Het mooiste plekje van de wereld

Augustus 2003 
 
Het verhaal in onze familie luidde altijd: we hebben het riviertje niet gevonden, we zijn er naar beneden gedonderd. Dat was wat m’n vader zei tegen het Nederlandse gezin dat, aangelokt door het idyllische plaatje van onze camper aan het water, polshoogte kwam nemen en vroeg hoe wij deze plek in godsnaam hadden gevonden.


Coïmbra, zee en Lissabon niet

Augustus 2003

Aan de overkant van Rio Côa begon Portugal, en eindigde ons plan. Hèt riviertje vinden was ons doel geweest: verder hadden we niet gekeken. We herinnerden ons over Coïmbra goede dingen te hebben gehoord, dus stuurden we die kant op.

Porto

Augustus 2003

Porto schrijf je port plus een o. Of zoals de Portugezen zelf doen, port plus twee o’s: Ó porto. Dé haven.

De naam komt rechtstreeks van de Romeinen, die de plaats stichtten en ‘porto cale’ noemden, de haven van Cale. Wie die kale was doet het verhaal niet. Het land ‘Portugal’ ontleent z’n naam dus aan deze plek. En ook port, het bekende zoete drankje, is genoemd naar de plaats Porto, niet andersom zoals ik altijd dacht.


Terug

Augustus 2003

Branganca ligt in het uiterste noorden van Portugal, slechts gescheiden van Spanje door een groot natuurgebied, het Parque Natural de Montesinho. We hebben er twee dagen op een camping gestaan. Gratis, geen beheerder gezien.


Australië 2002

Onze eerste verre reis samen ging naar Australië en stond in het teken van familie. We bezochten mijn oom en neven in Townsville, geëmigreerd in de jaren zestig. En we vierden Kerst met de ouders en zus van Christel die tegelijkertijd in het land waren. Tussendoor reden we achtduizend kilometer met vier verschillende auto's, langs imponerende decors van oerwoud, oceaan en woestijn, ons vergapend aan kangoeroe en koala, papegaai en possum, Aboriginal en Australiër.



Vliegen

20 - 23 november 2002

Australië betekent vliegen. Heel ver vliegen. Voor mij was het pas de derde keer in m’n leven dat ik in een vliegtuig stapte en nog nooit had ik zo’n lange intercontinentale vlucht gemaakt.

Eerst naar London, vandaar met Quantas naar Singapore en dan nog eens met Australian Airways voor het laatste ‘stukje’ naar Cairns... Anderhalve dag waren we onderweg en ik vond het een geweldige belevenis. Veel mensen zeggen een hekel te hebben aan vliegen, en ik kan me dat ook wel voorstellen, maar zelf vind ik vliegen heerlijk. Lezen, films kijken, muziek luisteren...eindelijk kun je naar hartelust bezig met je hobby’s, urenlang, ongestoord, zonder je schuldig te hoeven voelen omdat je eigenlijk iets nuttigs hoort te gaan doen, zoals een van die klusjes die thuis altijd wachten. Eten en drinken komt vanzelf je kant op, persoonlijk uitgeserveerd door een leuke stewardess. En natuurlijk, het is niet ideaal om urenlang in zo’n stoel te moeten zitten, maar als je klein bent zoals ik gaat dat best en daarnaast heb ik het geluk altijd te kunnen slapen, in iedere houding en in ieder soort vervoer, dus ook in een vliegtuigstoel.


Cairns

23 - 24 november 2002

Cairns dus. Een bescheiden plaatsje aan zee. Vierkant stratenpatroon, zoals overal in Australië.

Verkeer kabbelde rustig door de langgerekte straten, in het centrum een kleine voetgangerszone waar het niet druk was. Het stadje voelde ontspannen aan. Bij het VVV informeerden we naar mogelijkheden om Kuranda te bezoeken, een tropisch regenwoud, en een uurtje later werden we al opgepikt door een klein toeristenbusje met een vriendelijke chauffeur die kakhi shorts droeg en precies zo sprak als Crocodile Dundee. No worries, zei hij steeds. Geen zorgen. Een standaard uitdrukking in Australië, we zouden het nog vaak horen. No worries. Eenmaal bij onze bestemming aangekomen (The Skyrail) stapte de man razendsnel achter het stuur vandaan en de bus uit, liep met verende tred naar de ingang, hield de deur voor ons open, wees naar de kassa, zei bye bye have a nice day en liep weer terug, dit alles in één vloeiende, elegante choreografie . We waren met stomheid geslagen. Wat attent! Wat aardig! Wat was dit voor sprookjesland? En dan moest het regenwoud nog beginnen!


Townsville

24-30 november 2002

Het is een fraai oxymoron: verre naasten. Familie die eigenlijk vreemd is. We gingen op bezoek bij familie die we helemaal niet kenden, te weten de broer van mijn vader (Klaas) en diens zonen John en Nick.

