Over fietsen, palen en een piramide

26 - 28 juni 2015

Paalcampings kun je eigenlijk geen campings noemen. Het zijn plekken in het bos die door Staatsbosbeheer zijn aangewezen voor kamperen. Het woord ‘paal’ verwijst naar de waterpomp die soms aanwezig is, soms niet.

Marokko

Het meest vertrouwde stukje Afrika dat we hebben. Zeker als je al twaalf jaar tussen de Marokkanen in de Utrechtse wijk Hoograven woont. In mei hebben we  tien dagen veldwerk verricht in de zogeheten 'koningssteden': Rabat, Meknès, Fès en Marrakech. We vonden het land verrassend modern en doordat vrijwel iedereen Frans spreekt en met baguettes door de straat loopt lijkt het soms een Franse provincie. Maar de oude medina's zijn weer door en door Arabisch.

Hebben wìj weer


Rabat

Welkom in Marokko. Binnen 24 uur te maken gehad met afzetterij op de markt, een opdringerige hennatatoëerder en corrupte politie. Fijn, dat reizen!

Maar enfin, voor de rest gaat alles goed.



Het is drie uurtjes vliegen naar Casablanca. Ongelooflijk hoe dichtbij Marokko, en daarmee Afrika, eigenlijk is. Op de luchthaven pikken we onze auto op. Zoals gewoonlijk krijgen we een ‘upgrade’, dat schijnt een gewoonte te zijn bij autoverhuurders:  wij rijden tenminste altijd weg met een grotere auto dan we hebben besteld. Ditmaal wordt ons een gloednieuwe Citroën C4 toebedeeld met slechts 6000 kilometer op de teller.

Fès

16 - 18 mei 2015

Een paar dagen in Fès. Het is er gruwelijk heet, meer dan 35 graden. Dat overvalt ons een beetje.

We hadden gerekend op zo’n graad of 25, dat is het gemiddelde in mei, maar kennelijk heeft de Sahara een tandje bijgezet. Gelukkig zitten we in een hotel met een zwembad. Het heet Villa Agapanthe en ligt buiten de stad, aan het eind van een landweggetje, een oase van rust, reinheid en regelmaat. Het contrast met het drukke, chaotische Fès zou niet groter kunnen zijn.


Meknès

Vanuit Fès maken we een dagtochtje naar Meknès en Volubilis. Volubilis was een grote Romeinse stad in de 2e en 3e eeuw na Christus. Het noorden van Marokko hoorde als provincie Mauretania Tingitania tot het Romeinse rijk en Volubilis was de hoofdstad.

De uitgestrekte ruïne ligt in een vlakte tussen olijfboomgaarden. Gelukkig is het vandaag bewolkt en slechts 25 graden, anders zou het er niet te harden zijn van de hitte. Bijzonder in Volubilis zijn de fraaie mozaiekvloeren die zijn gevonden. Terwijl we wat tussen de zuilen klauteren denk ik eraan hoe we, ongeveer een jaar geleden, over een zelfde soort ruïne rondliepen, maar dan in Jordanië, duizenden en duizenden kilometers naar het oosten (zie HIER). Het geeft maar aan hoe ongelooflijk groot het Romeinse rijk was!



Marrakesh

20 - 23 mei 2015

Vanuit Fès is het zo’n 500 kilometer naar Marrakesh. Dat lijkt niet veel, maar als je de N7 neemt, de binnenweg die tussen de uitlopers van het Atlas-gebergte door kruipt, dan doe je er zeker anderhalve dag over. En het helpt ook niet om ’s ochtends eerst uitgebreid in het zwembad te gaan poedelen en pas na elven te vertrekken.


Je rijdt door het centrale deel van Marokko en krijgt een goed beeld van wat er nog meer in dit land bestaat behalve toeristische medina's met smalle straatjes.




Casablanca

Zondagochtend vertrekt onze vlucht weer vroeg. Daarom rijden we de dag daarvoor al terug naar Casablanca. We hebben een hotel gekozen in een buitenwijk van de stad, bij de uitvalsweg naar het vliegveld; het blijkt een soort Bed & Breakfast, gevestigd in een schitterend ingerichte villa, Dar Diafa genaamd.

