Paalcampings kun je eigenlijk geen campings noemen. Het zijn plekken in het bos die door Staatsbosbeheer zijn aangewezen voor kamperen. Het woord ‘paal’ verwijst naar de waterpomp die soms aanwezig is, soms niet.
Over fietsen, palen en een piramide
Paalcampings kun je eigenlijk geen campings noemen. Het zijn plekken in het bos die door Staatsbosbeheer zijn aangewezen voor kamperen. Het woord ‘paal’ verwijst naar de waterpomp die soms aanwezig is, soms niet.
Marokko
Rabat
Maar enfin, voor de rest gaat alles goed.
Fès
16 - 18 mei 2015
Een paar dagen in Fès. Het is er gruwelijk heet, meer dan 35
graden. Dat overvalt ons een beetje.
We hadden gerekend op zo’n graad of 25,
dat is het gemiddelde in mei, maar kennelijk heeft de Sahara een tandje
bijgezet. Gelukkig zitten we in een hotel met een zwembad. Het heet Villa
Agapanthe en ligt buiten de stad, aan het eind van een landweggetje, een oase
van rust, reinheid en regelmaat. Het contrast met het drukke, chaotische Fès zou
niet groter kunnen zijn.
Meknès
De uitgestrekte ruïne ligt in een vlakte tussen olijfboomgaarden. Gelukkig is het vandaag bewolkt en slechts 25 graden, anders zou het er niet te harden zijn van de hitte. Bijzonder in Volubilis zijn de fraaie mozaiekvloeren die zijn gevonden. Terwijl we wat tussen de zuilen klauteren denk ik eraan hoe we, ongeveer een jaar geleden, over een zelfde soort ruïne rondliepen, maar dan in Jordanië, duizenden en duizenden kilometers naar het oosten (zie HIER). Het geeft maar aan hoe ongelooflijk groot het Romeinse rijk was!
Marrakesh
20 - 23 mei 2015
Vanuit Fès is het zo’n 500 kilometer naar Marrakesh. Dat lijkt niet veel, maar als je de N7 neemt, de binnenweg die tussen de uitlopers van het Atlas-gebergte door kruipt, dan doe je er zeker anderhalve dag over. En het helpt ook niet om ’s ochtends eerst uitgebreid in het zwembad te gaan poedelen en pas na elven te vertrekken.
Je rijdt door het centrale deel van Marokko en krijgt een goed beeld van wat er nog meer in dit land bestaat behalve toeristische medina's met smalle straatjes.
Casablanca
Onze kamer is een en al kussentjes, tapijtjes, doosjes, snuisterijtjes, lifjes en lafjes, totaal ongeschikt voor zo’n dondersteen als Wende (‘donderstiek’ zegt ze zelf), dus zoeken we onze toevlucht maar snel in het zwembad in de tuin waar ze geen kwaad kan doen. Zou je zeggen. Helaas bezeert ze haar voet wanneer de stenen zitting van een bank afglijdt. Gelukkig maar een schaafwond, het had veel erger kunnen zijn – maar het volstaat om haar de rest van de dag wat huilerig te maken.
Aardbeving
Volhouden
maart 2015
Het heeft me geen ander mens gemaakt, maar het scheelt weinig. Hardlopen heeft mijn dagelijks bestaan totaal veranderd en zowel lijf als geest – door en door getraind inmiddels– willen niet meer zonder. Daarom, op het gevaar af in clichés te vervallen (want zijn er niet duizenden van zulke verhalen?) volgt hier een kleine hommage aan mijn hobby slash passie slash gekte die ik de reis van 42 kilometer en nog een vreselijk klein rotstukje noem.
Mexico-ho 2014
Maya's
Een dikke twintig jaar geleden las ik een geweldig boek over archeologie, ‘Goden, graven en geleerden’ van C.W. Ceram, een Duitse bestseller uit de jaren zestig. Een hele reeks oude beschavingen kwam daarin aan bod: klassieke jongens als Babylonië, Egypte, Troje, Mycene, maar ook de Maya’s, Inca’s en Azteken.
Het was mijn eerste serieuze kennismaking met de Maya’s en het sprookjesachtige beeld van overwoekerde ruïnes vol hiëroglyfen midden in de jungle maakte grote indruk op me. Neem bijvoorbeeld een passage als deze:
Cancun
Het is gelukt, we zijn in Cancun. Gevlogen vanaf Munchen met Condor, een Duitse prijsvechter die er een dikke elf uur uur over deed. Naar omstandigheden ging alles prima.