Klaas, mijn oom dus, had ik eenmaal ontmoet een jaartje of tien geleden toen hij een tijdje over was vanuit Australië en bij mijn ouders logeerde. John en Nick, mijn neven, had ik nog nooit gezien of gesproken en ik had zelfs nog nooit een foto gezien. Kortom, een warme familieband kon je het niet noemen.

Uiteraard kwam dat door de afstand, Australië lag nou eenmaal aan het einde van de wereld, zeker in de tijd voor internet, goedkoop bellen en Skype. Maar meer nog kwam dat omdat ikzelf om wat voor psychologische kronkel dan ook nooit echt interesse in m’n familie heb gehad, ook niet in familie hier te lande, dus laat staan in die verre verwanten down under die je nooit per ongeluk op een verjaardag of jubileum tegenkwam.  Ik koesterde dan ook weinig verwachtingen over de aanstaande ontmoeting en we gingen er zo’n beetje vanuit na een dag of drie wel weer ons weegs te kunnen gaan. Hoe zouden we ons vergissen! Want vanuit de Australische kant bestond wèl grote interesse in dit –behoorlijk zeldzame– familiebezoek vanuit Nederland en we werden met zoveel hartelijkheid en warmte ontvangen, en met zoveel verlangen om ons hun Australisch leven te laten zien, dat we tijd te kort kwamen en uiteindelijk een week zouden blijven.


Met Leanne, Carissa en Phoebe


Naar Brisbane

 30 november - 6 december 2002

Australië is groot. Heel groot. De oostkust is zo’n 3300 kilometer lang en dat is dan de kòrte zijde van de rechthoek die het land vormt.

En die oostkust gaan we nu helemaal afrijden. Eerst naar Brisbane om de camper op te halen en dan verder naar het zuiden, richting Sydney en Canberra, om uiteindelijk in Melbourne aan de zuidkust uit te komen. Daar gaat namelijk een andere familiereünie plaatsvinden, met de zus en ouders van Christel. Maar dat is pas over drie eeuwen, met kerstmis.

Naar Sydney

 6 – 10 december 2002

Een camper betekent voor mij pure nostalgie. Ik ben ermee grootgebracht. M’n ouders hadden er eentje en als ik aan vakanties van vroeger denk komen onherroepelijk herinneringen boven aan die grote jaren zeventig Toyota-bus, bijvoorbeeld aan mijn vaste slaapplek, een hangmat boven de achterbank waarin ik deed alsof ik sliep terwijl ik ondertussen luisterde naar het gestommel van m’n ouders die aan tafel zaten te drinken en te kaarten.

Het voelde veilig, vertrouwd, knus, een universum op wielen. Stripboeken lezen op de bank, luisteren naar een bandje van André van Duin, bladeren in Het Beste Boek van de Weg, en ondertussen vlogen de kilometers voorbij en waren we alweer bij een nieuw meertje om te zwemmen. Regelmatig gingen we zomaar ergens staan, bij een rivier, een strand, zo lang er maar water in de buurt was. Wat leek ons huis ineens groot en leeg als we na een maand camperen weer thuiskwamen!


Sydney

10 – 13 december

Sydney is de plek waar Australië is ‘begonnen’. Het was hier dat dat verre, geïsoleerde eiland door een handvol Europeanen  ruw werd wakker geschud uit z’n prehistorische sluimer en meegesleurd naar een nieuwe tijd en een nieuwe bestemming, als de grootste gevangenis van de wereld, een perfecte dependance van het overvolle gevangeniswezen van Engeland waar iedereen die iets van de adel stal, al was het maar een appel, meteen jaren vastzat.

De geschiedenis startte met James Cook, die er in 1770 als eerste Europeaan voet aan wal zette. Hoewel, als eerste? Robert Hughes schrijft daarover in zijn klassieker ‘The fatal shore’: “Het tijdstip om aan land te gaan was gekomen. Een jonge adelborst, Isaac Smith genaamd, stond in de voorsteven. Nog jaren later, na vele bevorderingen, zou admiraal Smith –een neef van Cook’s vrouw- trots aan iedereen vertellen hoe de grootste zeevaarder van de geschiedenis geaarzeld had alvorens uit de barkas te stappen, zijn schouder had aangeraakt en tegen hem had gezegd: ‘Isaac, jij gaat het eerst aan land. ‘ ” De locatie werd eerst Stingray harbour genoemd (vanwege de vele stingrays, roggen), maar dat veranderde snel in Botany Bay.
 

Blue Mountains

13 - 14 december 2002

Het plan is om vanuit Sydney naar Melbourne te rijden, via hoofdstad Canberra. Dan hebben we gelijk alle Australische steden gehad die de gemiddelde Nederlander kan opnoemen. Goeie vraag is dan welke van die drie de hoofdstad is, dat zal voor de meesten een gok zijn.

