Het valt ook wel te begrijpen, want Barcelona is hot en hip en leuk, terwijl Madrid...eh...Madrid...ja, wat kunnen we zeggen over Madrid? Het Prado staat er, een soort Rijksmuseum maar dan nòg groter. Maar verder? Kortom, hoog tijd om er eens een kijkje te nemen.
Madrid
Het valt ook wel te begrijpen, want Barcelona is hot en hip en leuk, terwijl Madrid...eh...Madrid...ja, wat kunnen we zeggen over Madrid? Het Prado staat er, een soort Rijksmuseum maar dan nòg groter. Maar verder? Kortom, hoog tijd om er eens een kijkje te nemen.
Tanzania 2009
Naar Afrika
Oktober 2009
Afrika. Het moest er een keer van komen. Op een bepaalde manier ben ik altijd bang geweest voor dat continent.
Te veel, te vaak slecht nieuws gehoord: honger, droogte, dictators, geweld, chaos. In mijn jeugd las ik in Readers Digest een verhaal over Idi Amin, ‘de slachter van Oeganda’, en die gruwelgeschiedenis heeft mijn beeld van Afrika fundamenteel bepaald. Dat mijn vader er jarenlang werkte maakte voor mij geen verschil. Weliswaar kwam hij thuis met stapels Afrikaanse muziek, maar ook met verhalen over staatsgrepen, lijken in de haven, autobandexecuties. Wat een zootje, dat Afrika. Levensgevaarlijk. Uit de buurt blijven.
Dar es Salaam
5 - 7 oktober 2009
Het is ongeveer tien uur vliegen naar Tanzania. Het mooie aan Afrika is dat het pal onder Europa ligt. Geen gedonder met tijdzones dus, je hebt hooguit een uurtje tijdverschil en dat kan ik aan, jetlagstakker die ik ben.
Om half tien ’s avonds landden we op Julius Nyerere International Airport in Dar Es Salaam, alwaar een mannetje voor ons klaar stond. Dat had Flash Safaris mooi voor ons geregeld. Dachten we. Maar mooi niet. Er stonden wel een paar mannetjes die blij een bordje omhoog staken, maar niet met onze naam erop. Kennelijk had Flash alleen een hotel geboekt en geen pick-up. Het was nog een geluk dat we ons de naam van het hotel herinnerden dat een keer in een mailtje was genoemd. Dus namen we zelf maar een taxi en maakten meteen kennis met de Tanzaniaanse munteenheid, de Tanzanian Shilling ofwel Tsh, met de Monopolykoers van 2000 stuks voor 1 euro. Aldus arriveerden we in Palm Beach Hotel, dat overigens niet aan het strand lag, maar aan een vierbaansweg. Palmen stonden er wel.
Tarangire
7 - 9 oktober 2009
Het woord ‘safari’ stamt van het Arabische woord ‘safara’ dat ‘reizen’ betekent. Het is een van de vele voorbeelden van de invloed van het Arabisch op het Swahili, net zoals je ook veel voorbeelden hebt van Engelse en Duitse invloed op het Swahili. Wat dat betreft is Swahili een bonte taal vol leenwoorden, vaak met een komisch effect.
Mbenzi bijvoorbeeld betekent ‘een rijk persoon’ en is een verbastering van Mercedes Benz, want daarin rijden rijke mensen. Een keep lefti is een rotonde, een baisikeli een fiets. Het Swahili wordt door zo’n 50 miljoen mensen in Oost-Afrika gesproken, hoofdzakelijk in Kenia, Tanzania en Oeganda. Het is een vrij eenvoudige taal, zonder grammaticale rariteiten. Wel bestaat er een ingewikkeld begroetingsritueel. Je groet iemand door jambo te zeggen, ‘hallo’. De ander zegt dan mambo, hoe gaat het. Dan zegt jij weer poa. De ander vipi. Etcetera, zowat tot in het oneindige. Christel kwam na een paar weken een heel eind met dit gepingpong, tot groot vermaak van de Afrikanen.
Manyara
9 - 10 oktober 2009
De volgende dag verlaten we Tarangire en rijden –via toeristenfuik Mto wa Mbu, ofwel ‘Mosquito Creek’– naar een nabijgelegen reservaat, Lake Manyara National Park. Dit is een klein park, eigenlijk een soort groenstrook tussen een uitgestrekt meer en een heuvelrug, de Great Rift. Die Great Rift is natuurlijk wereldberoemd.