Onze kamer is een en al kussentjes, tapijtjes, doosjes, snuisterijtjes, lifjes en lafjes, totaal ongeschikt voor zo’n dondersteen als Wende (‘donderstiek’ zegt ze zelf), dus zoeken we onze toevlucht maar snel in het zwembad in de tuin waar ze geen kwaad kan doen. Zou je zeggen. Helaas bezeert ze haar voet wanneer de stenen zitting van een bank afglijdt. Gelukkig maar een schaafwond, het had veel erger kunnen zijn – maar het volstaat om haar de rest van de dag wat huilerig te maken.






Aardbeving

Op 25 april 2015 vond er een zware aardbeving plaats in Nepal. Niet verrassend, Nepal ligt op de breuklijn van twee grondplaten, de ene schuift steeds dieper door onder de andere en veroorzaakt een hoop onrust daar, vijftien kilometer onder de grond en soms dus ook erboven. Door dit proces wordt het aardoppervlak omhoog gestuwd en dat verklaart onder andere al die hoge bergen in Nepal, zoals de Mount Everest.


Volhouden

Over de weg naar marathons

maart 2015

Dit jaar is het tien jaar geleden dat ik begon met hardlopen. Op 14 november 2005 zette ik mijn eerste passen volgens een zelfbedacht schemaatje van twee minuten rennen, twee minuten wandelen en dat vijf keer achter elkaar, in totaal zo’n tweeënhalve kilometer. Een decennium later loop ik marathons.

Het heeft me geen ander mens gemaakt, maar het scheelt weinig. Hardlopen heeft mijn dagelijks bestaan totaal veranderd en zowel lijf als geest – door en door getraind inmiddels– willen niet meer zonder. Daarom, op het gevaar af in clichés te vervallen (want zijn er niet duizenden van zulke verhalen?) volgt hier een kleine hommage aan mijn hobby slash passie slash gekte die ik de reis van 42 kilometer en nog een vreselijk klein rotstukje noem.


Mexico-ho 2014

Over Mexico hoor je zelden iets positiefs. Het nieuws uit die hoek gaat over drugsbendes, mensensmokkelaars en de smerigste stad ter wereld, Mexico City. Kortom, echt iets om naar uit te zien. Maar... Mexico is een breed begrip. Letterlijk. Qua oppervlakte is Mexico het veertiende land ter wereld, drie keer zo groot als Frankrijk (om maar iets te noemen). En het hoekje dat wij hebben bezocht is ver verwijderd van al dat nieuws. Yucatan heet het. Een landpunt vol tropisch regenwoud waar ooit de Maya's heersten. Talloze ruïnes getuigen daar nog van, zoals het beroemde Chichén Itzá. Andere bezienswaardigheden zijn de prachtige waterpoelen (cenotes genaamd), oud-koloniale stadjes, witte stranden en -voor duikliefhebbers- het Meso-Amerikaanse Barrïererif, het een na grootste rif ter wereld (375 kilometer lang) dat vlak langs de kust loopt. In december hebben wij met een huurauto een mooi rondje langs dit alles gemaakt.



Maya's

28 november 2014

Een dikke twintig jaar geleden las ik een geweldig boek over archeologie, ‘Goden, graven en geleerden’ van C.W. Ceram, een Duitse bestseller uit de jaren zestig. Een hele reeks oude beschavingen kwam daarin aan bod: klassieke jongens als Babylonië, Egypte, Troje, Mycene, maar ook de Maya’s, Inca’s en Azteken.

Het was mijn eerste serieuze kennismaking met de Maya’s en het sprookjesachtige beeld van overwoekerde ruïnes vol hiëroglyfen midden in de jungle maakte grote indruk op me Neem bijvoorbeeld een passage als deze:

“De volle maan scheen op het oerwoud. Vijftienhonderd jaar nadat de Maya’s hun steden hadden verlaten en naar het noorden waren getrokken, reed de Amerikaanse ontdekker Edward Herbert Thompson, alleen in gezelschap van een Indiaanse gids, door het Nieuwe Rijk dat ze hadden opgebouwd en dat sinds de tijd der Spanjaarden eveneens te gronde was gegaan. Hij zocht Chichen Itzá, de stad die de grootste en mooiste geweest moest zijn, de machtigste en prachtigste. De mannen en hun paarden hadden vermoeiende dagreizen achter de rug; Thompson liet van uitputting het hoofd hangen, en elke struikeling van het paard bracht hem uit zijn  evenwicht. Toen riep de gids hem plotseling. Thompson schrok op, keek voor zich uit en zag een sprookjeswereld. Boven de donkere toppen verrees een steile heuvel. (…) Thompson klom de trap op. Hij zag de versiering, de rijke reliëfs. Op de bijna dertig meter hoge top aangekomen, liet hij zijn blik rondwaren. Hij telde wel een dozijn bouwwerken, verstrooid, overschaduwd, soms alleen maar te zien aan een schittering in het maanlicht. Dit was dus Chichen Itzá.”