We hebben zo’n 1000 kilometer voor de boeg, en dat terwijl je eigenlijk alleen maar wat aanklooit in het uiterste zuidoostelijke hoekje van Australië. Je blijft je verbazen over de grootte van dit land.


Canberra

14 - 16 december 2002

Canberra is een lachende derde. Toen er een hoofdstad gekozen moest worden vochten Sydney en Melbourne, de twee reuzen in Australië, om de eer en de pegels, en ter voorkoming van problemen werd besloten de vette kluif dan maar ergens in de outback te gooien en op die plek, zo’n beetje halverwege beide rivalen, een hele nieuwe residentie te bouwen. 
 
Vanaf 1915 werd een regeringsstad geassembleerd, stukje bij beetje, gehinderd door wereldoorlogen en ‘the great depression’. Pas in de jaren vijftig bereikte Canberra iets wat op voltooiing ging lijken. Het ontwerp kwam van Amerikaanse architecten en lijkt op een soort raderwerk bestaande uit grotere en kleinere tandwielen (rotondes, pleinen) verbonden met spaken (hoofdwegen). Daartussen een hoop groen en een stuwmeer. De hond die een eeuw geleden met het bot wegliep is dus een nieuw, breed uitgemeten stadsproject dat behalve parlement en ministeries ook nog het hooggerechtshof herbergt en de nationale bibliotheek, plus tal van nationale musea. Bewoners zijn politici, ambtenaren en studenten. Daardoor is Canberra ook de rijkste stad van het land.


Uitzicht vanaf Capital Hill

Naar Melbourne

16 - 20 december 2002

Ons campertje zet koers naar Kosciuszko National Park. Dit is een nationaal park rondom de hoogste berg van Australië, Mount Kosciuszko, 2228 meter hoog. Gelegen in de Snowy Moutains, de enige plek in Australië waar wel eens dat witte spul ligt waarover schoolkinderen hier lezen in de boeken. 

Mocht je het vage gevoel hebben dat de naam niet helemaal Australisch klinkt, you’re dead right, de berg is genoemd naar een of andere Poolse vrijheidsstrijder uit de achttiende eeuw. Beetje raar misschien…maar niet raarder dan een berg in Nepal noemen naar een Engelsman, en niet naar de koning of een ontdekkingsreiziger of enige andere beroemdheid, maar naar een ambtenaar, het hoofd van de landmeterdienst, George Everest.


Great Ocean Road

20 - 25 december 2002

Het was eigenlijk Merel die ons naar Australië had gebracht. Zij, de zus van Christel, 25 jaar, was klaar met haar studie, had geen baan, woonde nog thuis op zolder en dacht kom, laat ik m’n ouders eens een hartverzakking bezorgen, ik zeg gewoon dat ik naar de andere kant van de wereld vertrek voor een jaar. In februari was ze op het vliegtuig gestapt.

Dat was op hetzelfde moment dat Christel en ik onze levens gingen delen, en het grappige feit deed zich voor dat ik Merel pas in Australië voor het eerst ontmoette. Ik kende alleen de foto’s van een steeds bruiner wordend meisje met een grote grijns. Ze werkte hier, ze werkte daar, en in december werkte ze in Melbourne en woonde in het appartement van een vriendinnetje.

Melbourne Central Station


Ayers Rock

25 - 31 december 2002

Het hart van Australië is een woestijn. Droog, kaal, bar. Onverbiddellijk.

De temperatuur loopt er op tot 50 graden, regenen doet het er zelden. Wat er leeft zijn woestijndieren: hagedis, slang, geïmporteerde kameel. En Aboriginals. Net als de dieren om hen heen zijn ze volledig aangepast aan hun leefomgeving, het land past hen, als een handschoen. Tussen de wolkenkrabbers van Sydney valt je dat nog niet zo op. Maar hier, in het hart van Australië, is het duidelijk.


Herfst 2002

Huisje in Sosoye




Parijs 2002

Juni 2002, op bezoek bij een oude schoolvriendin van Christel, Krista, die al jaren in Frankrijk woonde. 


Maart 2002

Voor het eerst een weekendje weg met Christel...naar de Ardennen natuurlijk!


Kopenhagen 2001

We schrijven het jaar 2001, de maand augustus. De precieze data weet ik niet meer. Jeroen en ik vertrokken vrijdag en kwamen maandag terug, maar over welk weekend heen die dagen elkaar de hand schudden kan ik me niet herinneren.