De ‘omstandigheden’ zijn alleen dat lange vliegreizen niet gemaakt zijn voor peuters, zelfs niet voor zo’n ervaren globetrutje als Wende. Daar helpt een kleurboekje met potloodjes van de stewardess ook weinig aan. Het hield Wende een kwartiertje bezig, maar daarna kwamen er dus nog vierenveertig kwartiertjes, met te veel klimmen en klauteren en te weinig slapen. Ja, de tijd dat je lekker onderuitgezakt vijf films achter elkaar kon kijken is voorlopig voorbij voor papa en mama...
Tulum
Na een prima nachtje zijn we aardig bijgetrokken de volgende ochtend. Mooi, de jetlag is voorbij, concluderen we. Helaas zal blijken dat we te vroeg juichen.
Niet alleen zijn we zelf de eerst paar avonden nog hondsmoe, maar erger nog (en daarmee samenhangend), Wende wordt iedere ochtend tussen half vijf en vijf wakker. En wakker bij een kind, dat is...wakker! Niet echt fijn, maar wat doe je eraan?
Coba
Onderweg naar Valladolid maken we een tussenstop in Coba. Hier bezoeken we een andere Maya-ruïne, ditmaal eentje die midden in het oerwoud ligt verborgen. De totale site beslaat een gebied van 50 km2, maar slechts een fractie van de gebouwen is toegankelijk.
Je kunt fietsen huren of een fietstaxi nemen, maar we besluiten te gaan lopen met Wende in de rugdrager. Hoe vaak krijg je nou de kans door het regenwoud te wandelen?
Valladolid
Valladolid is een charmant klein plaatsje in het centrum van Yucatan. Het bestaat uit smalle straatjes met pastelkleurige huisjes, in een raster rondom een centraal plein met een fontein, bankjes en grappige duostoeltjes waarop je niet naast elkaar zit, maar elkaar aankijkt.
Chichén Itzá
Van alle Maya-ruïnes –en er zijn er honderden– is Chichén Itzá de meest beroemde. Het is niet de oudste, niet de grootste, volgens kenners niet de mooiste, maar om een of andere reden wel de bekendste, de hoofdact van de grote Maya-show hier in Yucatan.
Merida
Onze volgende bestemming is Merida. Dit is de grootste stad van Yucatan, met ruim 800.000 inwoners. Heel Yucatan telt er 4,5 miljoen.
Overigens, waar ik ‘Yucatan’ gebruik bedoel ik het hele schiereiland, wat eigenlijk niet helemaal correct is, want het schiereiland bestaat uit drie provincies, waarvan Yucatan de noordelijkste is. De andere twee zijn Campeche en Quintana Roo. Dit even terzijde, om te voorkomen dat ik weer bijdehante reacties van m’n broer krijg.
Merida heeft echt zo’n mooi koloniaal plein, het Plaza Grande, met palmen en laurierbomen, een fontein en een Mexicaanse vlag die dagelijks ceremoniëel wordt verwisseld.
Santa Elena
Ten zuiden van Merida ligt de regio Puuc. ‘Puuc’ betekent ‘heuvels’ in de plaatselijke Maya-taal en inderdaad is dit een heuvelachtig gebied, hoewel je er niet teveel van moet voorstellen. Hoger dan 100 meter wordt het niet.
Maar omdat de rest van Yucatan zo plat is als een tortilla vonden de Maya’s het kennelijk al heel wat. Ook in dit gebied ligt weer een trits Maya-ruïnes, waarvan Uxmal de grootste en bekendste is.
Campeche
Campeche wordt geroemd als het mooiste stadje van Yucatan. Het is een klein vestingstadje aan de Golf van Mexico. Aanvankelijk een prooi voor allerhande piraten, maar na de bouw van een enorme stadsmuur met bastions in 1663 was dat voorbij.
Binnen die muren vind je nu straatjes met hoge stoepen en kleurrijk geschilderde huisjes waarvan de hoge deuren achter smeedijzeren hekken zijn weggeborgen. Campeche hoort tot het werelderfgoed van Unesco, en wordt dus uitstekend onderhouden. Langs zee loopt –behalve een drukke weg– de ‘malecon’, een promenade met een fiets- en wandelpad van 7 kilometer lengte. Klinkt aantrekkelijk, maar het oogt een beetje kalig en in de volle zon met de buggy erlangs lopen is geen aanrader (mocht je in de buurt zijn met een buggy). Voor de rest is het een charmant plaatsje.
| Plaza de la Indepencia overdag... |
Onderweg
Vanuit Campeche reizen we door naar Calakmul in het uiterste zuiden van Yucatan, bijna op de grens met Guatamala. Dit is een uurtje of vijf rijden. We proberen lange ritten altijd te doen tijdens het middagslaapje van Wende, dat lukt over het algemeen heel aardig, maar nu blijft er nog flink wat autotijd over en dus gaat de dvd-speler aan, waar Wende trouwens geen nee tegen zegt.