Het boek zaaide een kiem van verlangen om deze wonderen met eigen ogen te zien, al leek zoiets me op dat moment in m’n leven nog tamelijk onmogelijk, en was Zuid-Amerika in mijn beleving net zo ver als de maan. Ik moest eerst een psychische quantum leap nemen om mijn horizon te verbreden. Dat deed ik met een reis naar EGYPTE in 1999, waarover ik nog wel eens te schrijven kom. Vanaf dat moment ben ik op veel plekken geweest die Ceram zo beeldend heeft beschreven, en elke keer pak ik zijn boek er weer bij om de magie te herbeleven.

Cancun

5 - 7 december 2014


Het is gelukt, we zijn in Cancun. Gevlogen vanaf Munchen met Condor, een Duitse prijsvechter die er een dikke elf uur uur over deed. Naar omstandigheden ging alles prima.

De ‘omstandigheden’ zijn alleen dat lange vliegreizen niet gemaakt zijn voor peuters, zelfs niet voor zo’n ervaren globetrutje als Wende. Daar helpt een kleurboekje met potloodjes van de stewardess ook weinig aan. Het hield Wende een kwartiertje bezig, maar daarna kwamen er dus nog vierenveertig kwartiertjes, met te veel klimmen en klauteren en te weinig slapen. Ja, de tijd dat je lekker onderuitgezakt vijf films achter elkaar kon kijken is voorlopig voorbij voor papa en mama...




Tulum

 7 - 10 december 2014

Na een prima nachtje zijn we aardig bijgetrokken de volgende ochtend. Mooi, de jetlag is voorbij, concluderen we. Helaas zal blijken dat we te vroeg juichen.

Niet alleen zijn we zelf de eerst paar avonden nog hondsmoe, maar erger nog (en daarmee samenhangend), Wende wordt iedere ochtend tussen half vijf en vijf wakker. En wakker bij een kind, dat is...wakker! Niet echt fijn, maar wat doe je eraan?


Enfin, het is inmiddels zondag. Terwijl Christel en Wende skypen met de opa’s en oma’s haal ik ergens bij de Zone Hotelera onze huurauto op. Het is een flink model Nissan. Rond elven ben ik terug en kunnen we  inladen en op pad.
Ons eerste doel is Tulum, zo’n 130 kilometer ten zuiden van Cancun. De weg is een streep door het regenwoud, je ziet links en rechts alleen maar bomen en struiken, heel soms onderbroken door een stadje. Druk is het zeker niet. De auto gaat op de cruisestand en zonder moeite arriveren we in Tulum. Het enige waar je voor moet opletten zijn de zogeheten ‘topes’, enorme verkeersdrempels die als betonnen burrito’s dwars over de weg liggen en je dwingen stapvoets te rijden.


  

Coba

10 december 2014

Onderweg naar Valladolid maken we een tussenstop in Coba. Hier bezoeken we een andere Maya-ruïne, ditmaal eentje die midden in het oerwoud ligt verborgen. De totale site beslaat een gebied van 50 km2, maar slechts een fractie van de gebouwen is toegankelijk.

Je kunt fietsen huren of een fietstaxi nemen, maar we besluiten te gaan lopen met Wende in de rugdrager. Hoe vaak krijg je nou de kans door het regenwoud te wandelen?







Valladolid

10 - 12 december 2014

Valladolid is een charmant klein plaatsje in het centrum van Yucatan. Het bestaat uit smalle straatjes met pastelkleurige huisjes, in een raster rondom een centraal plein met een fontein, bankjes en grappige duostoeltjes waarop je niet naast elkaar zit, maar elkaar aankijkt.





Chichén Itzá

16 december 2014

Van alle Maya-ruïnes –en er zijn er honderden– is Chichén Itzá de meest beroemde. Het is niet de oudste, niet de grootste, volgens kenners niet de mooiste, maar om een of andere reden wel  de bekendste, de hoofdact van de grote Maya-show hier in Yucatan.



Merida

18 - 21 december 2014

Onze volgende bestemming is Merida. Dit is de grootste stad van Yucatan, met ruim 800.000 inwoners. Heel Yucatan telt er 4,5 miljoen. 