Schotland

Bens, glens, lochs en whisky: Schotland in een notendop. Ofwel bergen, valleien, meren en eh… nou ja, mijn land dus.
Toen ik zelf ging reizen, was dit het eerste land dat ik koos en het maakte enorme indruk op me met z'n prachtige natuur en koppige Gaelic eigenheid.
Toch ben ik er sindsdien nog maar een keer terug geweest, op de fiets met Wim. Ook een fantastisch avontuur.
Plan was om er in 2012 met Christel naartoe te gaan, maar net zoals de Romeinen destijds strandden we bij Hadrian's Wall, in het noorden van Engeland. Het weer was ons iets te...mystiek.

HIER alleen, in 1987

HIER met Wim, in 2000


Schotland 2000

Schotland, dat was het decor van onze tweede fietsreis. Vooraf zagen we een beetje op tegen het steile terrein, maar we hadden ons geen zorgen hoeven maken, we konden prima uit de wielen en hebben prachtige tochten gemaakt. Vooral de leegte en de ruimte zijn me bijgebleven. Het monster van Loch Ness hebben we gemist, evenals de famous grouse, wel hebben we springende zalmen gezien, papegaaiduikertjes en een zeehond. En héél veel midges.

Destijds

....anno 2016. Een paar keer per jaar kom ik er langs, het grote braakliggende hoekperceel aan de Utrechtseweg in Zeist dat de indruk wekt alsof er een rotte kies is getrokken in het verder goed verzorgde gebit van een laan vol statige landhuizen in gemanicuurd groen. 

Achter ijzeren bouwhekken ontvouwt zich een doorgroefd niemandsland van kuilen en bulten waar onkruid hoog opschiet – een prima plek om loopgraven te bouwen en oorlogje te spelen zoals we dat vroeger deden op zulke landjes met onduidelijke bestemming. Generaal, luitenant, soldaten, brokkelige kluiten modder als munitie, en doorgaan tot iemand vol getroffen werd en huilend vertrok.


Heen

24 – 26 juli 2000

Een warme zomerse maandagmiddag. We reden naar IJmuiden voor de avondboot van DFDS Seaways naar Newcastle. Op de radio dé zomerhit van dat jaar, ‘I Would Stay’ van Krezip.

Wachtende auto’s op de kade. Een clown liep langs de rij, grapte en grolde wat met inzittenden, bleef toen bij ons geopende raam staan en leunde tegen de auto. Hij hijgde, zweet liep over z’n schmink. Pfff, zei hij. Het was een oudere man, zagen we nu. Hij had het zwaar. ’s Avonds zouden we hem weer tegenkomen op het podium van de ‘nachtclub’, ik ben vergeten wat hij deed. Er speelde ook nog een coverbandje met een mooie zangeres die halverwege de set wegliep en niet weer terugkwam. Het had iets armoedigs allemaal, bijvoorbeeld ook het ‘casino’ dat bleek te bestaan uit een roulette op een klein tafeltje in een hoekje van de ruimte.  


Round 1: Exploring the Southern Uplands

26 – 29 juli 2000

Wie bij Schotland denkt aan grimmige bergen en ijskoude lochs heeft de noordelijke Highlands voor ogen. Het zuiden van het land bestaat uit een lieflijk landschap van zachte groene heuvels die van kust tot kust rollen. De Southern Uplands wordt het gebied genoemd.

Voor vakantiefietsers als Wim en ik prima terrein om warm te draaien. De eerste dag kwamen we niet verder dan 40 kilometer. Van Kelso naar Galashiels, toen een stukje langs de mooie Tweed en vervolgens was de dag alweer voorbij en zochten we een plek om te kamperen. We liepen via een landweggetje een heuvel op en besloten de tent op de top neer te zetten, naast een stenen muurtje. Fantastisch plaatsje! Weids uitzicht over de heuvels met hellingen vol grazende schapen en het riviertje dat met z’n bomenrijke oevers overal tussendoor kronkelde. We aten boerenkool met worst en als dessert rookten we een hasjpijpje, door Wim meegesmokkeld over zee. De zomeravond viel…en blééf vallen, zo hoog in het noorden. Windstil was het, helder, absoluut niet koud. En heerlijk rustig: het enige geluid was het blèren van de schapen dat van overal vandaan leek te komen en dat –naarmate we stoneder werden– meer en meer op onze lachspieren begon te werken – de enige spieren die nog iets deden op deze tijdloze, onvergetelijke avond.

De Tweed (van internet)


Edinburgh

29 – 31 juli 2000

Edinburgh, spreek uit ‘Edinb’row’, is een mooie, beetje merkwaardige stad. Ze bestaat uit twee delen: een Old Town uit de middeleeuwen en een lager gelegen New Town uit de negentiende eeuw, van elkaar gescheiden door een grote kloof, ooit een moeras, waar een fraai park is aangelegd, de Princes Street Gardens.


Hoog boven dat park, op een stuk vulkanische rots, Castle Rock genaamd, verheft zich het Edinburgh Castle. Een imposant bouwwerk, even ruw en hoekig als de steen waar het op staat. Hier wordt ieder jaar in augustus het beroemde Edinburgh Festival gehouden, een conglomeraat van culturele festijnen –waaronder een militaire taptoe– waar wel twee miljoen bezoekers op afkomen. Toen wij een kijkje bij het kasteel namen waren ze bezig tribunes op te bouwen.