Het is de benaming voor een langgerekt stelsel van valleien dat loopt van Syrië dwars door Oost-Afrika tot in Mozambique, eigenlijk een soort trog van ruim 6000 kilometer lang. Met een ‘rift’ wordt een gebied aangeduid waar de aardkorst uitelkaar beweegt, zodat er een dal ontstaat (slenk) en heuvels (horst). Vaak vind je er meren en vulkanen, zoals in Tanzania inderdaad het geval is. De Great Rift Valley is vooral zo bekend geworden vanwege de vele antropologische vondsten van aapmensen en ‘eerste’ mensen zoals in Laetoli en Oldupai. Onze campsite is achteraan in het park, een beetje tegen de helling op. Dit keer een beschut plekje, onder de bomen. De wetenschap dat we ons in de Great Rift Valley bevinden, letterlijk in de voetsporen van onze voorouders van miljoenen jaren geleden, geeft het een extra dimensie. Hier hebben ze rondgelopen, in dit landschap. Heel bijzonder.
Serengeti
9 - 12 oktober 2009
Na twee kleinere parken is het de beurt om het grootste en beroemdste ‘wildpark’ van Tanzania te bezoeken. Wildpark tussen aanhalingstekens, want het betreft een gebied bijna zo groot als Nederland en er staat echt geen hek omheen. We hebben het over de Serengeti.
De Serengeti ligt op de grens van Tanzania en Kenia en bestaat grotendeels uit open savanne, zoals de naam (‘eindeloze vlakte’) al aangeeft. Het is eigenlijk één enorm weidegebied en er leven dan ook naar schatting 1,5 miljoen grazers, hoofdzakelijk gnoes (1 miljoen), maar ook zo’n 300.000 gazelles en 200.000 zebra’s. Deze dieren vormen gigantische kuddes die ieder jaar met de klok mee migreren over de Serengeti. In juni (wanneer het droge seizoen begint) vertrekken ze naar het noorden, op zoek naar de grazige weiden in Kenia, waarna ze zo rond november-december (na het droge seizoen) weer terugkeren naar het zuiden. Het is de grootste migratiebeweging ter wereld en het moet een spectaculair gezicht zijn, die onafzienbare hordes hoefachtigen, soms wel 40 kilometer lang, galopperend over de vlakte en belaagd door leeuwen, jachtluipaarden en krokodillen die hun lunch op een presenteerblad voorbij zien komen. Maar wij gaan het niet meemaken. Het is nu begin oktober, de kuddes bevinden zich in het noorden, wij in het zuiden. Maakt niet uit. De Serengeti is bijzonder genoeg.
Ngorongoro
12 - 14 oktober 2009
Van het ene natuurmonument naar het andere. Van Serengeti naar Ngorongoro. Maar eerst uren terugrijden door de ‘eindeloze vlakte’ en het omliggende Masaï-land.
We passeren weer de kleine jongetjes die hun magere koeien hoeden. Een paar staan te bedelen langs de weg en Freddy werpt ze flesjes water toe. De hele dag met die beesten op stap, van ’s ochtends tot ’s avonds, in de brandende zon, zonder water... Je kunt het je niet voorstellen. Het is zo’n moment waarop je je weer eens vadsig rijk en decadent voelt, bevoorrecht door het lot zonder dat je er iets voor gedaan hebt, anders dan geboren worden in Nederland.
![]() |
| Toerist met Masaï-mannen |
![]() |
| Toerist met Masaï-vrouwen |
Olmoti en Empakai
14 - 17 oktober 2009
Ngorongoro is niet de enige ouwe vulkaan in het Ngorongoro Conservation Area. Er zijn er nog twee, Olmoti en Empakai, en die gaan we bezoeken via een ‘walking safari’...gewoon wandelen dus. Eerst rijden we terug naar de centrale poort van Ngorongoro om Josepha af te zetten en een nieuwe ranger op te pikken die ons moet beschermen tegen de wildlife.