Overigens, waar ik ‘Yucatan’ gebruik bedoel ik het hele schiereiland, wat eigenlijk niet helemaal correct is, want het schiereiland bestaat uit drie provincies, waarvan Yucatan de noordelijkste is. De andere twee zijn Campeche en Quintana Roo. Dit even terzijde, om te voorkomen dat ik weer bijdehante reacties van m’n broer krijg.

Merida heeft echt zo’n mooi koloniaal plein, het Plaza Grande, met palmen en laurierbomen, een fontein en een Mexicaanse vlag die dagelijks ceremoniëel wordt verwisseld.




Santa Elena

16 - 18 december 2014

Ten zuiden van Merida ligt de regio Puuc. ‘Puuc’ betekent ‘heuvels’ in de plaatselijke Maya-taal en inderdaad is dit een heuvelachtig gebied, hoewel je er niet teveel van moet voorstellen. Hoger dan 100 meter wordt het niet. 

Maar omdat de rest van Yucatan zo plat is als een tortilla vonden de Maya’s het kennelijk al heel wat. Ook in dit gebied ligt weer een trits Maya-ruïnes, waarvan Uxmal de grootste en bekendste is.

We verblijven twee nachten in Santa Elena, een gehuchtje met een roodachtige kerk, een pleintje met een speeltuintje en verder wat haveloze straatjes.

Campeche

 18 - 20 december 2014

Campeche wordt geroemd als het mooiste stadje van Yucatan. Het is een klein vestingstadje aan de Golf van Mexico. Aanvankelijk een prooi voor allerhande piraten, maar na de bouw van een enorme stadsmuur met bastions in 1663 was dat voorbij. 

Binnen die muren vind je nu straatjes met hoge stoepen en kleurrijk geschilderde huisjes waarvan de hoge deuren achter smeedijzeren hekken zijn weggeborgen. Campeche hoort tot het werelderfgoed van Unesco, en wordt dus uitstekend onderhouden. Langs zee loopt –behalve een drukke weg– de ‘malecon’, een promenade met een fiets- en wandelpad van 7 kilometer lengte. Klinkt aantrekkelijk, maar het oogt een beetje kalig en in de volle zon met de buggy erlangs lopen is geen aanrader (mocht je in de buurt zijn met een buggy). Voor de rest is het een charmant plaatsje.

Plaza de la Indepencia overdag...


Onderweg

20 december 2014

Vanuit Campeche reizen we door naar Calakmul in het uiterste zuiden van Yucatan, bijna op de grens met Guatamala. Dit is een uurtje of vijf rijden. We proberen lange ritten altijd te doen tijdens het middagslaapje van Wende, dat lukt over het algemeen heel aardig, maar nu blijft er nog flink wat autotijd over en dus gaat de dvd-speler aan, waar Wende trouwens geen nee tegen zegt.

Haar favoriet tijdens deze vakantie is ‘Nijntje op vakantie’, een theatershow van Ivo de Wijs, met onder andere deze meezinger:
   
    Kindje, kun je met tenen bij je neus?
    Tenen bij je neus
    Tenen bij je neus
    Kindje, kun je met je tenen bij je neus?
    Met je tenen bij je neu-heus.

Wij hebben hiervan gemaakt ‘Kindje, kun je met je vingers in je neus?’ want Wende zit de godganse dag aan haar neus te pulken. Nou ja, als ze zich maar vermaakt daar op de achterbank tussen alle tassen en lege snoeppapiertjes.


Calakmul

20 - 22 december 2014

Calakmul is een uitgestrekt bioreservaat met in het midden de ruïnes van wat wellicht de grootste Maya-stad van allemaal is geweest. Vanaf de hoofdweg volg je nog 60 kilometer een smalle weg door het regenwoud. Vanwege de geïsoleerdheid duurde het tot 1931 voordat een Amerikaanse botanist de site ontdekte.

Een wonder eigenlijk dat die oude Maya’s het wisten te vinden... De naam ‘Calakmul’ werd bedacht door die botanist en betekent ‘twee naast elkaar liggende heuvels’, een verwijzing naar de twee reuzenpyramides die er staan.



Feliz navidad!

Kerst wordt dit jaar aan zee gevierd, in Mahahual. Feliz navidad!