Haar favoriet tijdens deze vakantie is ‘Nijntje op vakantie’, een theatershow van Ivo de Wijs, met onder andere deze meezinger:
Kindje, kun je met tenen bij je neus?
Tenen bij je neus
Tenen bij je neus
Kindje, kun je met je tenen bij je neus?
Met je tenen bij je neu-heus.
Calakmul
Calakmul is een uitgestrekt bioreservaat met in het midden de ruïnes van wat wellicht de grootste Maya-stad van allemaal is geweest. Vanaf de hoofdweg volg je nog 60 kilometer een smalle weg door het regenwoud. Vanwege de geïsoleerdheid duurde het tot 1931 voordat een Amerikaanse botanist de site ontdekte.
Een wonder eigenlijk dat die oude Maya’s het wisten te vinden... De naam ‘Calakmul’ werd bedacht door die botanist en betekent ‘twee naast elkaar liggende heuvels’, een verwijzing naar de twee reuzenpyramides die er staan.
Mahahual
Voor onze laatste week hadden we strand, zee en palmen in gedachten en daarvoor rijden we terug naar de oostkust, naar een klein vissersplaatsje, Mahahual, dat zich heeft verstopt achter eindeloze mangrovebossen maar desondanks is gevonden door het toerisme dat gluiperig vanaf de andere kant kwam, vanuit zee, zoals ooit de conquistadores. Ik bedoel dan de cruiseboot-industrie. Joekels van schepen varen af en aan langs deze kust en speciaal voor deze pleziertankers is bij Mahahual een grote pier aangelegd met bijhorend amusementsdorp vol winkeltjes, barretjes en zwemmen met dolfijnen.
Halte ‘Costa Maya’, zoals het officieel in de dienstregeling heet, ligt één kilometer ten noorden van Mahahual. Wij zitten vijf kilometer ten zuiden van Mahahual. Een wereld van verschil.
Mahahual (slot)
De laatste twee dagen nog gedoken met Catherine, een Canadese die zich onder de naam Gypsea in Mahahual heeft gevestigd. Een bijzondere vrouw, lang en slank als een Canadese den, vrolijk, sociaal en met energie voor tien. Ze opereert vanuit een klein houten hutje, boordevol duikuitrusting, in een steegje achter de boulevard.
Heel kleinschalig, niks PADI Five Star met allerlei regels en gedoe. Ons bevalt dat wel. Maar ze heeft wel een eigen bootje en een betrouwbare kapitein, en dat is bijzonder, want kapiteinen schijnen veel te drinken hier, ook overdag, en je wilt niet meemaken dat je schipper net z’n roes ligt uit te slapen terwijl jij met een lege tank boven water komt, ergens een kilometer uit de kust. ‘It’s diving’, zegt Catherine, ‘it’s not that we’re making taco’s.’
Oktober 2014
Inmiddels zijn ze 47 jaar getrouwd, is het gezelschap uitgegroeid tot 16 personen waaronder 7 kleinkinderen en klaagt iedereen dat het activiteitenprogramma zo vol is geworden. Wat wel een beetje waar is. Laatste activiteit van de week, het geheimzinnige 'Project X', behelsde een verrassingsdiner voor twee in een Xclusief restaurant in Durbuy, ons kado voor m'n ouders. De rest ging een frietje eten.
| De aanleiding |
Kronenburger See
12-15 september 2014
Een weekendje naar Duitsland, om de roze-strippenkaart-verjaardag van Christel's moeder te vieren. Hadden een schitterend huisje in de Eifel, naast de Kronenburger See. Dat is een meer hè, in Duitsland...
Toevallig was ik er eerder geweest tijdens een fietstocht, zie HIER. Hebben een wildpark bezocht met lama's, apen en een vogelshow en verder kon Wende lekker springen en spelen met neef Ruben.
Gent
Ons eerste uitstapje samen, ooit, ging naar België. Hoe toepasselijk om voor ons koperen jubileum –ja zo heet dat als je 12,5 jaar samen bent– weer België op te zoeken. Papa Arthur heeft echter voor een verrassing gezorgd.