Eddy is zijn naam, een rustige jonge vent met veel kennis van het gebied. Hij spreekt ook Masaï en dat komt van pas, want we begeven ons nu in hardcore Masaï-land. Met hem erbij rijden we zo’n anderhalf uur het park in, naar Nainokanoka, een klein plaatsje aan de voet van de Olmoti. Nainokanoka betekent ‘mistige plaats’. Ons kamp wordt opgezet aan de rand van het dorp, onder toeziend oog van een aantal Masaï-krijgers, die zwart en zwijgend onder de bomen staan met hun speren. Terwijl de jongens daarmee zoet zijn, maken wij met Eddy een wandeling door het dorpje. Een keer per maand is hier een grote Masaï-markt, maar nu gebeurt er weinig in de brede stoffige straten. Totdat...Christel de ballonnetjes tevoorschijn haalt. In no time komen overal blije kindertjes vandaan en is het een gekrakeel van jewelste waar zelfs de flegmatieke Eddy om moet lachen.
Arusha
17 - 19 oktober 2009
Ochtend bij Emapakai. Een pinkivingerige dageraad, zoals de Homerus van Tanzania zou zeggen. De tiende en laatste dag van onze safari is aangebroken.
We pakken het boeltje nog eenmaal in en rijden dan terug. Terug langs Bulati. Langs Nainokanoka. Langs Ngorongoro waar we Eddy afzetten en een groepsfoto maken. Langs Manyara.
Lushoto
Het bleek onderdeel van een raadselachtige standaardprocedure waarbij de bus omkeerde of zoiets. Hoe dan ook, halverwege de middag arriveren we in Lushoto, na de laatste 35 kilometer vanaf het laagland omhoog geslingerd te zijn, de bergen in, via een vers geasfalteerde strook rijplezier gesponsord door Duitsland.
Als we uitstappen klampen allerlei jongens ons aan, zoals gewoonlijk. Where going? We noemen een hotel dat we al hebben uitgezocht en dan blijkt die klassieke smoes uit India ook hier opgeld te doen: o no, hotel closed, hotel wordt verbouwd. Jaja, nou, toch maar even kijken. Twee jonge jongens lopen beleefd met ons mee, bieden zelfs aan onze rugzakken te dragen, nee hoor, doen we zelf wel, en als we dan zwetend een heuveltje zijn opgelopen en het hotel naderen blijkt het…gesloten. Wegens verbouwing. De jongens leven met ons mee: wat vervelend nou. Maar ze weten wel een ander adres en met liefde loodsen ze ons de heuvel weer af, naar Saint Benedicts Guesthouse, een guesthouse naast de kerk met een grote tuin en uitzicht op een open veld, de Parade Ground van Lushoto. De kamer is simpel maar ruim genoeg en goedkoop. Een prima plek eigenlijk, dus we bedanken de jongens zonder wie we dit nooit hadden gevonden. Tja, zo blijft het voortdurend laveren tussen gepast vertrouwen en gepast wantrouwen, zo op reis in den vreemde.
![]() |
| Busstation in Lushoto |
Tanga
Van Lushoto nemen we de bus naar de kust. Het is een klein busje dat overal stopt, soms is ie leeg soms boordevol, passagiers komen en gaan, baby’s worden doorgeschoven, ook Christel zit twee uur lang met een jochie van 7 op schoot, en zo komen we in Tanga, een ervaring rijker.
Pemba
26 oktober - 2 n0vember 2009
Tanzania is officieel een unie van twee republieken: Tanganyika (het vasteland) en Zanzibar (een eilandengroep). De eerste was, nadat de Duitsers in 1918 waren verslagen, een Britse kolonie en werd in 1961 onafhankelijk onder president Julius Nyerere; de tweede was een Arabisch sultanaat en werd in 1964 na een korte revolutie een republiek onder president Karume. Nog datzelfde jaar vormden de twee staten samen een unie waarbij hun namen werden samengevoegd tot Tan-Zan-ia. Nyerere werd de eerste gezamenlijke president.