Mahahual

22 - 26 december 2014

Voor onze laatste week hadden we strand, zee en palmen in gedachten en daarvoor rijden we terug naar de oostkust, naar een klein vissersplaatsje, Mahahual, dat zich heeft verstopt achter eindeloze mangrovebossen maar desondanks is gevonden door het toerisme dat gluiperig vanaf de andere kant kwam, vanuit zee, zoals ooit de conquistadores. Ik bedoel dan de cruiseboot-industrie. Joekels van schepen varen af en aan langs deze kust en speciaal voor deze pleziertankers is bij Mahahual een grote pier aangelegd met bijhorend amusementsdorp vol winkeltjes, barretjes en zwemmen met dolfijnen.

Halte ‘Costa Maya’, zoals het officieel in de dienstregeling heet, ligt één kilometer ten noorden van Mahahual. Wij zitten vijf kilometer ten zuiden van Mahahual. Een wereld van verschil.




Mahahual (slot)

22 - 29 december 2014

De laatste twee dagen nog gedoken met Catherine, een Canadese die zich onder de naam Gypsea in Mahahual heeft gevestigd. Een bijzondere vrouw, lang en slank als een Canadese den, vrolijk, sociaal en met energie voor tien. Ze opereert vanuit een klein houten hutje, boordevol duikuitrusting, in een steegje achter de boulevard.

Heel kleinschalig, niks PADI Five Star met allerlei regels en gedoe. Ons bevalt dat wel. Maar ze heeft wel een eigen bootje en een betrouwbare kapitein, en dat is bijzonder, want kapiteinen schijnen veel te drinken hier, ook overdag, en je wilt niet meemaken dat je schipper net z’n roes ligt uit te slapen terwijl jij met een lege tank boven water komt, ergens een kilometer uit de kust. ‘It’s diving’, zegt Catherine, ‘it’s not that we’re making taco’s.’





Oktober 2014

Huisje in Dochamps. Voor de zevende keer met de familie naar de Ardennen. De aanleiding is altijd hetzelfde: de trouwdag van m'n ouders.

Inmiddels zijn ze 47 jaar getrouwd, is het gezelschap uitgegroeid tot 16 personen waaronder 7 kleinkinderen en klaagt iedereen dat het activiteitenprogramma zo vol is geworden. Wat wel een beetje waar is. Laatste activiteit van de week, het geheimzinnige 'Project X', behelsde een verrassingsdiner voor twee in een Xclusief restaurant in Durbuy, ons kado voor m'n ouders. De rest ging een frietje eten.


De aanleiding

Kronenburger See

12-15 september 2014

Een weekendje naar Duitsland, om de roze-strippenkaart-verjaardag van Christel's moeder te vieren. Hadden een schitterend huisje in de Eifel, naast de Kronenburger See. Dat is een meer hè, in Duitsland... 

Toevallig was ik er eerder geweest tijdens een fietstocht, zie HIER. Hebben een wildpark bezocht met lama's, apen en een vogelshow en verder kon Wende lekker springen en spelen met neef Ruben.


Gent

16-17 augustus 2014

Ons eerste uitstapje samen, ooit, ging naar België. Hoe toepasselijk om voor ons koperen jubileum –ja zo heet dat als je 12,5 jaar samen bent– weer België op te zoeken. Papa Arthur heeft echter voor een verrassing gezorgd. 


Hij heeft stiekem geregeld dat Wende bij opa en oma kan logeren en neemt mama Christel met onbekende bestemming mee naar het zuiden. Pas bij de grens kreeg ze de bestemming te horen: Gent. Al jaren slechts een plaatsnaambord op de route naar Parijs, nu plotsklaps gepromoveerd tot decor van een romantisch entre-deux. 

Ook het hotel is een surprise. Ditmaal eens geen budgetgebeuren, maar het mooiste logement van de stad geboekt, met een naam waarin zowel het woord ‘Reylof’ voorkomt als het woord ‘Grand’, nou dan weet je het wel. Chique boel, en niet goedkoop. Gevestigd in het achttiende-eeuwse herenhuis van baron Olivier Reylof en volgens de website ingericht in ‘prestigieuze empirestijl’. Christel wilde er al voorbij lopen: ‘Dit zal het wel niet zijn.’




Jouanique 2014

25 juli - 2 augustus 2014

Sinds mijn oude studievriend Peter een huis in Frankrijk heeft gekocht proberen we iedere zomer een paar dagen op bezoek te gaan. De vorige keren zijn we samen met Jeroen (een andere studievriend) en Josje geweest, maar die lieten dit jaar verstek gaan vanwege hun baby Meike van vijf maanden.

Wereldwonderen

Als rechtgeaarde man ben ik natuurlijk dol op lijstjes. Bijvoorbeeld van wereldwonderen. Van oudsher spreekt men over de ‘zeven wereldwonderen’, omdat die term gemunt is door de oude Grieken en voor hen was zeven een heilig getal.