Edinburg Castle (van internet)


Round 2: In the footsteps of St. Columba

31 juli – 5 augustus 2000

Van Edinburgh aan de oostkust staken we het land door naar Oban aan de westkust. Kleine omweg gemaakt om een blik te werpen op de Forth Rail Bridge, een ijzeren spoorbrug uit 1890, iconisch voor Schotland en vaak gebruikt op de eigen, Schotse bankbiljetten.

Forth Rail Bridge (van internet)

Oban is een klein stadje aan een baai. Haventje, zeilbootjes, hoge stenen gevels langs de waterkant, en bovenop een heuvel een zogeheten ‘folly’ ofwel een nutteloos bouwwerk uit de negentiende eeuw, in dit geval een replica van het Colosseum genaamd McCaig’s Tower. Voorbij de baai liggen de Hebriden, een eilandengroep die wel 500 eilanden telt en zich uitstrekt over honderden kilometers langs de hele westkust.


Loch Ness

5 - 7 augustus 2000

Van Oban ging de reis noordwaarts: Fort William, Fort Augustus, Inverness. Een paar honderd kilometer door de Highlands, het mooiste gebied van Schotland. Bergen en valleien, bens en glens geheten, plus de typische smalle meren –tientallen kilometers lang– die lochs worden genoemd.

Glencoe (van internet)

Round 3: The edge of civilisation

7 – 10 augustus 2000

Onze laatste mythische tocht wilden we in het hoge noorden doen. We reden daarom van Inverness naar Lairg en bleven een nachtje op de camping. ‘s Avonds aten we crofters pie in een tearoom.

Eigenlijk zouden we zelf koken, maar dat bleek onmogelijk door de aanwezigheid van Cullicoides impunctatum ofwel midges: ieniemienie mugjes die ieniemienie steken, maar in zulk zwermen tegelijk dat je er helemaal gek van wordt. Ze vormen een plaag in het drassige veengebied dat Noord-Schotland is.

Na het eten fietsten we naar de Falls of Shin, een waterval waar je zalmen kunt observeren die, onderweg naar hun geboorteplek om te paaien, proberen tegen de waterval omhoog te springen. We hebben er heel wat gezien, maar niet eentje lukte het – ondanks aanmoedigingen van de toeschouwers. Go go go go go go! Het schijnt dat één sprong een zalm enorm veel energie kost en dat hij daarna weer uren op krachten moet komen. Het was een fascinerend gezicht en we zijn tot de schemering gebleven. Hoop foto’s gemaakt ook, maar zoals ik al schreef: alle mislukt.

Falls of Shin (van internet)


Glasgow en terug

10-14 augustus 2000

Glasgow is het Rotterdam van Schotland: drukke havenstad, werkstad, arbeiders en rouwdouwers, altijd opboksend tegen de wufte superioriteit van die ándere stad, de hoofdstad. Vanaf de industriële revolutie was ze lange tijd, zowel qua inwoners als qua economie, de tweede stad van Groot-Brittannië, na het onvermijdelijke London. Haven en scheepsbouw waren de motor.

Egypte 1999

Egypte ligt als een waterscheiding in m'n reisbestaan. Daarvoor had je Europa, daarna de rest van de wereld. Het was de fabelachtige erfenis uit het rijk der farao's de piramides, Aboe Simbel, de schat van Toetanchamon– die me overhaalde uit m'n comfortzone te treden en me te wagen aan zoiets nieuws en exotisch als het Midden Oosten. De eerste helft reisde ik met een groep, daarna zette ik in m'n eentje door. Het werd een onvergetelijke ervaring.



Kortsluiting

Hoe groot is joùw wereld? Reclameleus van een aantal jaren geleden. Waarvoor, waarvan, dat weet ik niet meer,* maar die vraag is sindsdien in mijn hoofd blijven hangen en heeft me aan het denken gezet. 

Heenweg

December 1999
 
Mijn reis zou groeps zijn en georganiseerd. De eerste en laatste keer in mijn leven dat ik zoiets zou doen, met uitzondering van de bijzondere tocht naar Bhutan (HIER) in het kielzog van een gezelschap Duitse boeddhisten. 

Luxor

December 1999
 
 "Allahu akbar, ashadu an la ilaha ill Allah."
   Allah is groot, ik getuig dat er geen andere God is dan Allah.

Maar weinig in de wereld is zo betoverend als de adhan, de islamitische gebedsoproep. Ik hoorde hem die ochtend voor het eerst in mijn leven. 