Het is een beetje merkwaardig, omdat Zanzibar natuurlijk maar een zandkorrel is vergeleken bij dat immense vasteland, 0,2% qua oppervlak, 5% qua bevolking, maar wel een derde van alle zetels in het parlement van Tanzania bezet, met alle scheve geldstromen vandien. Geen wonder dat de constructie weinig populair is op het vasteland en vaak tot spanningen leidt, met name in verkiezingstijd. Hoe dan ook heeft Zanzibar dus z’n eigen regering, parlement, immigratie, douane enzovoorts en je krijgt keurig een stempel in je paspoort als je het eiland betreedt, óók als je gewoon met de ferry uit Dar es Salaam komt.
Zanzibar
2 - 5 november 2009
Sommige namen zijn exotisch van zichzelf. Timbuktu bijvoorbeeld, Ougadougou of Kathmandu. Zulke namen roepen meteen een zwoel gevoel op, iets van avontuur en romantiek, zonder dat je verder veel van deze plaatsen weet.
Zanzibar is ook zo’n naam. Een naam die klinkt als een spannend en sensueel oord, ver weg van hier, eerder een fantasie dan een werkelijk bestaande plek. Maar Zanzibar is echt. Onze ferry legt er namelijk aan, bij de hoofdstad Stone Town. Een naam die dan weer de uitstraling van een baksteen heeft.
![]() |
| Paleis van de sultan |
Zuid-Engeland 2009
Salisbury
Augustus 2009
We gaan weer eens met de camper. Niet het kleine, vertrouwde Isuzuutje van weleer, maar de grote Toyota-bus waarvoor m’n ouders hem dit jaar hebben ingeruild: een échte camper, oneindig ruimer en luxer, met een goed bed, een kachel en een wc, plus een koelkast die het dóet. Motorisch is het gevaarte echter beduidend minder.
Glastonbury
Augustus 2009
Van Salisbury gaan we met de camper naar Glastonbury, maar via een grote omweg langs Avebury en Cheddar Gorge. Avebury is een andere prehistorische steencirkel, alleen heel anders dan Stonehenge: de kring heeft een middellijn van drie voetbalvelden, heel weids dus, bovendien ligt er een dorpje in. Er staan nog 98 stenen, sommige bescheiden, andere enorm.
Londen
Bhutan 2008
Op reis
Bhutan dus. Naar dit mysterieuze land, dat in de eigen taal ‘het land van de draak’ heet, vertrekken we volgende week.
Het is een klein landje, iets groter dan Nederland, het heeft een half miljoen inwoners en ligt ingeklemd tussen twee reusachtige buren, te weten China en India. Je hoort er zelden iets over en nog zeldener kom je iemand tegen die er is geweest. Eeuwenlang heeft het zich teruggetrokken achter de hoge muren van de Himalaya. Pas de laatste jaren opent het land zich een beetje. Het moet wel. Televisie, internet, globaal toerisme: de moderne tijd heeft zelfs dit ruige, geïsoleerde stukje aarde weten te vinden en dringt zich naar binnen, met als gevolg dat de bewoners automatisch ook naar buiten zijn gaan kijken. Zo gaat dat. Een opening heeft twee kanten.
Jakar
Een berichtje vanuit Bhutan. We zijn in het plaatsje Jakar, in de Bhumtang-vallei, hartje Bhutan. Vanaf de grens was het drie volle dagen met de bus.
Bhutan kent geen snelwegen, geen spoorwegen, geen vliegvelden (alleen een internationale luchthaven), dus alle vervoer gaat over smalle wegen die -bij gebrek aan tunnels en bruggen- eindeloos slingerend de natuurlijke route zoeken langs de enorme bergwanden. Daardoor hebben we in die drie dagen slechts 400 kilometer afgelegd. De weg is over het algemeen wel geasfalteerd, maar zit vol gaten en bulten, en de afgelopen moessonregens hebben sommige stukken helemaal weggeslagen. Je wordt dus flink doorelkaar gerammeld. Gelukkig hebben we hier in Jakar een paar dagen rust.
Paro
Even een kort berichtje. In dit land is namelijk ook het internet boeddhistisch...zonder haast, zullen we maar zeggen. Inmiddels zijn we al een paar dagen in Paro, na de hoofdstad (Thimpu) het grootste plaatsje van het land.