Jordanië 2014

Eh…Jordanië!?! Met een klein kind? Kan dat, mag dat, moet dat? Tja, volgens de boekjes zou het een stabiel, ontwikkeld land zijn dat erg z’n best doet een populaire toeristenbestemming te worden, dus we waagden het erop. En gelukkig maar. Jordanië bleek een heerlijk land, waar het prima rondtoeren was. Natuurlijk bezochten we wereldwonder Petra, de mysterieuze stad in de rotsen. Maar ook Romeinse ruïnes, kerken en de Dode Zee. Die laatste niet te verwarren met de Rode Zee, waar alles springlevend is zoals we hebben kunnen vaststellen na een afsluitend weekje strand en duik.


Aqaba

Hoera, we zijn in Aqaba. Vanaf vliegveld Zaventem in Brussel gevlogen met Thomas Cook Airlines. Het vliegtuig was half leeg, zodat we met z’n drietjes twee rijen stoelen tot onze beschikking hadden en languit konden.

Helaas ontdekten we dat pas halverwege de vlucht, zodat we de eerste twee uur wèl opgepropt op elkaar zaten met een hyperactieve peuter die maar moeizaam in slaap viel. Maargoed, al bij al dus niet te klagen.


Wadi Musa

Prima nachtje gehad. Airco hield de kamer redelijk op temperatuur en Wende gaf geen kik...ander land, ander klimaat, kamelen, mannen in jurken, ze is niet gauw van slag hoor, ons kleine globetrutje.

Vandaag wordt de auto gebracht. Het blijkt een donkere Nissan Sunny, prima wagen, groot zat voor al die zooi van ons. Terwijl ik dat afhandel zit Christel met Wende te ontbijten in het café van Achmed, een jonge Egyptenaar met wie Wende de avond daarvoor al vriendschap had gesloten. Ze leert zelfs zijn naam zeggen: Achmed bye bye. Reuze handig, want half Jordanië heet Achmed, alleen al onderweg naar het hotel komen we Achmed de drogist en Achmed de bananenverkoper tegen zodat het lijkt alsof Wende iedereen persoonlijk groet. De rest heet waarschijnlijk Mohammed, die naam leert Wende ook nog wel.

Desert highway


Petra

De eerste keer dat ik Petra zag was in een speelfilm, Indiana Jones van Steven Spielberg. Daarin kwamen ‘Indy’ en zijn vader, op zoek naar de heilige graal, uit bij een verborgen tempel in de rotsen. Het bouwwerk zag er zo fantastisch uit, zo onwerkelijk, dat ik automatisch aannam dat het een decor uit Hollywood betrof.

Pas jaren later ontdekte ik dat de tempel echt bestond en in Jordanië was te vinden. Sindsdien stond Petra op ons reis to-do lijstje. Twee jaar geleden, toen we met mijn familie in Egypte waren, zouden we er met een dagtocht naartoe, maar dat ging niet door. Maar nu is het dus gelukt.


Madaba

Van Wadi Musa rijden we noordwaarts naar Madaba. Onderweg maken we een tussenstop in Karak, waar een enorm kasteel staat uit de kruisvaarderstijd. Per ongeluk rijden we het pleintje voor het kasteel op dat alleen bestemd is voor taxi’s en bussen.

Een paar mannen gebaren dat we terug moeten, en terwijl we achteruit manoevreren gidsen ze ons behulpzaam naar het enige lege plekje in de omgeving...toevallig voor hun restaurant. Gelukkig is het net lunchtijd en ligt Wende te slapen. Dus gaan we maar lekker lunchen. Brood, humus, kebab. Want voor een vegetariër heeft Jordanië weinig te bieden.


Onderweg

Na een hoop avonturen, een dode zee en heel veel knuffels en cadeautjes voor Wende zijn we in Umm Qais gekomen. Dit is het noordelijkste puntje van Jordanië, op de grens met Israël en Syrië. Helaas weinig tijd gehad om bij te schrijven, daarom alleen even wat foto's.

Pff...je zal er maar vier van hebben!

Umm Qais

Er komt een moment in je leven dat je beseft dat Jordanië is vernoemd naar de Jordaan, en dan bedoel ik niet een bepaalde volkswijk in Amsterdam maar de rivier de Jordaan. Ik realiseerde me dat een paar maanden geleden pas.