Bij het krieken van de dag, rond half vijf, begon de muezzin vanuit de minaret  zijn ‘Allahu akbar’ via luidsprekers uit te strooien over alle hoeken en gaten van Esna, helemaal tot in mijn hut op de Rosetta.  Ik werd er wakker van en luisterde gefascineerd. Het klonk mysterieus, ontzagwekkend, ànders. Op slag besefte ik weer waar ik was: in een wereld die niet de mijne was.

Nijl

December 1999
 
We gingen varen. ’s Nachts stak de boot ongemerkt van wal, ’s ochtends zag ik Egypte voorbij drijven. Van Luxor, eigenlijk Esna, voeren we in twee dagen naar Aswan, zo’n 150 kilometer naar het zuiden. 

Dat is stroomópwaarts: de Nijl, samen met de Amazone de langste rivier ter wereld, stroomt van z’n twee bronnen in Ethiopië en het Victoriameer (tussen Kenia, Oeganda en Tanzania) zo’n 6500 kilometer door Soedan en Egypte om via een kolossale delta –groen, moerassig, vogelrijk– tenslotte uit te monden in de Middellandse Zee. Als men dus spreekt van Boven-Egypte bedoelt men het zuiden; het noorden, Caïro en de delta, noemt men Beneden-Egypte.




Aswan

December 1999
 
Aswan is de zuidelijkste stad van Egypte. Vroeger begon hier het Egypische rijk, en dat is eigenlijk nog steeds zo, al ligt de officiële grens –een lineaalstreep van de Engelsen uit 1899– nog zo’n tweehonderd kilometer meer naar het zuiden. 

Omringd door woestijn, hemelsbreed 700 kilometer van Caïro en dichter bij Soedan en Eritrea dan bij de Middellandse Zee, voelde Aswan voor mij als het einde van de wereld. In vroeger tijden was men naar Caïro drie tot vier weken met de boot onderweg. En al kon dat tegenwoordig een stuk sneller, zeker als je met het vliegtuig ging, toch was ik nog nooit op zo’n afgelegen plek geweest.


Aboe Simbel

December 1999
 
Helemaal aan het begin van de cruise had onze gids, Reza, een stenciltje uitgedeeld. Er stonden alle excursies op die je kon doen. Extra, niet inbegrepen in de cruise, de meerprijs was in US Dollar aangegeven

De duurste excursie, $ 150, betrof een bezoek met een vliegtuigje aan Aboe Simbel. Slechts twee mensen uit onze groep meldden zich hiervoor aan: ikzelf, en de enig andere alleenstaande man, een Nederlandse Egyptenaar die z’n land van herkomst wilde leren kennen. De rest boeide het niet of vond het te duur. Begrijpelijk misschien, maar ze beseften niet dat $ 150 een koopje is voor een ervaring die onbetaalbaar is.


Caïro

December 1999

Van Aswan voeren we terug naar Edfu. Onderweg werd er een soort bonte avond georganiseerd waarvoor iedereen duizend-en-één-nacht kleding kreeg aangereikt die kennelijk standaard aanwezig was op de boot. 


Ik trok een lang gewaad aan en zette een fez op m’n hoofd; m’n gezicht kreeg een snor met sierlijk gedraaide punten geschminkt. Kalief Arthur de Eerste. Voor al uw feesten. Er werd gelachen, gedronken, gedanst. Gids Reza deed onder luid applaus een soepele, nogal sensuele dans, en ik herinner me dat ik met jaloezie naar hem keek, naar het ogenschijnlijke gemak waarmee deze charismatische man opereerde. Een lange knappe verschijning met een diepe stem, van huis uit archeoloog, maar gids geworden omdat er –ironisch genoeg– geen droog brood te verdienen viel in de archeologische schatkamer die Egypte is. Hij was westers, ontwikkeld. Vertelde dat hij wel eens in Amsterdam was geweest en wat hij niet begreep, zei hij, was waarom je in Nederland, waar mannen en vrouwen elkaar frank en vrij konden ontmoeten, overal, altijd, waarom je dan toch nog prostituees had.




Piramides van Gizeh

December 1999
‘De mens vreest Tijd, maar Tijd vreest de piramides.’
    Arabisch spreekwoord

De piramides moeten wel het grootste wonder van de wereld zijn. In een tijd, lang geleden, dat reizigers uit de Griekse oudheid een lijstje van regionale bezienswaardigheden opstelden, de befaamde ‘zeven wereldwonderen’, waren de piramides al veruit de oudste van allemaal – en tegenwoordig zijn ze de enige die nog fier overeind staan.

Gebouwd rond 2600 voor Christus, eerder dan Stonehenge (HIER), blijken ze onverwoestbaar en houden ze niet op iedereen te imponeren, van de latere farao’s zelf tot de Grieken en de Romeinen, Napoleon (“veertig eeuwen kijken op u neer”) en de miljoenen toeristen van heden ten dage. Ze zijn een icoon geworden, symbool voor van alles en nog wat: Egypte, geschiedenis, oudheid, grootsheid, menselijk kunnen, mysterie. Want de piramides zijn ook brandpunt van een hoop raadsels en esoterie.