Hij heeft stiekem geregeld dat Wende bij opa en oma kan logeren en neemt mama Christel met onbekende bestemming mee naar het zuiden. Pas bij de grens kreeg ze de bestemming te horen: Gent. Al jaren slechts een plaatsnaambord op de route naar Parijs, nu plotsklaps gepromoveerd tot decor van een romantisch entre-deux.
Jouanique 2014
Sinds mijn oude studievriend Peter een huis in Frankrijk heeft gekocht proberen we iedere zomer een paar dagen op bezoek te gaan. De vorige keren zijn we samen met Jeroen (een andere studievriend) en Josje geweest, maar die lieten dit jaar verstek gaan vanwege hun baby Meike van vijf maanden.
Wereldwonderen
Jordanië 2014
Aqaba
Helaas ontdekten we dat pas halverwege de vlucht, zodat we de eerste twee uur wèl opgepropt op elkaar zaten met een hyperactieve peuter die maar moeizaam in slaap viel. Maargoed, al bij al dus niet te klagen.
Wadi Musa
Vandaag wordt de auto gebracht. Het blijkt een donkere Nissan Sunny, prima wagen, groot zat voor al die zooi van ons. Terwijl ik dat afhandel zit Christel met Wende te ontbijten in het café van Achmed, een jonge Egyptenaar met wie Wende de avond daarvoor al vriendschap had gesloten. Ze leert zelfs zijn naam zeggen: Achmed bye bye. Reuze handig, want half Jordanië heet Achmed, alleen al onderweg naar het hotel komen we Achmed de drogist en Achmed de bananenverkoper tegen zodat het lijkt alsof Wende iedereen persoonlijk groet. De rest heet waarschijnlijk Mohammed, die naam leert Wende ook nog wel.
| Desert highway |
Petra
Madaba
Een paar mannen gebaren dat we terug moeten, en terwijl we achteruit manoevreren gidsen ze ons behulpzaam naar het enige lege plekje in de omgeving...toevallig voor hun restaurant. Gelukkig is het net lunchtijd en ligt Wende te slapen. Dus gaan we maar lekker lunchen. Brood, humus, kebab. Want voor een vegetariër heeft Jordanië weinig te bieden.
Onderweg
| Pff...je zal er maar vier van hebben! |
Umm Qais
De Jordaanvallei is het vruchtbaarste deel van het land, hier komt alle groente en fruit vandaan en dan blijft er zelfs nog wat over voor export. De vallei staat vol met kassen, niet van glas maar van plastic dat over ijzeren bogen is gespannen. Binnen zal het niet te harden zijn, want buiten is het al zo gruwelijk heet.
| Kassen in de Jordaanvallei |
Jerash
Gerasa, zoals de Romeinen het noemden, is de best bewaarde Romeinse ruïne ten oosten van Rome. Een uitgestrekt complex van straten, een groot ovaal plein, theaters, tempels, poorten en een hippodrome. Het ligt te blakeren in de zon, vandaar dat we Wende –die ligt te slapen- maar even parkeren in de schaduw van een zuil en om de beurt op verkenning gaan. Terwijl ik eerst ga maakt Christel een vriendelijk praatje met een ansichtkaartenverkoper. Vervolgens zit ze een uurtje of wat aan die jongen vast die haar ook wil rondleiden. Maar ze houdt er wel een gratis cd met 400 foto’s van Jordanië aan over.
Aqaba 2
We passeren Aqaba en rijden dan nog zo’n tien kilometer verder naar het zuiden, naar South Beach waar de stranden zijn en een handvol hotelletjes. Verder kan haast niet: nog een paar kilometer en je bent in Saoedi-Arabië.
Haai!
Gefilmd door een Fransman die mee was met onze groep.
Aqaba slot
Op vrijdagavond vliegen we terug, dus ’s ochtends pakken we het boeltje weer in, nemen afscheid van onze mannen uit Bangladesh en bestellen een taxi naar Aqaba, waar we neerstrijken op het terras van After8, de lunchroom annex ijssalon waar Wende’s grote vriend Ahmed werkt. Regelmatig had ze gezegd: Ahmed nou? Ahmed soeken! En nu heeft ze hem weer gevonden! Prompt krijgt ze een paar mini-ijsjes van hem die er grif ingaan.