De Jordaanvallei is het vruchtbaarste deel van het land, hier komt alle groente en fruit vandaan en dan blijft er zelfs nog wat over voor exportDe vallei staat vol met kassen, niet van glas maar van plastic dat over ijzeren bogen is gespannen. Binnen zal het niet te harden zijn, want buiten is het al zo gruwelijk heet.

Kassen in de Jordaanvallei

Jerash

Vanuit Murshed een dagtochtje gemaakt naar Jerash. Anderhalf uur rijden als je het goed doet, twee uur zoals wij het deden.

Gerasa, zoals de Romeinen het noemden, is de best bewaarde Romeinse ruïne ten oosten van Rome. Een uitgestrekt complex van straten, een groot ovaal plein, theaters, tempels, poorten en een hippodrome. Het ligt te blakeren in de zon, vandaar dat we Wende –die ligt te slapen- maar even parkeren in de schaduw van een zuil en om de beurt op verkenning gaan. Terwijl ik eerst ga maakt Christel een vriendelijk praatje met een ansichtkaartenverkoper. Vervolgens zit ze een uurtje of wat aan die jongen vast die haar ook wil rondleiden. Maar ze houdt er wel een gratis cd met 400 foto’s van Jordanië aan over.





Aqaba 2

Na een week keren we terug naar ons startpunt, Aqaba. Dat betekent een autorit van 400 kilometer, van het uiterste noorden naar het uiterste zuiden van Jordanië. Weer door de Jordaanvallei, helemaal langs de Dode Zee en de laatste twee uur door een woestijngebied waar we welgeteld 1 dorp passeren  en 2 benzinepompen, waar zandwolken over de weg stuiven en overstekende kamelen een gevaar zijn volgens de borden.

We passeren Aqaba en rijden dan nog zo’n tien kilometer verder naar het zuiden, naar South Beach waar de stranden zijn en een handvol hotelletjes. Verder kan haast niet: nog een paar kilometer en je bent in Saoedi-Arabië.



Haai!

Dit kwamen we tegen onder water. Het is een walvishaai, de grootste haai die er is. Imposant, maar planktoneter en ongevaarlijk.

Gefilmd door een Fransman die mee was met onze groep.


Aqaba slot

Maar zoals de zelfmoordterrorist zei toen hij de bus instapte: aan alles komt een eind!

Op vrijdagavond vliegen we terug, dus ’s ochtends pakken we het boeltje weer in, nemen afscheid van onze mannen uit Bangladesh en bestellen een taxi naar Aqaba, waar we neerstrijken op het terras van After8, de lunchroom annex ijssalon waar Wende’s grote vriend Ahmed werkt. Regelmatig had ze gezegd: Ahmed nou? Ahmed soeken! En nu heeft ze hem weer gevonden! Prompt krijgt ze een paar mini-ijsjes van hem die er grif ingaan.


Parijs

13-15 maart 2014

Ach ja, Parijs… De absolute koploper wat stedentrips betreft. En dat tel ik dat ene bezoekje met de camper niet eens mee, toen we, komend vanuit Bretagne en kennelijk nog wat landerig sturend, een verkeerde afslag namen en vanuit een tunnel ineens frontaal inreden op de Arc de Triomf...

Griekenland 2013

Onze eerste vakantie met Wende ging naar Griekenland. Te midden van al die ruïnes daar kan ze weinig kapot maken, dachten we zo. Overigens, de grootste puinhoop van Griekenland is tegenwoordig de economie, maar daar hebben we weinig van gemerkt. 

We hebben heel wat steenhopen bezocht: Olympia, Delphi, Korinthe…klinkende namen uit de klassieke oudheid en getuigen van de grootse geschiedenis van het land. Want Griekenland is natuurlijk de bakermat van de Westerse cultuur en heeft ons van alles geschonken, van filosofie tot Olympische Spelen, van democratie tot moeilijke woorden als gymnasium en dysenterie

Afsluitend zijn we een weekje naar Kreta geweest waar we hebben gedoken en, vooruit, één laatste ruïne hebben bezocht, het illustere Knossos. Om het af te leren.


 


 


Athene

12 – 16 september 2013

Athene… Bakermat van de Westerse beschaving en een prima plek, zo leek ons, om de educatie van Wende te starten, ze was tenslotte al één jaar geworden en je bent nooit te jong voor die oude Grieken.