Piramide van Cheops, daarachter Caïro

Caïro 2

December 1999
 
Nog twee dagen bracht ik in Caïro door. Ik nam de shuttle bus naar het centrum en verkende de stad. Te voet – onderhandelen met taxichauffeurs probeerde ik zoveel mogelijk te vermijden. 

Gevolg was dat mijn voeten helemaal kapot gingen. In die dagen, jaren voor hardlopen en het Pieterpad (HIER), kon ik niet veel hebben dáár waar ik aan de aarde vastzat. Voortstrompelend keek ik af en toe naar de stadsbussen met een onbegrijpelijk cijfer op de voorkant die afgeladen vol voorbij reden. Dat je daar als toerist gebruik van kon maken leek me onbestaanbaar. Dus…lopen dan maar.


Vallei der Koningen

December 1999
 
 'Smile, you are in Luxor.'
    Borden langs de weg.

Acht dagen na de start was ik weer terug in Luxor. Te zeggen dat het leek of ik thuiskwam zou overdreven zijn, maar ik begon duidelijk gewend te raken aan Egypte
 
Ik liep restaurantjes binnen. Ik huurde een fiets. Ik maakte een zeiltochtje. Bij vlagen voelde ik me een hele mister en regelmatig kneep ik mijzelf mentaal in m’n arm en dacht dingen als ‘ongelooflijk dat ik hier ben’ of ‘dat ik dit mee mag maken’. Kortom, ondanks alle spanning kon ik steeds meer genieten.



Toetanchamon

December 1999
 
-"Kunt u iets zien?
-Ja, prachtige dingen.”
    Howard Carter, ‘The tumb of Tutankhamen’

In 1914 geloofde Theodore Davis het wel. Hij had 12 jaar gegraven in de Vallei der Koningen, ontelbaar kuub steen verplaatst en 30 tombes gevonden. Het gebied was uitgeput, zei hij. Er was niets meer. Hij pakte z’n spullen in en vertrok.

Slot

December 1999
 
Vrijdag 16 december was het geworden, half elf ’s ochtends. Op een terrasje bij de tempel van Karnak overpeinsde ik m’n reis. Over een paar uurtjes kwam de bus met Reda en de hele club me weer halen om me naar het vliegveld te brengen.

Naast me op het terrasje zat een Amerikaans stel –een meisje met rood haar, een jongen met een baardje, beetje alternatief– die onderhandelden met een verkoper over een fotorolletje. Met bewondering keek ik ernaar, zo soepel als ze dat deden. Ikzelf had grote moeite gehad te wennen aan de cultuur van onderhandelen, winkels zonder prijzen, verkopers die je dag en nacht belaagden – dit aspect van Egypte, zo duidelijk on-Europees, was mij het minst bevallen.

Tour eclipse 1999

Augustus 1999 met Wim op de fiets naar de zonsverduistering. Over weer, wind, materiaalpech en the greatest show on earth. Legendarisch, zoals iedere fietstocht.



Londen

Jeroen kwam ermee, met het idee om een stedentrip maken. Londen leek hem wel wat. Dus daar gingen we, in het eerste weekend van april 1999.

Italie 1998

September 1998

De eerste vakantie met mijn eigen auto, in 1996 naar Spanje (HIER), was overschaduwd geweest door panne. Een herkansing kwam in 1998 toen ik een nieuwe, betere auto kocht en naar Italië reed, ook deze keer weer met mijn vriendin uit die jaren, Fijtje.  

Herfst 1997

Huisje in Prelle




Spanje 1996

Augustus 1996

Autorijden? Dat leer je pas ná het halen van je rijbewijs! Aldus de wijze woorden van m’n vader die ik in de praktijk besloot te brengen toen ik - op de rijpe leeftijd van 28 – in 1996 eindelijk mijn rijbewijs haalde. Ik kocht namelijk een auto en reed meteen naar Spanje. Om te oefenen.

Euro Disneyland

 Augustus 1996

In de zomer van 1996 werkte mijn zus Natalie in Euro Disneyland en wel in een hamburgertent op een piratenschip. Dat wilden we van dichtbij zien.

Kreta

Oktober 1994

Als beloning voor haar afstuderen had mijn toenmalige vriendin Fijtje zon, zee en strand verdiend. Vond ze zelf. En dus vlogen we in oktober 1994 naar Kreta.




Ierland 1993

Met mijn toenmalige vriendin Fijtje een maandje backpacken in Ierland.