Hier bevindt zich de enige luchthaven: één landingsbaan waar iedere dag twee vluchten aankomen en vertrekken van de Bhutanese luchtvaartmaatschappij, Druk Air. En hier bevindt zich het mooiste en beroemdste klooster van het land, het Tijgernest, dat ongeveer een kilometer boven de grond tegen de rotsen hangt. Daarover echter een andere keer. Morgen maken we weer die ellendige bustocht van acht uur naar de grens met India en dan zit Bhutan er voor ons op. Er valt enorm veel over te vertellen en dat zullen we binnenkort doen vanuit India. En Christel gaat foto’s plaatsen...als ze tenminste kan kiezen. Tot later dus.
![]() |
| Paro |
Jaigaon
We zijn in India, in een plaatsje dat Jaigaon heet en precies op de Indiase-Bhutanese grens ligt. Die grens bestaat uit een versierde poort waar voetgangers en verkeer vrijelijk doorheen kunnen gaan, al liggen er wel desinfecterende matten en worden de auto’s afgespoeld voor ze Bhutan binnen mogen.
Nepal 2008
Bodhanath
Inmiddels zijn we in Kathmandu, Nepal. Preciezer gezegd: in Bodhanath, een voorstadje van Kathmandu waar een enorme stoepa staat.
Tot het laatste moment wisten we nog niet of we vanuit India met bus of vliegtuig zouden gaan, maar toen we hoorden dat een deel van de weg door Oost-Nepal door een dambreuk was vernietigd en dat een busreis nu 50 uur zou duren kozen we schielijk voor het vliegtuig, dat er 50 minuten over deed. Wel bleek het nog een heel avontuur om bij het vliegveld te komen, maar daarover later. Hier in Bodhanath logeren we bij Karma, een monnik die we vier jaar geleden hebben leren kennen. Hij woont in een keurig 4-kamer flatje. Het is ontzettend leuk om hem weer te zien, en ook om terug te zijn op deze bijzondere plek in de schaduw van de stoepa.
Utrecht
Ja, we zijn weer thuis. Zo makkelijk als je dat even opschrijft…zo moeilijk bleek het om thuis te komen. We hebben in Nepal vijf dagen geprobeerd een vliegticket terug naar Delhi te krijgen, maar zonder resultaat.
Alles zat vol. Enige alternatief was een busrit van 36 uur: zes-en-der-tig-uur-dus-brr. Daar zagen we nogal tegenop, temeer omdat we dan een dag eerder moesten vertrekken en de laatste dag misten van Tihar, het lichtjesfeest, juist de dag waar alles om draaide. Daarover later.
Eén ingeving van de eigenaar van reisbureautje Oxford Air Cargo redde ons: waarom vlieg je niet via Varanasi? Hij boekte voor ons twee vluchten, Kathmandu-Varanasi en Varanasi-Delhi, met een overstaptijd van 50 minuten en een kans van 99% dat we die tweede vlucht zouden missen, waarvoor hij dan weer voor een klein bedragje een geld-terug-garantie aanbood. Hij dacht aan alles. Wij ook. Wij dachten: laat die tweede vlucht maar zitten, vanuit Varanasi nemen we gewoon de nachttrein naar Delhi, duurt ‘maar’ 12 uur en je kan lekker slapen.
Bhai Tika
Altijd al willen weten hoe Bhai Tika eruit ziet?
Troch it heitelân
15-16 augustus 2008
Ze mogen dan vloeken en tieren als grote kerels –uit, bliksems! heidaar! kwea! godverdomme boven! – maar in mijn ogen zijn het slechts jochies, bleek en gesoigneerd, niet te vergelijken met de kaatshelden uit mijn jeugd, de stoere mannen met woeste snorren en baarden die spuugden in hun want en bal na bal naar de verdoemenis sloegen, áchteruit verdomme…
Voor de rest lijkt echter veel hetzelfde gebleven. Ik herinner het me opeens weer, al die dingen om me heen, moeiteloos, ook al was ik zelfs vergeten dat ik ze ooit was vergeten: de jongetjes met de kaatsblokjes, de scheidsrechters, het ingewikkelde scorebord (een woord borrelt op uit de diepte, telegraaf), de notabelen op het podium, de eenvoudige muziekkapel van waaruit de plaatselijke fanfare dit dorpstafereeltje met koper omlijst… Alleen de bomen zijn nieuw. Die waren er nog niet, destijds, toen op dit weiland vol graspollen en koeievlaaien achter het schoolplein een nieuw kaatsveld werd aangelegd. Lang bleef het een kale, winderige vlakte waar de frisse jonge aanplant net zo erg stond te huiveren als de kaatsers, maar inmiddels, ruim vijfentwintig jaar later, blijkt de begroeiing opgeschoten tot een dikke groene bosschage die het veld omringt, beschut, transformeert tot een echte Friese kaatsarena.
