, rijst met linzen. Hetzelfde dat ze elke dag aten, ‘s morgens, ‘s middags en ’s avonds. Dat schoven ze naar binnen als uitgehongerde katten en vervolgens begonnen ze onrustig heen en weer te schuiven op hun stoel. Gezellig natafelen was er met deze jongens niet bij. (Dit gold voor de gidsen, niet voor Karma.)  In mum van tijd waren we weer terug op onze hotelkamer, een ervaring rijker. Later kwam Dau ons nog opzoeken om ons beiden een khata om te hangen, een wit ceremonieel sjaaltje, een mooi gebaar dat ons verraste van de gesloten Dau.


Barcelona

April 2004

Gaudi, Guell, Miró. Dat kwam allemaal voorbij tijdens een weekendje Barcelona met Christel in april 2004.

Crans

Januari 2004

De ouders van mijn vriend Jeroen hadden een huisje gehuurd in het Zwitserse Crans, in het bekende skigebied Crans-Montana. Christel en ik gingen langs, samen met mijn zus Leonie. Verder had Jeroen ook nog zijn vriendin Gerda met haar dochtertje uitgenodigd, dus het was een dolle boel.

Nou ja, bij wijze van spreken. Er werd vooral veel gelezen en hier en daar een spelletje gespeeld. Christel en Leonie wilden graag skiën, maar helaas was het weer niet al te best en bleef het bij één dagje op de lange latten . Ook een dagtripje naar de Matterhorn moest halverwege worden afgebroken vanwege een aanhoudende sneeuwbui. 

 

 




Herfst 2003

Een weekendje dit keer, niet een hele week, en de aanleiding was nou eens niet de trouwdag van mijn ouders, maar de trouwdag van mijn zus Natalie. Vrijdagmiddag trouwde ze, en direct daarna reden we met de hele familie naar de Ardennen - dus eigenlijk was het háár huwelijksreis.

Maar voor de rest was het gezellig als altijd. Bijzonder was een verrassingsuitstapje waarbij we in een busje werden gezet en ergens naar de middle of nowhere werden gereden voor geen idee wat. Het bleek dat we speleologie gingen doen, ofwel klimmen en klauteren door grotten. Geweldige ervaring.

Waar het huisje precies was weet ik niet meer, ergens tussen Tenneville en La Roche.






Portugal 2003

31 juli - 25 augustus 2003

Onze reis door Australië per camper in 2002 (HIER) smaakte naar meer – meer camper. En zoals het zo vaak gaat in het leven duurde het niet lang of er kwam op wonderbaarlijke, schijnbaar toevallige wijze ineens een camper uit de lucht vallen. De onnavolgbare Willem de Ridder, grondlegger van de ‘spiegologie’, noemt dat ‘bestellen’: het creëren van je eigen werkelijkheid door je echte wensen uit te spreken.

Vrienden van mijn ouders kochten een nieuwe camper, en hun oude ging voor een prikkie onze kant op. Als Christel en ik niet zo enthousiast met camperverhalen waren teruggekomen uit Australië was dat wellicht nooit gebeurd – zo werkt bestellen. Het werd een familieproject: mijn vader deed het onderhoud, mijn moeder de boekhouding, en wij…eh?



Heenweg

  Augustus 2003
 
We vertrokken op donderdag, 31 juli. Eerst vanuit Wieuwerd, waar het campertje bij m’n ouders stond gestald, naar Utrecht; spullen inladen; en halverwege de middag echt op pad, naar het zuiden. Aanstaand weekend was het weekend van zwarte zaterdag, de drukste dag op de Franse snelwegen, en het leek ons verstandig dat pandemonium voor te zijn.