Naar Ierland

17 – 19 juli 1993

De goedkoopste manier van reizen die ik ken is op de fiets. Met dat gratis vervoermiddel ben ik half Europa door geweest. Maar dat je ook zonder fiets prima op reis kunt met een krappe beurs bewees de trip naar Ierland in 1993 met mijn toenmalige vriendin Fijtje.

Wicklow Mountains

19 – 21 juli 1993

Goed. Uitslapen, rugzak weer om en op pad. We namen de bus naar het zuiden en bezochten in Enniskerry het landgoed Powerscourt Estate.

Kilkenny

21– 23 juli 1993

Van Laragh liftten we verder naar het mooiste middeleeuwse stadje van Ierland, Kilkenny. Met de auto zou je het in anderhalf uur doen, nu kostte het 6 uurtjes. Maar behalve die tijd kostte het helemaal niets.

Kerry en Dingle

23 – 27 juli 1993

De duim ging weer omhoog. We liftten 200 km verder naar het oosten, naar Killarney, toegangspoort tot de befaamde Ring of Kerry.

Galway

27 – 31 juli 1993

De neus ging naar het noorden, richting Galway wat moeizaam verliep. We deden er twee dagen over, inclusief een overnachting ergens in een weiland.

Connemara

31 juli – 6 augustus 1993

Vanuit Galway liften we naar Clifden, een bescheiden plaatsje aan de Westkust. Een jong stel nam ons mee.

Noord-Ierland

6 – 10 augustus 1993

‘The Troubles’ werd het genoemd: de problemen. Een eufemisme voor de bloedigste burgeroorlog van Europa die 30 jaar duurde en pas in 1998 zou worden beëindigd. Plaats van handeling: de lieflijke heuvels van Noord-Ierland.

Dublin

10 – 15 augustus 1993

Ons klokje Ierland was bijna rond. We keerden terug naar Dublin, met een overnachting onderweg bij Drogheda, in een weiland langs de Boyne.

Herfst 1992

Huisje in Hamoir



Polen 1992

Met studievriend Peter met de auto naar de onderwereld van de westerse beschaving, te weten Auschwitz. Onder andere.


Vertrek

24 augustus 1992

De reis naar Polen begon op de dag dat ik mijn doctoraalscriptie inleverde. ’s Ochtends had ik nog in allerijl kopieën gemaakt en een exemplaar in de brievenbus van m’n scriptiebegeleider gestopt, zoals je dat deed in de oertijd vóór het internet. Daarna stapte ik in de auto. Wegwezen!


Bad Salzungen

24 - 26 augustus 1992  

Die eerste dag reden we naar Oost–Duitsland. Dat wil zeggen, een paar jaar daarvoor was de muur gevallen dus officieel hoorde de voormalige communistische heilstaat nu tot het nieuwe, herenigde Duitsland, maar qua look and feel was het nog steeds heel erg Oost. Hoopten wij.

Weimar en Buchenwald

26 augustus 1992

Vanuit Bad Salzungen is het anderhalf uur rijden naar Buchenwald. Het voormalige concentratiekamp ligt pal naast een van Duitslands beroemdste historische steden, een brandpunt van kunst, cultuur en beschaving: Weimar. Over die schrijnende tegenstelling straks meer.


Dresden

27 - 28 augustus 1992

Ooit gold Dresden als een van de mooiste steden van het Duitse Rijk, het ‘Florence aan de Elbe’. In de nacht van 13 op 14 februari 1945 kwam daar een einde aan met operatie Thunderclap. De geallieerden gooiden meer dan een half miljoen bommen op de ‘Altstad’ en alles lag in puin. Control, Alt, Delete.


Naar Polen

28 - 29 augustus 1992

Vandaag gingen we naar Polen, Nog dieper het licht onheilspellende gebied in achter het recent opengeknipte IJzeren Gordijn. Bij Görlitz staken we de grens over.


Auschwitz

29 augustus 1992

'Het Lager [het kamp] is het product van een met uiterste consequentie in praktijk gebrachte wereldbeschouwing; zolang die wereldbeschouwing bestaat, dreigen ons de consequenties. De geschiedenis van de vernietigingskampen behoort door ieder mens begrepen te worden als een sinister alarmsignaal."

Primo Levi, voorwoord 'Is dit een mens?'

Het is waarschijnlijk het bekendste symbool van de Holocaust: het sinistere poortgebouwtje van Auschwitz. Meer dan een miljoen gedoemde zielen gingen die poort door en kwamen niet meer terug.


Poort van Auschwitz-Birkenau


Krakau

29 - 31 augustus 1992

De dag na Auschwitz was het zondag. We bleven een dagje op een camping aan een riviertje, in Myslenice.


Praag

1 - 4 september 1992

Ook Praag kende een voormalig concentratiekamp, het zogenaamde ‘modelkamp’  Theresienstadt, maar dat was niet waar we voor kwamen. We hadden genoeg ellende gezien. Het was tijd voor kunst en cultuur nu.