De gebarsten ketel
Augustus 2008
Onlangs, in Amsterdam, op het wekelijkse marktje op het Spui, trof ik tussen de usual suspects van het tweedehands boekengebeuren plots de eerste druk van Jeroen Brouwers’ ‘Winterlicht’, met z’n omslag van Van Gogh opvlammend tussen de versleten ruggen. En hoewel ik geen bibliofiel ben, sloeg m’n hart even sneller. Lang gezocht, deze eerste druk. Of beter gezegd: lang op gewacht. Ik zoek namelijk geen boeken, ik hoop dat ik ze toevallig tegenkom als ik een boekenwinkel of boekenmarkt bezoek, en als ik ze niet tegenkom is het ook prima, want dan blijft er nog iets over om volgende keer tegen te komen. Een verzamelaar is iemand die iets niet heeft, hoorde ik eens zeggen. Op slag begreep ik het wezen van verzamelen. Verzamelen draait niet om de verzameling, maar om de verzamelaar. Verzamelingen kunnen af zijn, compleet, finito, een verzamelaar daarentegen is nooit klaar: die verzamelt wel weer iets anders. Ik heb dus geen haast verzamelingen compleet te maken en wacht geduldig tot het lot mij een boek zomaar toeschuift, zoals nu deze eerste druk van ‘Winterlicht’. Bij De Slegte in Utrecht heb ik al een tijdje eentje op de plank zien staan– echter zonder het omslag, het korenveld met kraaien van Van Gogh dat beschreven wordt in het boek en zo meesterlijk de essentie van het verhaal lijkt uit te dragen, het gevoel van haast, van paniek, van vergankelijkheid en doodsangst. En zonder dat mooie omslag hoefde ik het boek niet. De roman op zich bezat ik namelijk al, in herdruk, zo’n goedkope flutpocket met een lelijke voorkant. Maar nu was er dit complete, bekafte exemplaar: voor acht euro kocht ik het en voelde even, een moment, puur verzamelaarsgeluk.
Praag
Trekvogelpad 2007-2009
Naar Alkmaar
Naar Graft
Naar Purmerend
![]() |
| Van internet |
Naar Broek in Waterland
Naar Diemen
Naar Weesp
Naar Hilversum
Stuk gelopen
Grebbeberg
Dinsdag 10 juni 2008
Het is dinsdag, de ochtend na de sensationele 3-0 overwinning van het Nederlands elftal op Italië. Even zweefden we met z’n allen, nu staan we weer op de grond, op de tegels van perron 14b bijvoorbeeld.Het leven gaat gewoon door en meeloper Jeroen en ik stappen op het sprintertje naar Rhenen.
Onderweg bladeren we door de NRC Next die Jeroen bij zich heeft en praten na over de wedstrijd van gisteren. buitenspelvanbronckhorstblabla. Voetbal is een van die onderwerpen waarover je eindeloos kunt praten zonder iets te zeggen, een soort spel, avondvullend en risicoloos, en daarom bij uitstek geschikt voor de kroeg, waar je verhitte discussies kunt voeren over C-Cruijf versus Malaladona of Asjakss versus Fjnoord zonder dat de onnozelheid ervan je opvalt, want daarvoor heb je teveel gedronken.
Natuur
Het uiltje
Tour 'd Eifel
Maastricht - Rott
Maastricht-Rott, 62km
Rott - Kronenburg
Ja hoor, ik heb wéér een lek luchtbedje, net als toen naar Rome. Drie van de zes banen lopen ’s nachts langzaam leeg. Ik beleef daardoor een wat gebroken nachtje en ben vroeg op.
Kronenburg - Ouren
Kronenburg – Ouren, 71km
Ouren - Vianden
Ouren – Vianden, 45km
Vianden - Trier
Vianden – Trier, 79km