Parijs
Ach ja, Parijs… De absolute koploper wat stedentrips betreft. En dat tel ik dat ene bezoekje met de camper niet eens mee, toen we, komend vanuit Bretagne en kennelijk nog wat landerig sturend, een verkeerde afslag namen en vanuit een tunnel ineens frontaal inreden op de Arc de Triomf...
Griekenland 2013
Onze eerste vakantie met Wende ging naar Griekenland. Te midden van al die ruïnes daar kan ze weinig kapot maken, dachten we zo. Overigens, de grootste puinhoop van Griekenland is tegenwoordig de economie, maar daar hebben we weinig van gemerkt.
We hebben heel wat steenhopen bezocht: Olympia, Delphi, Korinthe…klinkende namen uit de klassieke oudheid en getuigen van de grootse geschiedenis van het land. Want Griekenland is natuurlijk de bakermat van de Westerse cultuur en heeft ons van alles geschonken, van filosofie tot Olympische Spelen, van democratie tot moeilijke woorden als gymnasium en dysenterie.
Afsluitend zijn we een weekje naar Kreta geweest waar we hebben gedoken en, vooruit, één laatste ruïne hebben bezocht, het illustere Knossos. Om het af te leren.
Athene
Athene… Bakermat van de Westerse beschaving en een prima plek, zo leek ons, om de educatie van Wende te starten, ze was tenslotte al één jaar geworden en je bent nooit te jong voor die oude Grieken.
We vlogen op donderdag met Transavia naar Eleftherios Venizélos Airport en namen de metro naar de wijk Kolonaki, een wat sjiekere buurt aan de voet van de Lykavitos-heuvel waar veel ambassades zitten plus het Hilton-hotel, stralend verlicht en makkelijk te vinden...en bij het Hilton sloegen we rechtsaf en liepen door twee duistere straatjes naar óns hotel, Lions Apartments, waar we rond half elf ’s avonds eindelijk arriveerden. We hadden hier een klein appartementje geboekt, met eigen keuken en aparte slaapkamer en woonkamer, zodat wij ook nog een leven hadden als Wende sliep. Niet dat we die eerste avond nog veel leven over hadden, want we waren een beetje sufgereisd met Wende.
Mycene
Maandagochtend. Het kost dik anderhalf uur om aangekleed en ingepakt weer beneden bij de receptie te staan. Twee rugzakken, rolkoffertje, rugzakje, luiertas, volgepakte rugdrager, buggy.
Plus nog een dreumes, niet te vergeten. En nog een spoor van Bambix Meergranen Pap dat keurig vanaf ons appartement via het liftje vier verdiepingen omlaag naar de receptie loopt. Zakje gescheurd.
Nauplion
Ons weekje in Agios Adrianos zit er weer op. Al met al een prima plekje. Klein huisje, maar precies goed voor ons familietje en met temperaturen boven dertig graden leef je toch vooral buiten en in het zwembad.
Fijn waren vooral de privacy en de rust. Aan de rand van het dorp, geen buren, omringd door velden met sinaasappelbomen. Auto’s hoorde je nauwelijks, in plaats daarvan gemekker van schapen en geblaf van honden en ’s avonds natuurlijk de onvermijdelijke cicaden. Met tuinstoelen hadden we het zwembadje afgeschermd zodat Wende veilig kon rondscharrelen op het terras. Spelen met het tasje van opa en oma, schuiven met de stoelen, poezen aaien en dingen in haar mond stoppen die daar niet horen (een nieuwe fase helaas). Een paar dagen zag ze er wat gehavend uit, want de eerste nacht hadden muggen haar te grazen genomen en haar gezicht zat onder de bultjes, die langzaam indroogden en kleiner werden. Maar ze leek er geen last van te hebben.
Olympia
Behalve democratie, filosofie, creatief boekhouden en vage ovenschotels met aubergine heeft Griekenland de wereld nóg een unieke uitvinding geschonken: de Olympische Spelen. Ze waren niet alleen slim, die oude Grieken, ze waren ook nog eens sportief.
Ontstaan zo rond de zevende eeuw voor Christus, bij het heiligdom van Zeus in Olympia, en onafgebroken gehouden tot de vierde eeuw na Christus, bijna 1100 jaar lang dus, totdat een Romeinse keizer die pas christelijk was geworden ze verbood, dat heidense gedoe! (Waar zouden we toch zijn zonder de kerk, zucht.) Pas eind negentiende eeuw werden de Spelen weer opgepikt door Pierre de Coubertin en de rest is geschiedenis. Of eigenlijk: moderne tijd.
| Onderweg |