We vlogen op donderdag met Transavia naar Eleftherios Venizélos Airport en namen de metro naar de wijk Kolonaki, een wat sjiekere buurt aan de voet van de Lykavitos-heuvel waar veel ambassades zitten plus het Hilton-hotel, stralend verlicht en makkelijk te vinden...en bij het Hilton sloegen we rechtsaf en liepen door twee duistere straatjes naar óns hotel, Lions Apartments, waar we rond half elf ’s avonds eindelijk arriveerden. We hadden hier een klein appartementje geboekt, met eigen keuken en aparte slaapkamer en woonkamer, zodat wij ook nog een leven hadden als Wende sliep. Niet dat we die eerste avond nog veel leven over hadden, want we waren een beetje sufgereisd met Wende.



Mycene

 16-17 september 2013

Maandagochtend. Het kost dik anderhalf uur om aangekleed en ingepakt weer beneden bij de receptie te staan. Twee rugzakken, rolkoffertje, rugzakje, luiertas, volgepakte rugdrager, buggy.

Plus nog een dreumes, niet te vergeten. En nog een spoor van Bambix Meergranen Pap dat keurig vanaf ons appartement via het liftje vier verdiepingen omlaag naar de receptie loopt. Zakje gescheurd.



Al die zooi –behalve de pap– moet weer twee straten door naar de metro en vandaar terug naar het vliegveld, want we kunnen onze huurauto op het vliegveld ophalen. Dat leek ons handig, dan hoefden we niet meteen in het drukke Athene te rijden...niet wetende dat we aan het eind van de middag, na een verkeerde afslag, alsnog in Athene terecht zouden komen, in de avondspits nog wel. Vooraf hadden we enige zorg of alle bagage wel in het huurautootje zou passen, maar we hebben geluk, ons wordt een stevig formaat Chevrolet toegewezen, type Cruze, en we krijgen alles moeiteloos in de achterbak. Het is twaalf uur geworden. Daar gaat-ie dan.

Nauplion

17 - 24 september 2013

Ons weekje in Agios Adrianos zit er weer op. Al met al een prima plekje. Klein huisje, maar precies goed voor ons familietje en met temperaturen boven dertig graden leef je toch vooral buiten en in het zwembad.

Fijn waren vooral de privacy en de rust. Aan de rand van het dorp, geen buren, omringd door velden met sinaasappelbomen. Auto’s hoorde je nauwelijks, in plaats daarvan gemekker van schapen en geblaf van honden en ’s avonds natuurlijk de onvermijdelijke cicaden. Met tuinstoelen hadden we het zwembadje afgeschermd zodat Wende veilig kon rondscharrelen op het terras. Spelen met het tasje van opa en oma, schuiven met de stoelen, poezen aaien en dingen in haar mond stoppen die daar niet horen (een nieuwe fase helaas). Een paar dagen zag ze er wat gehavend uit, want de eerste nacht hadden muggen haar te grazen genomen en haar gezicht zat onder de bultjes, die langzaam indroogden en kleiner werden. Maar ze leek er geen last van te hebben.



Yassas! De zee!

Het strand van Tolo. Wende gaat pootje baden, voor het eerst in haar leven. Yassas!





Olympia

24 - 25 september 2013

Behalve democratie, filosofie, creatief boekhouden en vage ovenschotels met aubergine heeft Griekenland de wereld nóg een unieke uitvinding geschonken: de Olympische Spelen. Ze waren niet alleen slim, die oude Grieken, ze waren ook nog eens sportief.

Ontstaan zo rond de zevende eeuw voor Christus, bij het heiligdom van Zeus in Olympia, en onafgebroken gehouden tot de vierde eeuw na Christus, bijna 1100 jaar lang dus, totdat een Romeinse keizer die pas christelijk was geworden ze verbood, dat heidense gedoe! (Waar zouden we toch zijn zonder de kerk, zucht.) Pas eind negentiende eeuw werden de Spelen weer opgepikt door Pierre de Coubertin en de rest is geschiedenis. Of eigenlijk: moderne tijd.

Het bereiken van Olympia is een sport op zich. Als je tenminste de pittoreske route dwars door de Peloponnesos neemt. Eindeloze bergweggetjes, de een nog smaller dan de ander, een paar uur draaien en keren. Maar de wegen op zich zijn prima en het is niet druk, zodat het prima vakantierijden is, met mooie uitzichten op steile kloven en beboste heuvels. Het land oogt ruig en verlaten. Af en toe een dorpje –wat rode daken rond een byzantijns kerkje– dat als een berggeit tegen de helling hangt. Pas in de buurt van Olympia wordt het land weer vlakker.

Onderweg